baudelaire 1838-1839

Charles Baudelaire 1838-1839

AAN MADAME AUPICK
Parijs, 27 juni 1838.
Lieve moeder,

Ik wacht vol ongeduld op een brief van jou; volgens mij heb ik er heel lang geen een gehad. Mijn dagen gaan één voor één voorbij, heel triest. Ik voel het einde van het jaar aankomen, en dat maakt me bang, vanwege het examen, waar er, geloof ik, niets te hopen is voor me.
Ik voel het echte leven met nog meer angst aankomen. Al die kennis die je moet zien op te doen, al die bewegingen die je moet uitvoeren om een lege plek te vinden op deze wereld, dat alles maakt me bang. Maar goed, ik ben op de wereld gekomen om te leven, dus ik zal mijn best doen; bovendien moet er volgens mij in die kennis die je moet zien te vergaren in deze strijd met de anderen, in deze moeilijkheid zelf, ook enig plezier zitten.
We hebben een proefwerk gemaakt in Franse en Latijnse redevoering; voor Latijnse redevoering zijn er alleen nog proefwerken voor de prijzen. Onze uitreikingen worden altijd uitgesteld.
Mevrouw Jaquotot schreef me een brief omdat ze wilde weten hoe het met jou ging, en ze vroeg me of ik een dagje bij haar wilde komen; om te vermijden uit te gaan, en als perfect excuus dacht ik dat ik kon zeggen dat ik huisarrest had tot het einde van het jaar.
Alsjeblieft, schrijf me, vertel me wat je allemaal ziet, en vertel me vooral hoe het met Papa gaat; nu jullie vast al in Barèges zijn aangekomen, wil ik de hele tijd bericht hebben van jullie, en ik wil zijn genezing volgen alsof ik bij jullie was.
Ik denk steeds aan de vakantie, minder nog voor het plezier dan voor het werk dat ik van plan ben te doen; ik wil mijn dagen helemaal vullen.

En om je de waarheid te zeggen, als ik alles wat ik me heb voorgenomen punctueel zou uitvoeren, denk ik dat ik geen tijd genoeg zou hebben. Ik weet heel goed wat je zegt zodra ik het over dergelijke plannen heb; maar je weet toch ook hoeveel moed ik heb en zelfs hoe snel ik kan zijn als de nood hoog is en me daartoe dwingt; welnu!

De nood van het echte leven zal binnenkort komen; dus wie weet of ik niet plotseling voor altijd kan veranderen, zoals ik soms ook plotseling verander voor huiswerk voor school, dus wie weet wat de noodzaak me geeft aan geheugen en activiteit? Toch is er een ding waar ik bang voor ben. Als ik begin in te zien wat een enorme hoeveelheid weldaden ik je schuldig ben, zie ik dat er geen andere manier is om je die terug te betalen dan met vreugde van eigenliefde, van successen.

Maar mijn arme moeder, als de natuur me niet geschikt gemaakt heeft om je tevreden te stellen, als ik te arm van geest ben om jouw ambitie waar te maken, dan zul je dus sterven voordat ik je zwakjes heb kunnen belonen voor alle moeite die je voor me gedaan hebt; ik verzeker je dat ik dit echt in alle eerlijkheid zeg; want voor een paar goede uitslagen op school, ik weet heel goed hoe je die kunt behalen, maar ik beschouw dat als heel nutteloze en onbelangrijke dingen, ik vind er nauwelijks een bewijs in dat het mijn geest bevoordeelt. Enfin, ik zal maar hard werken. Veel liefs voor Papa van mij, en vertel me hoe het met hem gaat. Vertel me of ik op elke brief die ik aan je schrijf moet zetten: ik verzoek mijnheer Coppenhague dit te sturen naar etc. of gewoon alleen een enveloppe.
Charles.

Tot nu toe zette ik alleen maar op het adres aan mijnheer Coppenhague te sturen aan madame Aupick, en omdat ik er niet op had gezet dat de brieven van mij kwamen, vrees ik dat hij die niet heeft opgestuurd naar jullie.

