Baudelaire 1850-1851

Charles Baudelaire 1850-1851

 AAN NARCISSE ANCELLE

Dijon, donderdag 10 januari 1850.
                                Lees dit aandachtig.
Ik ben nogal ernstig ziek geweest zoals u weet. Mijn maag is nogal van streek door het laudanum; maar het is niet de eerste keer en hij is sterk genoeg om te herstellen.
Jeanne is gisterochtend gekomen, en zij heeft lang met me gepraat over het gesprek dat zij had met u. Het is voor mij allemaal al heel lang kommer en kwel. Ik was dus niet verbaasd om dingen te horen die bewijzen dat u helemaal niets van mijn leven begrijpt; maar dat komt straks.
Ik heb hier uw brief van 14 december voor me liggen, die ik pas de 17e kreeg.
Ten eerste heeft Palis u schandalig afgezet. Belachelijke en dwaze fouten in de inhoudsopgave, zoals Le Tombant vivant, Vitesse de la lune, in plaats van Le Tombeau vivant, Tristesse de la lune, en nog veel meer, het verguldsel zit vol met vlekken, de boekband moest van chagrijnleer zijn maar die is van imitatie chagrijnpapier, de correcties die ik met potlood had aangebracht zijn niet toegepast; dat getuigt ervan dat hij van mijn afwezigheid heeft geprofiteerd om zijn plicht niet te hoeven doen, en me bovendien te bestelen. Ik moest nog ongeveer 20 frank betalen. Er was afgesproken dat het binden 8 frank zou kosten. Totaal, 28. U moest 40 frank betalen. Hij is u vast en zeker vergeten te vertellen dat ik hem al een aanbetaling van 11 of 12 frank had gedaan. Hij zou me nog eerder een korting of een tegemoetkoming moeten geven voor zijn schuldige en schandelijke daad; ik kan gewoonweg niet accepteren dat correct uitgevoerd binden van een boek 8 frank kost en slecht uitgevoerd 20 frank. Wat betreft deze stroom aan fouten, dat is nog veel erger; en dat getuigt van het feit dat wanneer de mensen niet meer bang van mij zijn, ze dan de draak met me gaan steken. Als u moedig bent, als u langs de place de la Bourse komt, dan moet u hem die 12 frank terugvragen.


Het lijkt erop dat u mijn brieven verstrooid leest. U vreest dat ik naar Parijs terugwil, omdat ik u schrijf: ik verlang er al naar om HIER weg te gaan. U heeft niet begrepen dat het woord HIER het hotel betekende. Ik bedoelde daarmee: ik verlang er naar om weg te gaan van een plek waar ik drie keer zoveel uitgeef als ik hoor uit te geven. Heeft u soms nooit gereisd? Mijn bedoeling toen ik hier aankwam was om ten eerste een heel klein appartement te huren en ten tweede wat meubels te huren. En dat ik daarna heel lang geen omkijken meer zou hebben naar de rekening van de lopende uitgaven, behalve dan maandelijkse rekening van de huur. Daarom heb ik u nu zo vaak gezegd en geschreven in mijn brief toen ik uit Parijs wegging dat ik er zo op stond om 300 frank wilde ontvangen voor de eerste maand. Ik ga de 3e weg uit Parijs. Volgens mij is de eerste maand december. In plaats daarvan stuurt u me – de 17e pas, - (twee weken aan uitgaven gedaan voor het hotel, door uw schuld) – 200 frank voor twee maanden, december 49 en januari 50. ik vroeg u om 300 frank voor de eerste maand voor de verhuiskosten. Dat was een welwillendheid waar ik op rekende, maar u hebt niet eens de strikte uitvoering van onze afspraak volbracht wat 200 frank op 1 december zou zijn,  - (die kreeg ik dus pas de 17e) – en 200 op 1 januari, - DIE KRIJG IK NOG VAN U. Ik verzeker u dat ik eerst dacht dat het een rekenfout van u was, een ongevaarlijke verstrooidheid. Maar hier is Jeanne die me steeds hetzelfde vertelt en verzekert. Mijn verbazing is echt heel groot. Denk er eens goed over na, dan zult u ook zien net als ik dat twee maanden, dat wil zeggen twee maal 200 frank maakt 400 frank en geen 200 frank. En dan nog zou ik zeggen dat u me had laten hopen dat de eerste zending 300 frank zou zijn vanwege de onvermijdelijke uitgaven wanneer men voor het eerst een woning betrekt; maar dat eis ik niet, of liever, dat durf ik niet te eisen. Jeanne zegt dat u zich beroept op die vreemde redenering dat u al zoveel grote welwillendheden voor mij getoond heeft. Dat is helemaal waar, en daar dank ik u ook heel oprecht voor; maar dat is geen rechtmatig motief om mij problemen te bezorgen. Ik geef 12 frank voor het hotel uit. Als ik eenmaal een eigen thuis heb, - wat drie maanden huur vooruit betalen inhoudt, en per maand hoogstens 30 frank, of 40 frank hoogstens, en dan voor het huren van de meubels zou ik hoogstens 3 of 4 frank per dag uitgeven. Begrijpt u uw fout nu? Er was afgesproken dat ik vanaf de eerste dag van het jaar 1850 200 frank zou krijgen; dus dan krijg ik vanaf de eerste van de maand 200 frank van u. Ik kom daar niet uit. Dus nu is het zo, dat als voor u net als voor stipte en intelligente mensen plicht betekent: zo veel mogelijk, zoveel als men kan doen, zoveel als men kan geven, - dan krijg ik nog 300 frank van u, en 200 op 1 februari.


