Afkortingen; Abréviations

FRANSE AFKORTINGEN - Abréviations

Bij de afkorting van een woord wordt alleen een deel van de letters van dat woord gebruikt.  Het is belangrijk dat men zich bij het maken van afkortingen wel aan de regels houdt, en dat men daarbij ook naar de gewoontes van het afkorten kijkt, omdat een tekst anders snel onbegrijpelijk wordt.

De algemeen geldende regels komen oorspronkelijk voort uit de typografie, en gelden nog steeds. Afkortingen moeten zo kort mogelijk zijn, en tegelijkertijd toch duidelijk genoeg om leesbaar te blijven en geen interpretatiefouten op te roepen.

1. - Woord waarvan alleen de eerste letter wordt gebruikt.

Dit type afkorting behoudt alleen de eerste letter van het woord, gevolgd door een punt (Het "afkortingspunt" genoemd) :  M. = Monsieur (Let opMr. = kan niet in het Frans! In het Nederlands staat deze afkorting voor Meester [in de rechten, en dit is in het Frans Maître, afgekort als 'Me'])  
- p. = page (pagina)
- t. = tome (deel)

Volgens dit zelfde principe zijn er ook afkortingen in bepaalde gezegden of uitdrukkingen, en bij elke afkorting komt een afkortingspunt te staan:

- c.c. = copie conforme
- N.B. = nota bene

- p.i. = par intérim
- p.o. = par ordre

- P.S. = post-scriptum.

NOOT : Bij uitdrukkingen behoudt men het verbindingsstreepje na de eerste afkortingspunt :  
W.-C. = water-closets (Meestal in het meervoud gebruikt)

- J.-C. = Jésus-Christ.

Soms is het verstandiger om bepaalde woorden niet af te korten, met name in officiële teksten, bijvoorbeeld in een politieke tekst kunnen afkortingen verwarring oproepen : de afkorting P.S. voor post-scriptum, kan verward worden met een politieke partij, de P.S. = Parti Socialiste - U.E. = Union Européenne:

Le P.S. donnant son avis sur l'U.E. disait que... (De Socialistische Partij die haar mening gaf over de E.U, zei dat...)

NOOT : Wanneer men iemand schriftelijk benadert, moet de volledige spelling gehandhaafd blijven :

Veuillez croire, Monsieur le Directeur, à mes respectueuses salutations. (Pas op met het omdraaien van woorden, en dus niet schrijven: 'à mes salutations de respectueuse' of iets dergelijks).

2 - Woord afgekort met alleen de eerste letters.

 Afkorting waarbij verschillende letters van het begin van het woord worden gebruikt, gevolgd door een punt :

adj. = adjectif

- fém. = féminin

- poss. = possessif

- av. = avant

- réf. = référence

- gramm. = grammaire

- fr. = français (et non fra.)

- prop. = proposition.

3 - Woord waarbij alleen de eerste en de laatste letter blijven staan.

Bij dit type afkorting worden alleen de eerste en de laatste letter van het woord gebruikt, waarbij de eerste letter een hoofdletter krijgt,  en de tweede letter een kleine letter zonder de afkortingspunt:

= Docteur

- Fg = Faubourg

- Bd = Boulevard.

4 - Woorden die naar betekenis worden afgekort.

Hierbij kort men wel het woord af, maar wordt wel zoveel mogelijk van het woord heel gelaten en na de eerste letter komen de letters in exponent te staan, om zo de betekenis te herkennen. Hier zit ook geen afkortingspunt bij:  

Mgr = Monseigneur 

- Mme = Madame

- Mlle = Mademoiselle

- Ets = Établissements

- Cie = Compagnie.

5 - Andere vormen hiervan.