AAN MADAME AUPICK
Parijs, 2 juli 1838.
No. 4

Lieve, lieve moeder,

Je schrijft me niet meer. Ik verveel me dood, ik houd meer van je dan ooit, ik denk meer dan ooit aan de vakantie, en ik ben vooral bang voor het examen. Het lijkt of je de waarde van mensen meer inziet als ze niet in je buurt zijn. De leegte komt nu, en wordt groter; ook al komt mijnheer Émon wel naar me toe; maar wat zeg ik tegen hem als alle gespreksonderwerpen die ik met hem kan hebben op zijn? Terwijl als jij er bent, dan hoeven wij maar te praten met elkaar, jij over het werk, en ik over hoeveel ik van je houd, en dan zijn we gecharmeerd van elkaar. Je schrijft me helemaal niet meer; ik zou graag wat van papa horen. Komen mijn brieven soms niet meer aan bij jullie? Wens hem veel liefs van mij. Lieve moeder, als je eens wist hoe ik van je wil genieten, en je gelukkig maken voordat je sterft. Ik vraag je vergeving voor het feit dat ik dat schrijf; maar het huiswerk dringt aan, en ik ben er vermoeid van.
Charles.

AAN MADAME AUPICK
Parijs, 3 december 1838.

Ik heb huisarrest tot nader order vanwege slecht gedrag in het tekenlokaal; dat betekent dat de onderdirecteur waar ik vorig jaar vaak de spot mee heb gedreven dit jaar de eerste gelegenheid heeft aangegrepen om me straf te geven, en omdat ik op een dag lawaai maakte, zei hij dat ik hem al jaren dwarszat en dat hij voor mij een buitengewone straf zou aanvragen; gelukkig is zijn straf zo’n beetje nihil; want omdat de Kerstvakantie over drie weken is en ik dan waarschijnlijk vrijstelling krijg, zal ik maar iets meer dan twee weken huisarrest hebben. Zo gaat het als je vijanden hebt. Omdat ik niet meer naar buiten mag en niet zelf uit mijn kamer mag halen wat ik nodig heb, zou ik graag dat je me via Joseph een marokijnen album stuurt waarop Charles Baudelaire gedrukt staat, die ligt in de la van mijn tafel. Ik heb een vriend van me een tekening beloofd die daarin zit; ik ben van plan om dat vel uit te knippen op school en dan het album weer terug te geven aan Joseph.

Jij zult zeggen dat dat helemaal niet hoeft, en dat die tekening thuis ook uitgeknipt kan worden en meegenomen kan worden naar school, maar ik weet zeker dat het dan slecht geknipt zou worden en dat het beschadigd zou worden onderweg. En ik wil ook een vel blauw papier of geel, heel dik; zo’n gekleurd vel die je altijd in albums ziet, en waarop tekeningen op wit papier geplakt worden om ze reliëf te geven. Plus de pot zalf die je vergeten bent en die in de kleine kast staat bovenin.

Als Joseph komt, zeg hem dan ook dat hij me moet vertellen hoe het met papa’s been gaat want naar wat ik laatst van je hoorde, ging het daar niet goed mee. Ik weet zeker dat hij het er niet met je over wil hebben, zo is hij wanneer hij bang is dat hij je bezorgd maakt. Maar je zult me vast kunnen vertellen of het beter gaat.
Veel liefs voor hem van mij.
C. Baudelaire

AAN KOLONEL AUPICK
Parijs, 24 februari 1839.


Ik schrijf je om je iets te vragen waar je heel erg verbaasd over zult zijn. Je had me wapen- en schietlessen beloofd en paardrijlessen; in plaats daarvan wil ik je vragen als het mogelijk is en als je dat  niet erg vindt, of ik een repetitor kan krijgen. We hadden vaak samen gezegd dat je niets aan een repetitor had, en dat hij zelfs schadelijk zou kunnen zijn voor een leerling; dat is ook waar, maar alleen als de leerling lui is, en hij zijn repetitor laat kletsen, en wanneer hij hem zijn huiswerk laat maken.
Ik heb geen hulp nodig om de les op zich te volgen, maar wat ik aan mijn repetitor zou vragen is een aanvulling op de filosofieles, het zou dan gaan om wat er niet in de les gegeven wordt, kennis, godsdienst dat niet in het leerprogramma van de Universiteit past, en de Esthetica of filosofie der kunsten waarvoor onze leraar zeker geen tijd heeft om die aan ons te laten zien.