Bovendien heeft de mevrouw van het hotel me zojuist gezegd dat zij voor de 15e geld nodig heeft. Dus u ziet nu dat er geen moment te verliezen is, want u krijgt deze brief de 12e.
Als u mij in één keer 400 of 500 frank stuurt, dat wil zeggen januari en februari, dan ga ik direct het hotel uit, en dan zit ik in twee dagen in mijn eigen huis. In dat geval vraag ik u niet eerder dan 1 maart om geld. Dat zou ongetwijfeld veel wijzer zijn; daar zou ik veel voordeel van hebben en u zou er de zekerheid bij winnen van het feit dat het beter met mij gaat en dat ik minder uitgeef.
Nog een verstrooidheid van u: u vraagt mij om een reçu van uw 200 frank; u bent dus vergeten dat ik de vriendelijkheid bezat om bij mijn laatste brief een reçu van 300 frank te voegen.
Nog iets. Ik heb Jeanne zeer getourmenteerd omtrent het gesprek met u, en zij verzekert mij dat u tegen haar heeft gezegd dat indien zij u een briefje zou schrijven waarin de noodzaak van een voorschot zou worden aangetoond, dat u die dan zeker zou geven. Dat is wel heel erg vreemd en nogal vernederend voor mij; over welke balk wilt u dan dat we geld gaan gooien, in een klein stadje waar de verveling alleen bestreden kan worden met werken? Ik weet nog niet wat Jeanne gaat doen, en of de zin om dit hotel uit te gaan haar iets laat doen wat ik beschouw als iets wat ik ongepast vind; maar nogmaals, als u voor mij 200 frank telt voor januari, die ik niet gekregen heb, en 200 voor februari, dan begaat u geen enkele inschikkelijkheid, en treedt u niet buiten uw afspraken. Als u eens wist hoe vermoeiend het voor me is om steeds maar weer terug te komen op die vervloekte geldkwesties! Dat zal ongetwijfeld wel een keer ophouden.


U heeft nog heel wat andere dingen tegen Jeanne gezegd; maar ik heb de moed niet meer om u nog meer verwijten te maken. U bent een groot kind. Toch heb ik u vaak genoeg verweten dat u te sentimenteel bent, en u aangetoond dat het onnodig was om vertederd te zijn tegen mijn moeder. Leg dat nu allemaal maar voor altijd naast u neer, en als ik op dat gebied iets gebroken heb in mijn geest, heb dan medelijden met me en laat met rust. Hetzelfde geldt voor Jeanne. Er is nog veel meer, maar laat maar. Ik wil u alleen verzoeken, dat mocht u in de toekomst per toeval nog eens in de gelegenheid zijn om mejuffrouw Lemer nog een keer te zien, speel dan niet meer met haar, praat dan niet meer zoveel en wees ernstiger. Ik heb er al lang geleden een gewoonte van gemaakt om u duidelijk alles te zeggen wat ik denk; dus moet u mij dat niet kwalijk nemen.
Als ik eenmaal maar dit vervloekte hotel uit ben, met een paar gehuurde meubels, dat is hoe ik mijn leven ga inrichten. Ik kan buiten mijn inkomen een minimaal 1200 frank vinden. Dat maakt dus 300 frank per maand samen met mijn inkomen. Ik geef Jeanne 50 frank voor haar uiterlijke verzorging. Zij wordt geacht ons met 150 frank te laten rondkomen. Ik zet 50 frank opzij voor de huur van de meubels en het appartement.  En dan nogmaals 50 frank opzij zetten om later meubels in Parijs te kopen, zodra ik genoeg werk heb verricht om mijn schulden te betalen en het geschikt vind om terug te komen.


