Baudelaire correspondentie: een keuze uit brieven


Charles Baudelaire correspondentie : een keuze uit zijn brieven. Baudelaire 1832

De correspondentie van Charles Baudelaire

Behalve zijn wereldberoemd geworden gedichten heeft Baudelaire ook heel veel brieven geschreven om te communiceren met zijn moeder, Ancelle de toegewezen voogd, enkele vrienden en kennissen, deurwaarders en zijn uitgever/drukker.

Er zijn in de correspondentie Charles Baudelaire. frans leren, Vivienne Stringaverschillende biografieën van Baudelaire vele dingen gezegd en geschreven, maar wat is er reëler dan zijn eigen correspondentie om iets over zijn leven en gedachten en mens-zijn te weten te komen ?

Zonder tussenkomst van een “interprète” ? Vanwege de grote interesse die veel mensen hebben in de persoonlijkheid van Baudelaire en zijn leven dat achter zijn mysterieuze maar o zo aantrekkelijke poésie schuil ging, komen hier een aantal brieven van hem, vertaald in het Nederlands.

Elke periode uit zijn leven wordt hierbij belicht, beginnend bij de eerste brieven aan zijn broer op elfjarige leeftijd. Hier valt op hoe hij op een bijzonder volwassen manier zijn gedachten reeds op papier kon zetten. Daarna zijn puberteit op het Lycée Louis le Grand (deze school bestaat nog steeds) waar hij zowel hoge cijfers scoorde als strafwerk kreeg.

Ook leest men over de groeiende onmin met generaal Aupick, en vervolgens zijn jaren van meerderjarig worden, met het familieberaad waarin besloten werd dat hij niet meer over zijn erfenis mochtbeschikken.

De jaren van de productie van zijn literaire werk, de contracten, de orderbriefjes, de wissels, de deurwaarders.

De schulden, die begonnen omdat hij enerzijds teveel uitgaf en anderzijds voor zijn werk niet de bedragen uitbetaald kreeg die hem beloofd waren.

Verder de jaren in Parijs waarin hij onophoudelijk beloofde om bij zijn moeder in Honfleur te gaan wonen ; de publicatie van Les Fleurs du Mal, het proces twee weken daarna, zijn vertrek naar België, zijn aanvallen, zijn ziektes, zijn verdriet, en zijn constante ergernis over “gedoe” en “niet kunnen toekomen aan gewoon rustig werken”.

Dit alles drijvend op de pijlers van zijn grootste correspondente, zijn moeder madame Aupick, aan wie hij het vaakst en het meest schreef. Baudelaire sterft ten slotte op 31augustus 1867, zijn laatste brief is van 31 maart 1866.

Hij wastoen al zo ziek dat hij die dicteerde.

correspondentie Charles Baudelaire. frans leren, Vivienne Stringa

 

Aan Alphonse Baudelaire.
                                    1 februari 1832. Lyon.
Beste broer,

Je had gezegd dat ik je iedere eerste van de maand moest schrijven en dus voldoe ik aan mijn plicht.
Ik zal je over mijn reis vertellen.
Eerste stommiteit van mama: bij het inladen van haar bagage op de imperiaal, merkt ze dat ze haar mof niet meer om heeft en ze schreeuwt als een toneelactrice: “En mijn mof dan!” En ik antwoord haar kalm: “Ik weet waar die is en ik zal hem wel gaan halen.” Ze had hem in het kantoor laten liggen op een bankje.
We stappen in de diligence, eindelijk daar gaan we. Wat mij aangaat, ik was al vanaf het eerste moment in een slecht humeur vanwege die mof, de waterbollen, de kandelaars, de heren  -  en dameshoeden, de jassen, de hoofdkussens, dekens, nogal veel, allerlei soorten mutsjes, schoenen, bontsloffen, laarsjes, manden, jampotten, bonen, brood, handdoeken, enorm veel kippen, lepels, vorken, messen, scharen, draad, naalden, spelden, kammen, jurken, rokken, zoveel, wollen kousen, katoenen kousen, korsetten op elkaar gestapeld, biscuitkoekjes, en de rest kan ik me niet meer herinneren.
Broer van me, je zult wel kunnen aanvoelen dat ik omdat ik altijd in beweging moet kunnen zijn, altijd of op de ene voet of op de andere moet kunnen staan, dat ik niet meer kon bewegen, en nauwelijks bij het raam kon gaan zitten.
Maar binnenkort word ik weer net zo vrolijk als normaal. We moesten in Charenton overstappen en vervolgden onze weg; ik weet niet meer waar we allemaal overstapten, dus ga ik nu maar verder met de avond. Toen de dag ten einde liep, zag ik een mooi schouwspel, en dat was de ondergaande zon; die rode kleur vormde een vreemd contrast met de bergen die zo donkerblauw waren als de allerdonkerste pantalon. Ik had mijn zijden mutsje opgezet en toen liet ik me voortgaan tegen de rug van het rijtuig aan en toen dacht ik dat altijd reizen me een heel aangenaam leven zou lijken; ik zou je er nog wel meer over willen vertellen, maar een vervloekt opstel verplicht me nu om mijn brief hier af te sluiten.
Je kleine broer.
            Charles Baudelaire.