Wanneer men niet de beschikking heeft over materiaal om letters in exponent te zetten, is het ook mogelijk en toegestaan om hetzelfde lettertype te blijven gebruiken, zonder afkortingspunt:
Mme   -  Mlle  -   Dr  -   Cie  -   Mgr  -  Ets

6 - Gelegenheidsafkortingen (Apocopes)

Dit zijn aparte afkortingen die meestal het gevolg zijn van een vereenvoudiging in de volkstaal, waarbij het woord wordt afgekort en er bijna een nieuw wioord van gemaakt wordt:  

Métro = métropolitain

Auto = automobile

 Vélo = vélocipède

Ciné = cinéma...

Niet te verwarren met "l'argot" en al helemaal niet met verkleinwoordjes:  

Fillette komt van fille 

Maison komt van maisonnette.

7 - Eufemistische afkortingen of discrete afkortingen.

"Eufemistische" afkortingen voor grove woorden of vloeken, of voor woorden die niet erg netjes zijn, worden wel afgekort maar de betekenis is makkelijk te raden. Hierbij wordt het laatste deel van het woord met drie punten geschreven : 

- Sa femme le trompe et ce pauvre c... ne le sait pas (cocu)

- Tu es plus c... que la moyenne (con).

Afkortingen van discretie worden gebrikt voor eigennamen, ofwel uit eerbied, uit voorzichtigheid om geen proces voor smaad te krijgen, ofwel voor bepaalde data waardoor men niet meer precies kan achterhalen wanneer een beplaade gebeurtenis plaatsvond. Hierbij gebruikt men ook drie puntjes en soms ook asterisken:

 - Au cours des manifestations de 19... les blessés furent souvent piétinés

- Le détachement rebelle qui traversait le village de M... en 197... mit le feu aux maisons par vengeance

- La maison de retraite de D*** mise en accusation.

8 - Meervoud van afkortingen:

Wanneer bij de afkorting de laatste letter van het woord blijft bestaan, dan komt er een -s achter (zonder punt) 

Mme = Madame - Mmes = Mesdames -

 fo = folio - fos = folios

- no = numéro - nos = numéros

- Ets = Établissements -

Sts = Saints.

Wanneer er in het enkelvoud alleen de eerste letter en een punt staat, dan wordt het meervoud aangeduid door deze letters te verdubbelen 

M. = Monsieur - MM. = Messieurs

- S.M. = Sa Majesté - LL.MM. = Leurs Majestés.

We zien vaak een -s als meervoudsaanduiding, als de laatste letter van de afkorting ook de laatste letter van het woord is (zonder punt er achter) :

Ets = Établissements.

 

9- Afkortingen voor personen

Dr = Docteur (en médecine : Dr Toubib).
M. = Monsieur (Let op:  Mr. = geldt niet in het Frans; in het Nederlands staat deze afkorting voor Meester [in de rechten]).
Me = Maître (advocaat of notaris).
MM. = Messieurs (MM. Dupont et Durand).
Mme = Madame.
Mmes = Mesdames.
Mlle = Mademoiselle.
Mlles = Mesdemoiselles.

Mgr = Monseigneur.
P. ou R.P. = Père ou Révérend Père (religieux).
P.D.G. = Président-directeur général
S.A. = Son Altesse (Prins, kroonprins).
S.A.R. = Son Altesse Royale (Zijne/ Hare Koninklijke Hoogheid)
S.E. = Son Excellence (S.E. Zijne Excellentie voor een minister of een ambassadeur).
S.Exc. = Son Excellence (S.Exc. Zijne Excellentie voor een bisschop).
S.M. = Sa Majesté (de koning).
Sr = Sœur (religieux).
S.S. = Sa Sainteté (de paus).

10- Rangtelwoorden

1er, 1ers, 1re, 1res = premier, premiers, première, premières.
2e, 2es = deuxième, deuxièmes.
3e, 3es = troisième, troisièmes.
1o, 2o, 3o = primo, secundo, tertio.

De termen premier, première, premiers en premières zijn de enige die de uitgang erachter krijgen bij de afkorting:  "er" et "re".

Vanaf het getal 2 schrijft men de afkorting alleen met de "e" op het eind: 
3e place (en niet 3me, 3eme, 3ième) - XXIes Olympiades.