Wat mijn schulden betreft, ik heb er nu misschien al voor de honderdste keer zonet de rekening van opgemaakt. Dat is bedroevend; maar er moet een einde aan komen. Dat heb ik gezworen. Ik heb in totaal een schuld van 21.236,50 F. – 14.077 frank aan wissels met intekening;  4228 frank schuld zonder waarborg in de vorm van wissels boven de 100 frank; 919,25 F kleine schulden onder de 100 frank, en dan tenslotte 2012,25 F aan schulden bij vrienden. Zo’n enorme massa, maar van hoeveel was ik niet het slachtoffer van diefstal en afzetterij, of oneerlijkheden, of zwakheden, zoals de affaire René Lurois waarvan u verderop het precieze verslag zult zien.
Ik vat samen: u heeft een fout gemaakt. Hoewel u zich wel enkele malen inschikkelijk heeft getoond, moest ik vanaf de dag van mijn aankomst hier op zijn minst 200 frank per maand krijgen, en 200 is geen 400. Vergeet niet dat het totaal van 1849 volledig was opgegaan sinds oktober. Ik heb u verzocht om me meteen januari en februari op te sturen, dat wil zeggen 400 of zelfs 500 frank, om de uitstekende redenen die ik u uiteen heb gezet. Het is onmogelijk om het geld hier onnodig uit te geven, en trouwens, Jeanne is net als alle vrouwen, meer dan zuinig, en zij heeft er belang bij om me in de gaten te houden. In de tweede plaats zal ik u verslag doen van de besteding van dat geld, en ik zal het u op rekeningen voorleggen. Dat ben ik u verplicht. Wat ik ga doen, en dat heeft u me al meerdere malen aangeraden, vroeger. Dat bent u dus vergeten. Wat u voor mij gaat doen, en wat ik obsessief en verstandig al van u had losgekregen, dat had u uit uzelf moeten doen, al heel lang geleden. U lijkt blijkbaar niet uw rol tegenover mij in te perken, en zelfs niet jegens alle mensen, tot die van gevoelloze agent en zakenman. En toch moest het initiatief van mij komen; al die zó verstandige dingen die u mij had moeten aanwijzen, die heb ik zelf als eerste moeten willen.
De hele rechtmatigheid hiervan zit daarin, in een briefje van u: Ik zou ermee instemmen om uw gehele kapitaal te vernietigen voor een fatsoenlijk doel. -  Nou dan! Sluit het af..


Mocht mijn moeder, per toeval, nog geld sturen tijdens mijn afwezigheid, dan ga ik er mee akkoord, nogmaals, om het aan te nemen. U vertelt het me wel, maar u stuurt het me niet op, gezien het feit dat ik voldoende heb om van te leven, met uw 200 frank en het geld dat ik elders vandaan kan halen; u zou het dan bij mijn terugkeer meerekenen, of, tijdens mijn afwezigheid, zou u er een wettig gebruik van maken, over de uitleg die ik u dan zou opsturen.
Sta mij toe, voordat ik deze brief afsluit, dat ik een nog paar woorden toevoeg die weinig te maken hebben met het voorafgaande, maar ik maak van de gelegenheid gebruik om u alles te zeggen wat ik op mijn hart heb. Ik zie u ook waarschijnlijk pas over enkele maanden. Dat zal nog een mooi resultaat zijn, maar zoals ik al zei, ik neem de gelegenheid te baat om u alles te zeggen.
De situatie waarin u zich bevindt in verhouding tot mij is heel vreemd. Die is niet alleen wettig, maar, om het zo te zeggen, ook sentimenteel. Het is niet mogelijk dat u dat niet weet. Wat mij aangaat, ik ben niet zo sentimenteel, ik heb niet aan die waarheid kunnen ontsnappen. De sombere eenzaamheid die ik om me heen heb gezaaid, en die me alleen nog maar hechter met Jeanne heeft verbonden, heeft er ook voor gezorgd dat mijn geest eraan gewend is geraakt om u te beschouwen als iets belangrijks in mijn leven.
Maar dan kom ik nu ter zake. Als uw toestand ten opzichte van mij op onvermijdelijke wijze zo is, wat betekent dan zo vaak dat vreemde onbegrip van u voor mijn belangen ? Wat betekent die partijdigheid ten gunste van mijn moeder van wie u weet dat zij schuldig is ? Wat betekent dat frequente gezeur van u, uw egoïstische stelregels, uw wreedheden, uw brutaliteiten? Het is wel zo dat ik u dat ook heb aangedaan, maar dat is allemaal niet redelijk. Onze relatie moet verbeteren. Om deze reden is die lange afwezigheid dan ook helemaal niet slecht. Trouwens, voor elke zonde is er vergeving, waarvan u weet dat ik het als volgt vertaal: niets is onherstelbaar.
Ik voeg hierbij het protest waar u om vroeg betreffende de schoorsteenwissel.
Deze brief moet u mij terugsturen.