Vergeet je niet mijn zus en Théodore de hartelijke groeten te doen. Ik zal je het vervolg van mijn reisverhaal rond 1 maart sturen.
Mama en papa wensen je veel goeds.

 

AAN ALPHONSE BAUDELAIRE
                            Lyon. 6 september 1832.
Beste broer,

Wat is er nou, wat is er gebeurd, ben je boos op me, of ben je soms ziek? Ik heb je nu al twee keer geschreven; heb je mijn brief dan niet ontvangen? Maar ik heb in een vorige brief van je gekeken en daar stond je adres in. Ik dacht dat het huis van mijnheer Ducessois bekend was in Fontainebleau en daarom heb ik op de brief die ik je een tijdje terug geschreven heb bij mijnheer Ducessois gezet. Misschien schrijf je me niet omdat je niet weet waar ik woon. In dat geval is mijn adres rue d’Auvergne nummer 4. Ik ben op vakantie maar het is net alsof dat niet zo is; ze hebben het lelijke idee gehad om me de rest van het jaar op het internaat te doen. Wat het ergste is, is dat papa me beloofd had om te reizen en hij geen tijd heeft. Vertel me dus echt je adres in Fontainebleau zolang je daar nog bent en verwittig me ervan wanneer je vertrekt. Ik denk dat je op de place des Fossés woont. Kom op, als je boos bent omdat ik de eerste van de maand heb overgeslagen, vergeef het me et redi mecum in gratia. Schrijf me terug. Schrijf me over wat je doet, of je vaak op jacht gaat. Ik geef toe dat mijn eerste jaar niet erg standvastig is geweest. Want ik heb op college alleen maar een eervolle vermelding gekregen. Ik heb in dit internaat wel wat boeken gewonnen maar wat betekent een prijs in een klein internaat? Maar ik ga wel echt op het Collège naar de tweede en ik hoop dat ik word opgemerkt. Ik heb twee uitnodigingen gehad voor het platteland, maar mama zei dat ze helemaal niet wist of we wel zouden gaan. Ik heb in al mijn brieven vergeten je te vertellen over onze kennissenkring. We kennen geen enkele Lyonse dame; al onze kennissen houden op bij de militairen, de intendance en de gendarmerie. We hebben in onze kennissenkring een aantal aardige mensen, en een aantal charmante dames. Ik hoef je die niet op te noemen, dat zou je toch niet interesseren, want die ken je niet. Ik ben ook vergeten je te vertellen over ons huis. Dat is mooi. Zonder overdrijven, wij hebben één van de mooiste uitzichten van Lyon. Je kunt je niet voorstellen hoe mooi het is, hoe magnifiek het is, hoe mooi het is [sic], hoe rijk begroeid deze heuvel is, hoe groen hij is. Kom op, schrijf me terug. Adieu. Heel veel liefs voor jou en ook aan de hele familie.

                    Je jongere broer
                    Charles.
Mama en papa doen je ook de groeten.

Vorige pagina Volgende pagina

De correspondentie van Charles Baudelaire

© Vertaling Vivienne Stringa Copyright.
Iedere vorm van reproductie van deze website, zelfs gedeeltelijk, is verboden zonder toestemming van de auteur.
Indien u inhoud van deze website wilt gebruiken kunt u contact opnemen met mij via : @Contact