11 - Maateenheden (zonder punt op het eind)

La piste de course mesure 100 m de long. (En niet:  100 m. de long).

A = ampère
a = are(s)
ca = centiare(s)
cg = centigramme(s)
cl = centilitre(s)
cm = centimètre(s)
° = degré(s)
C(20 °C) = degré(s) Celsius
C(80 °F) = degré(s) Farenheit
dal = décalitre(s)
dam = décamètre(s)
dB = décibel(s)
dm = décimètre(s)
F = franc(s)
gr = grade(s) (d'angle)
g = gramme(s) (et non g.)
ha = hectare(s)
hg = hectogramme(s)
hl = hectolitre(s)
hm = hectomètre(s)
h = heure(s) (et non H)
j = jour(s)

kg = kilogramme(s)
km = kilomètre(s)
km/h = kilomètre(s) par heure
kW = kilowatt(s)
kWh = kilowatts(s)-heure
l =litre(s)
m = mètre(s)
m2 = mètre(s) carré()s
m3 = mètre(s) cube(s)
m/s = mètre(s) par seconde
mbar = millibar(s)
ml = millilitre's)
mm = millimètre(s)
' = minute(s) angles
min = minute(s) temps
q = quintal (aux)
" = seconde(s) angles
s = seconde(s) temps (et non sec.)
st = stères(s)
t = tonne(s)
V = volt(s)
W = watts(s)

10° = 10 degrés
60' = 60 minutes
60" = 60 secondes

N. = Nord
S. = Sud
O. = Ouest
E. = Est

Diversen (wel of geen punten !)

 

c.-à-d. = c'est-à-dire (pas de point
après "à" vu qu'il n'est pas abrégé).
cap = capitale d'un pays
C.c. = Copie conforme.
Cie = Compagnie.
dép. = département
env. = environ
Etc. = et cetera (sans accent).
fg = faubourg
fo = folio.
fr. ou franç. = français.
hab. = habitants
ht = hors taxes
id. = idem
in-fo = in-folio.
ms = manuscrit.

nº = numéro.
nos = numéros.
P.i. = Par intérim.
P.o. = Par ordre.
P-S = Post-scriptum. (ou P.-S.)
p. 100 ou % = pour cent
p. 1000 ou par ‰ = pour mille
ro = recto
RSVP = Répondez s'il vous plaît
SA = Société anonyme
SARL = Société à responsabilité limitée
Sté = Société
TVA = taxe sur la valeur ajoutée
Tél. ou tél. = téléphone
ttc = toutes taxes comprises
vo = verso.
W.-C. ou w.-c. = water-closets.

 

Afkortingen gebruikt in de grammatica

 

§ = paragraphe
adj. = adjectif
adv. = adverbe
art. = article
att. = attribut
auxil. = auxiliaire
av. = avant
card. = cardinal
chap. = chapitre
CC = complément circonstanciel
COD = complément d’objet direct
COI = complément d’objet indirect
COS = complément d’objet second
conj. = conjonction
dém. = démonstratif
fém. = féminin
fr. = français (et non fra.)
gramm. = grammaire
gr. = groupe
GN = groupe nominal
GNS = groupe nominal sujet
GV = groupe verbal
interj. = interjection
introd. = introduction
inv. = invariable
lat. = latin
loc. = locution
loc. = adj locution adjective

loc. conj. = locution conjonctive
loc. interj. = locution interjective
loc. v. = locution verbale
masc. = masculin
n. = nom
n. c. = nom commun
N.B. = nota bene (sans accent).
numér. = numéral
ord. = ordinal
p. = page.
part. = participe
part. passé = participe passé
part. prés. = participe présent
pl. = pluriel
poss. = possessif
prép. = préposition
pron. = pronom
prop. = proposition
réf. = référence
sing. = singulier
sub. = subordonnée
suiv. = suivant
v. = verbe
v. a. = verbe actif
v. tr. = verbe transitif
v. impers. = verbe impersonnel
v. intr. = verbe intransitif
v.pr. = verbe pronominal