                        Neuilly, 18 mei 1850. Zaterdag.

                    Indien mogelijk, de kaartjes voor maandag.
Beste vriend,

Nog een dienst alstublieft, als het niet onbeleefd is. Twee orkestkaartjes voor de stalles voor Malassis, rue des Maçons, Sorbonne, 19.
U heeft samen met mij Malassis gezien. Ik zou het heel fijn vinden als u kennis met hem maakt. – Vergeet niet om een reproductie van (de National) Les Nuits du Ramazan. – ik hoop dat uw kaartjes niet te laat aankomen.

                            Ch. Baudelaire
AAN AUGUSTE POULET-MALASSIS

                            Neuilly, maandag 15 juli 1850.
Beste vriend,

Christophe zei tegen me dat u 20 juli zou vertrekken; hoe heeft u kunnen vergeten me dat te vertellen de laatste keer dat wij elkaar zagen? Nu kan ik u met geen mogelijkheid vergezellen; ik heb een zieke vrouw, en ik hecht er veel belang aan om de heer Buloz twee belangrijke stukken te geven. Ik zal vast en zeker over twee weken of een maand daar bij u langskomen, want ik hoorde dat u een half jaar weg zou gaan. En anders ziet u mij over twee of drie dagen.

Uw toegewijde,
                                    C.B.

AAN MADAME AUPICK
                                Parijs, zaterdag 30 augustus 1851.
Lieve moeder,

Ik zal je waarschijnlijk wat verdriet gaan doen. Ik had je beloofd om je twee keer per maand te schrijven, en nu woon ik hier al zes weken, en ik heb je nog niet geschreven. Dat komt door de ijdelheid die ik had om je iets vrolijks te kunnen aankondigen in mijn eerste brief. Maar daar is geen sprake van, helemaal niets, of bijna niets. Omdat ik je wel op de hoogte wil houden van alles wat ik doe, stuur ik je deze kleine brochure  waarvoor ik heel goed betaald heb gekregen, en die je moet lezen omdat die van mij is, want ik hecht er anders niet veel belang aan.
Je had me toen je wegging met een charmant briefje bedankt voor de beloftes die ik je had gedaan. En dan begin ik nu al deze niet na te komen. Ik had je bijna verboden me geld te sturen nu mijn positie met mijnheer Ancelle geregeld is, en het tekort was vastgesteld; maar nu doe ik zelf vandaag een beroep op jouw eeuwige inschikkelijkheid. Het is maar voor iets heel weinigs, en ik ben je daarbij wat verklaringen schuldig. De eerste twee maanden, juli en augustus, heb ik geleefd van het geld dat ik regelmatig ontving in Neuilly, en het onvermijdelijke tekort heb ik betaald, ik bedoel de gemaakte afspraken met de onvermijdelijke schuldeisers, (de kleermaker 50 frank, de meubels 50 frank etc…), met wat ik verdiend heb. Daarbij heb ik nog wat oude kleine schulden betaald. Tot nu toe had ik mezelf goed in de hand. Maar eergisteren kreeg ik de nieuwe maand die begonnen is, en omdat ik zeker dacht te weten dat mijn werk over La Caricature meteen gedrukt zou worden, heb ik heel moedig en in één keer de 200 frank uitgegeven aan inkopen, die wel nodig waren hoor, maar die ook uitgesteld konden worden tot de volgende maand (de verklaring hiervoor is dat ik een verhuizing ga doen binnen hetzelfde huis waarin ik woon, en omdat ik een appartement neem aan de achterkant met een kamer meer, had ik een bureau nodig en een klein bed van ijzer en wat stoelen.) Maar, als gevolg van incidentjes die zich onophoudelijk voordoen en die je moet weten te aan te zien komen, en die ik niet heb zien aankomen, kan dat werk pas over twee weken gedrukt en betaald worden, en misschien pas aan het eind van de maand.