Wat ik ook aan hem zou vragen zou Grieks zijn – ja, om me Grieks te leren, wat ik helemaal niet beheers, zoals iedereen die het op school leert, en wat ik zo moeilijk zelf zou kunnen gaan leren, wanneer ik met heel andere dingen bezig zal moeten zijn.
Je weet dat ik klassieke talen leuk ben gaan vinden, en het Grieks wekt een grote nieuwsgierigheid bij me op. Ik denk, wat men er ook tegenwoordig over zegt, dat dat niet alleen een groot genot oplevert, maar ook een reëel voordeel. Waarom deze voorkeuren verstikken? Past dat niet bij wat ik wil worden – wetenschap, geschiedenis, filosofie – wie weet, maakt een studie Grieks misschien het Duits ook makkelijker?
Ik geloof dat een repetitor 30 frank per maand kost. De leerling moet daarvoor wel eerst toestemming van zijn vader hebben. Dan moet hij naar de rector gaan en een repetitor uitkiezen. Een half uur per dag of om de dag een uur.


Ik zou een jonge heel gedistingeerde meester uitkiezen, die nog niet zo lang van de École Normale af is, en die bekend is op het Louis-le-Grand, mijnheer Lasègue. Als hij me geen bijlessen zou kunnen geven, dan heb ik liever geen repetitor.
Dit is geen ijdele gril. Ik heb heel mooie plannen al zo vaak veranderd of links laten liggen, dat ik altijd bang ben dat mensen geen vertrouwen meer in me hebben.


- Het Grieks was altijd al een vak dat ik ambieerde – en ik denk dat die jonge leraar in staat is om dat te kunnen onderwijzen en om het heel snel te kunnen onderwijzen. Voor wat betreft het dogmatische gedeelte van de godsdienst, dat is ook iets wat me bezighoudt sinds het begin van het jaar.

– Laatst heb ik mezelf eens getest, en ik vroeg me af wat ik allemaal wist – best veel dingen over alle onderwerpen, maar vaag, warrig, ongeordend, en die elkaar onderling in de weg zitten – niets duidelijks, helder, of gesystematiseerd – wat neerkomt op dat ik eigenlijk niets weet – en toch moet ik straks de wijde wereld in – ik moet een of andere bagage met vaststaande kennis hebben. – Wat kan ik me beter wensen momenteel dan het bestuderen van een taal waarmee ik het origineel van heel nuttige boeken kan lezen? En het bestuderen van het mooiste gedeelte van de filosofie, van de godsdienst?
Ik weet niet of mijn brief wel eloquent is. – Maar ik ben in ieder geval wel oprecht, en ik geloof heilig in het nut van mijn verzoek.
Verder weet je heel goed wat mijn zonden zijn, wat mijn behoeften zijn, en je hebt me zoveel waarheden verteld over educatie, dat ik met groot respect jouw visie daarop zou willen horen.
Veel groeten aan mijn goede moeder; ze zal wel heel verbaasd zijn om mijn brief. Mijnheer Massoni zei dat het beter met je ging, dat doet me veel plezier.
Volgens zijn gewoonte heeft mijnheer Massoni me overladen met betreurenswaardige complimenten. Want, onder ons gezegd, we weten toch hoe ik ben. Omdat mijnheer Massoni me graag mag, en hij oud is voor mij, ben ik verplicht om zijn gevlei te respecteren, en ik denk dat het meer gepast is om ze maar in stilte aan te nemen, dan om te protesteren. Maar daar schaam me ik me vaak voor, vooral in het bijzijn van anderen.
Adieu – ik hoop dat je wel een paar minuten kunt stelen om me te antwoorden.
Veel liefs, en ik wil je omhelzen zoals ik je soms in de ontvangstruimte van school zou willen omhelzen.
Charles.

Vorige pagina Volgende pagina

De correspondentie van Charles Baudelaire

© Vertaling Vivienne Stringa Copyright.
Iedere vorm van reproductie van deze website, zelfs gedeeltelijk, is verboden zonder toestemming van de auteur.
Indien u inhoud van deze website wilt gebruiken kunt u contact opnemen met mij via : @Contact