FRANS LEREN

 

Leerboek spreekvaardigheid voor scholen en docenten

Leerboek spreekvaardigheid voor scholen en docenten. Frans Leren à la française, Vivienne Stringa, VERTALINGEN, BOEKEN VAN FRANSE AUTEURSSpreekvaardigheid is een taalonderdeel dat je het beste in de praktijk kunt leren. Maar dat is niet altijd mogelijk, en het kan zelfs voorkomen dat een leerling ineens bemerkt dat hij niet voldoende is voorbereid wanneer het eindexamen nadert.

Om deze lacune te voorkomen heb ik een boek geschreven : “ Communication avancée ”. Dit boek vol oefeningen is bestemd voor scholieren vanaf 4 havo, tot en met 6 vwo. Hiermee leert de leerling via opdrachten dialoogjes maken en spreken. Zo leert hij of zij opbouwend spreken vanaf A2 niveau. De thema's en de rode draad van de opdrachten zijn gebaseerd op de criteria waaraan het eindexamen mondeling Frans moet voldoen. De verschillende niveaus van de opdrachten worden aangeduid met de ERKnormen. De opdrachten kunnen afzonderlijk gemaakt worden,

  
 

Onderwijzers en het toepassen van theater

In het denken van de beschaving bestaat er een sterke link tussen docenten en de wereld van artiesten en met name bij degenen die op de voorgrond staan, de acteurs, want dat zijn de auteurs van het geschreven woord dat naar voren treedt etc.; omdat er een zekere zorg aan wordt besteed. Dat wil zeggen de onderwijzer besteedt zorg aan zijn werk, hij verzorgt, draagt over; want hij onderwijst niet alleen maar, nee hij geeft geen teken, hij zit in een symbolische verhouding van kennisoverdracht en zelfs van pedagogiek, van het begeleiden van het kind. En waar ik mij momenteel heel veel mee bezig houd, naast vele andere zaken, is zoveel mogelijk contacten te leggen tussen artiesten en onderwijzers. Omdat ik denk dat de persoonlijke ervaring van docenten groter moet worden op dit gebied. Bovendien hebben en beoefenen zij zelf al de vaardigheiden van het bewerken van taal, het

  
 

Daniel de Montmollin

Daniel de Montmollin leeft en werkt bij de godsdienstige broedergemeenschap in Taizé, bij Cluny, opgericht in 1940 door broeder Roger. In 1950 richt hij er een pottenbakkersatelier op. Vanaf 1956 gaat hij zich op steengoed richten.

Hij houdt ook van schrijven en poésie. In 1964 publiceert hij ‘Le Poème Céramique’ (‘Het keramisch gedicht’) waarin hij vertelt over het leven en het werk van een pottenbakker met zijn fundamentele waarden. In 1972 maakt hij een dichtbundel, ‘Par l’Eau et par le Feu, un itinéraire du potier’ (‘Door water en vuur, een zoektocht van een pottenbakker’). Hij verdiept zich in de wonderen van de asglazuren en in 1976 verschijnt ‘L’Art des Cendres’ (de Kunst van de As) bij uitgeverij Presses de Taizé. Daniel de Montmollin vervolgt zijn zoektocht en in 1987 verschijnt de eerste druk van ‘Pratique des Émaux de Grès’ en dit wordt direct gretig gelezen door pottenbakkers en ook op diverse scholen.

  
 

Voorwoord van La Comédie Humaine

La Comédie Humaine. Balzac. Frans leren Vivienne Stringa Omdat ik aan mijn dertien jaar geleden aangevangen werk de titel La Comédie Humaine heb gegeven, lijkt het me wel nodig om er de gedachte achter te vermelden, er de oorsprong van te vertellen, er de opzet in het kort van te geven, en over al die dingen te praten alsof ik er zelf geen enkel belang in heb. Dit is niet zo heel moeilijk als het publiek wel zou kunnen denken. Weinig werk geeft veel eigendunk, veel werk levert oneindig veel bescheidenheid op. Deze opmerking komt voort uit de grote zoektocht waaraan Corneille, Molière en andere grote schrijvers hun werk onderwierpen : het is misschien onmogelijk om hen te evenaren voor wat betreft hun prachtige ideeën, maar men kan dan altijd nog op hen willen lijken in dit gevoel. Het eerste idee voor la Comédie Humaine kwam in me op als een soort van droom, als zo’n onmogelijk project dat je eerst even streelt maar dan laat vervliegen; een schim die even glimlacht, zijn vrouwengezicht toont maar direct zijn vleugels uitslaat en opstijgt naar een fantasiehemel. Maar de schim verandert van werkelijkheid, net als andere schimmen, zij heeft haar bevelen en haar tirannie waaraan gehoorzaamd moet worden.

  
 

QUINZE JOURS EN HOLLANDE. PAUL VERLAINE

PAUL VERLAINE. QUINZE JOURS EN HOLLANDE. Frans leren Vivienne Stringa Vous m'avez manifesté le désir de lire, par lettres, un court récit de mon voyage en Hollande. Voici, en quelques pages que je veux faire les plus remplies possible. Invité par un groupe d'artistes et de littérateurs de là-bas à donner chez eux une série de conférences, j'accédai bien volontiers à leur désir, ayant toujours été curieux de ce pays que l'ingrat Voltaire, son hôte de corps et d'esprit, dénonce comme plein “ de canaux, de canards et de canaille ”, de ce pays qu'à mon tour je proclame plein, évidemment de canaux et de canards, mais plus encore de talent héréditaire et de traditionnelle histoire restée. Le 2 novembre 1892, le jour, précisément, des Morts, bon augure, je partis par la gare du Nord dans, grâces à des fonds miraculeusement venus des Pays-Bas, un wagon spécial de première classe, sinon en vrai souverain, du moins en prince encore très sortable — : miroirs aux panneaux, tablettes d'acajou relevées au juste moment pour déjeuner ou dîner, etc. Inutile, n'est-ce pas ? de vous dépeindre le triste paysage des environs de Paris, Saint-Denis excepté, avec son abbatiale jadis royale, toujours divine,