Op het moment dat ik je dit schrijf, heb ik nog 20 frank hier liggen. Ik zal die langzaam met angst en beven zien wegvliegen. Over een maand, over twee weken ben ik rijk, maar tot die tijd... Tot die tijd wanorde en dientengevolge geen productie. Dat is mijn verhaal van negen jaar lang dat vandaag opnieuw weer begint. Bovendien heb ik behalve de totale betaling van mijn brochure ik een beetje geld van mijn boekhandelaar gekregen als lening en ik heb hem beloofd die overmorgen aan hem terug te sturen. Ik smeek je, wees niet boos op me. Ik zit nu al twee dagen te herkauwen over wat ik moet doen, en ik dacht dat het meest verstandige dat ik kon doen was dat ik je mijn stommiteit zou opbiechten. Maar hoeveel dagen gaan er tussen mijn brief en jouw antwoord zitten! En dan jouw boosheid! En jouw waarschijnlijke armoede! Als 200 het mogelijke overstijgen, dan moet het maar 150 zijn; als 150 teveel is, dan moet het maar 100 zijn, GEEFT NIET HOEVEEL DAN MAAR, en als ik niet door jou rustig het einde van de maand kan bereiken of zelfs maar de eerste helft, dan hoop ik dat ik dan tenminste maar een paar dagen respijt kan krijgen om weer bij te komen. Nu ik mijn bekentenissen heb gedaan, hoef ik alleen nog maar enkele meningen toe te voegen die hierover gaan. Ik zou graag willen dat mijnheer Ancelle hier niet in gemêleerd raakt, in absolute zin. Ik wil niet dat jij hem wantrouwend tegen mij maakt. Ik had naar hem toe kunnen gaan en van zijn verstrooidheid kunnen profiteren, maar ik wilde me liever tot jou richten. Ik denk niet dat er in het buitenland gebruik gemaakt kan worden van wissels bij de post zoals dat in Frankrijk gedaan wordt; daarbij denk ik dat jij niet weet hoe dat werkt. De enige twee personen van onze kennissen die ik zonder woede en zelfs met plezier kan gaan zien, zijn mijnheer Olivier en mijnheer Lenglet (ik weet hun adres niet).


Ik heb je voor vandaag vast wel genoeg lastiggevallen. In mijn volgende brief, van 16 september waarschijnlijk, zal ik dan het verhaal vertellen van een abominabele manier waarop mijnheer de dokter Nacquart me heeft beetgenomen bij mevrouw de Balzac, die ik wilde zien. Wat bezielt die gemene man die ik meer dan twintig jaar niet gezien heb en die ik alleen maar gekend heb door die voorspellingen die hij gedaan had over mijn dood, en de dreigementen van de martelingen die hij me wilde aandoen ? Voor de rest, om je het verhaal te vertellen moet ik het wat verder gaan uitdiepen.
Ik ben heel erg ongerust en heel verdrietig. Je moet het toegeven aan jezelf, de mens is maar een heel zwak dier, want de gewoonte speelt zo’n grote rol in de deugd. Ik had de grootste moeite om mezelf weer aan het werk te zetten. En dan nog, ik zou eigenlijk het woordje weer moeten schrappen, want volgens mij ben ik nooit aan het werk geweest. Wat een buitengewone zaak! Een paar dagen geleden had ik de papieren in handen van de jeugd van Balzac.

Niemand kan zich ooit voorstellen hoe onhandig, onnozel en DOM die grootse man in zijn jeugd was. En toch is het hem gelukt om niet alleen grandioze denkbeelden maar ook een immens denkvermogen te krijgen, zich dat eigen te maken, om het zo te zeggen. Maar hij heeft ALTIJD gewerkt. Het is best een troostende gedachte dat men door werken niet alleen geld kan verdienen maar ook een ontegenzeggelijk talent. Maar toen Balzac dertig was had hij al een paar jaar lang een permanent werkritme als gewoonte aangenomen, en tot nu toe heb ik alleen maar schulden en plannen met hem gemeen.
Ik ben echt heel verdrietig. Dat grote werk dat ik je volgende maand op ga sturen zul je vast met veel plezier lezen of liever met de trotse ogen van een moeder; maar hoe dan ook, het is uiteindelijk een gemene zaak. Je zult ongetwijfeld wat verrassende bladzijden lezen; en de rest is enkele een samenraapsel van tegenstrijdigheden en onzinnig gepraat. En de eruditie zit er alleen maar aan de buitenkant. En verder? En verder, wat zal ik verder laten zien? Mijn dichtbundel? Ik weet dat het een paar jaar geleden goed zou zijn geweest voor de reputatie van een man. Dan zou het een herrie gegeven hebben bij alle duivels. Maar vandaag de dag zijn alle voorwaarden, omstandigheden allemaal veranderd. Maar als mijn boek een lange adem heeft, hierna? Wat? Toneel, roman, de geschiedenis zelf misschien wel. Maar jij weet niet wat dagen vol twijfel inhouden. Soms lijkt het wel of ik teveel redenerend ben geworden en dat ik teveel gelezen heb om iets oprechts en naïefs te scheppen. Ik ben teveel een wijsgeer en te weinig een harde werker. Maar misschien ben ik uiteindelijk over een week wel vol vertrouwen en verbeelding?
Ik denk terwijl ik dit opschrijf, dat ik dit voor geen goud aan een kameraad zou toegeven.


Maar ik moet niet achteruit deinzen. Ik moet in de loop van 1852 uit mijn toestand van niets kunnen zijn gekomen, en voor het Nieuwjaar moet ik al een paar schulden hebben betaald, en mijn gedichten hebben uitgebracht. Ik zal deze zin uit mijn hoofd leren.
Wat Balzac betreft, ik was bij de eerste voorstelling van Mercadet le Faiseur. De mannen die die arme man zo hebben gekweld beledigen hem na zijn dood. Als jij de Franse kranten leest, dan zul je hebben begrepen dat het afschuwelijk was. Het is gewoon een geweldig stuk. Ik zal het je opsturen.
Schrijf me meteen terug. Neem goede voorzorgsmaatregelen dat de brief niet kwijtraakt.  Vertel me over de manier waarop jij wilt dat ik met jou correspondeer. Schrijf er ook wat details bij over je reis en vooral over je gezondheid. Vergeet niet je brieven te dateren, wat je altijd vergeet. En ontvang nu het bewijs van de diepe vreugde die ik nog heb, en die mijn geweten gerust stelt, dat ik de natuurlijke banden met mijn moeder weer heb aangehaald die nooit onderbroken hadden moeten worden. Veel liefs.

                                Charles.
Aan mijnheer Charles Baudelaire (alleen aan hem), rue des Marais-du-Temple 25, Parijs, Frankrijk.
Frankeer, dat is iets wat ik niet doe, en daar is ook alle reden voor.
                                    C.B.
Deze brief is heel slecht gekrabbeld. Dat komt door de ijzeren veer. – Als het mogelijk is, probeer dan een keer gratis tabak uit Spanje naar me toe te laten sturen.
De volgende keer zal ik het met je hebben over J. Jacques, die jou overigens de groeten doet.

AAN [?]
                        Parijs, 15 oktober 1851.

Ik ben een aantal keren bij Amédée Pichot langsgegaan, en uiteindelijk heeft het hen behaagd om me te vertellen dat hij niet in Parijs was. Vraag dus ZO SNEL MOGELIJK het boek aan in Londen als u dat nog niet gedaan heeft.
Werken van Edgar Poe, en vooral de uitgave met levensberichten, als die er is.
Hoogachtend,
                                Charles Baudelaire.

Vorige pagina Volgende pagina

De correspondentie van Charles Baudelaire

© Vertaling Vivienne Stringa Copyright.
Iedere vorm van reproductie van deze website, zelfs gedeeltelijk, is verboden zonder toestemming van de auteur.
Indien u inhoud van deze website wilt gebruiken kunt u contact opnemen met mij via : @Contact