Bijvoeglijk naamwoord Frans Vivienne Stringa

Adjectif qualificatif Het bijvoeglijk naamwoord

Een BIJVOEGLIJK NAAMWOORD hoort bij een Zelfstandig naamwoord om daarover iets te zeggen. Het wordt verbogen naar het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en getal (enkelvoud of meervoud) van dit zelfstandig naamwoord:

- Un beau vélo ; Une belle voiture (mnl ev; een mooie fiets) (vrl ev; een mooie auto)

- Un grand chien; une grande maison (mnl ev; een grote hond) ( vrl ev; een groot huis)

- Les petits chats; les petites voitures (mnl mv; de kleine katjes;) ( vrl mv; de kleine auto's)

- Ils sont fiers; elles sont fières (mnl mv; Zij zijn trots ) (vrl mv; zij zijn trots)

-Ils sont grands;  elles sont grandes (mnl mv; zijn zijn groot ) ( vrl mv; zij zijn groot)

UITGANGEN

ENKELVOUD :

Mannelijk geen uitgang: grand, petit

Vrouwelijk : -e uitgang grande, petite

MEERVOUD :

mannelijk : -s uitgang grands, petits

vrouwelijk : - es uitgang grandes, petites

FUNCTIES van het bijvoeglijk naamwoord

 

Het bijvoeglijk naamwoord geeft informatie over de persoon of het voorwerp (zelfstandig naamwoord of voornaamwoord) :

- Les voitures sont rapides.

- Les voitures bleues sont rapides.

Het bijvoeglijk naamwoord hoort dus ofwel bij een ZNW ofwel bij een persoonlijk voornaamwoord: 

- Une petite maison.

- Deux talentueux joueurs.

- Ils sont merveilleux.

De PLAATS van het bijvoeglijk naamwoord

 

REGEL : het bijvoeglijk naamwoord komt ACHTER het zelfstandig naamwoord.

UITZONDERINGEN: De volgende bijvoeglijk naamwoorden komen VÓÓR het zelfstandig naamwoord:

getallen en hoeveelheden: elle a trois voitures (ze heeft drie auto's); la prochaine fois (de volgende keer)

rangtelwoorden: les dix dernières années (de laatste tien jaar); la première fois (de eerste keer)

de volgende veel voorkomende bijvoeglijk naamwoorden: BEAU, JOLI, BON, MAUVAIS, PETIT, GRAND, GROS, NOUVEAU, JEUNE, VIEUX, DOUBLE, DEMI, AUTRE, MÊME

De plaats van het bijvoeglijk naamwoord is van invloed op de betekenis.

 

Bekijk het verschil, VOOR of ACHTER het zelfstandig naamwoord :

GRAND : un athlète GRAND (lichaamslengte) ► un GRAND athlète (een succesvolle atleet)

CURIEUX : un voisin CURIEUX (een nieuwsgierige buurman) ► un CURIEUX voisin  (een vreemde buurman)

PAUVRE : une famille PAUVRE (een arme familie) ► une PAUVRE famille (een zielige, ongelukkige familie)

SEUL : un homme SEUL (een man alleen, zonder vrienden) ► un SEUL homme (maar één man)

CHER : une montre CHÈRE (een duur horloge) ► ma CHÈRE montre (mijn geliefd horloge, waaraan ik zo gehecht ben)

PROPRE : une cuisine PROPRE (een schone keuken) ► ma PROPRE cuisine (mijn eigen keuken)

ANCIEN : une maison ANCIENNE (een antiek, zeer oud huis) ► mon ANCIENNE maison (mijn vorige huis)

DIFFÉRENT : des cahiers DIFFÉRENTS (niet dezelfde schriften) ► DIFFÉRENTS cahiers (meerdere schriften)

DE PLAATS IN DE ZIN van het bijvoeglijk naamwoord kan nuanceverschillen geven :  

- Fatigués, les lions dormaient dans leur cage ► de leeuwen, vermoeid, sliepen in hun kooi/ omdat de leeuwen vermoeid waren, sliepen zij in hun kooi

- Les lions fatigués dormaient dans leur cage ► de vermoeide leeuwen sliepen in hun kooi (de andere leeuwen, die niet moe waren, dus niet)

DE VERBUIGING BLIJFT DAN TOCH ALTIJD GELDEN :

Een bijvoeglijk naamwoord kan bij het zelfstandig naamwoord staan, maar het kan ook in een bijwoordelijke bepaling staan, en het kan zelfs gescheiden van het bijvoeglijk naamwoord staan, na de komma bijvoorbeeld. DE VERBUIGING BLIJFT DAN TOCH ALTIJD GELDEN :   

Les voitures bleues arrivent à l'instant.

Les premières voitures sont bleues.
Nerveux, les lions tournaient dans la cage.

Ces bandits, hommes sanguinaires, étaient redoutés.  

 In het Frans spreekt men van een épithète ; dit is een bijvoeglijk naamwoord dat hoort bij een zelfstandig naamwoord zonder werkwoord, noch voorzetsel, alleen dienend voor de beschrijving, en deze kan weggelaten worden zonder dat dit problemen oplevert voor het tekstbegrip :

C'est une petite voiture (Het is een -kleine- auto)

Voici un grand immeuble (Dit is nu een - grote-  flat)

Un commerçant aimable m'a servi. (Een -aardige- verkoper heeft me geholpen)

Het épithète kan dus ook weggelaten worden: C'est une voiture - Voici un immeuble - Un commerçant m'a servi.

 DIVERSE ZINNEN ter controle

 -Un joli divertissement  un divertissement joli.

-Le quinzième sièclele siècle quinzième.

- Le jeune chien.

- Le toit est rouge.

- Il croyait que la robe de sa sœur était verte.

- Le drapeau bleu   ► le bleu drapeau

- Une route droite   ► une droite route.

- Le droit républicain  ► le républicain droit

- les privilèges royaux et non ► les royaux privilèges

- Les tragédies shakespeariennesles shakespeariennes tragédies.

- Un panier garni  un garni panier

- Une avenue passante  ► une passante avenue.

- Un grand homme (personnage célèbre) et un homme grand (de taille).

Het verschil tussen NEUF en NOUVEAU :

het betekent allebei NIEUW.

NEUF = recent gemaakt/ gefabriceerd (NIEUW) ; voor voorwerpen; komt NA het zelfstandig naamwoord:

Mon père a une voiture NEUVE, c'est la dernière Citroën (mijn vader heeft een splinternieuwe auto, de nieuwste Citroën)

NOUVEAU = verschillend van wat er eerder was (ANDER-E) ; voor veranderingen; komt vóór het zelfstandig naamwoord:

Mon ami a une NOUVELLE voiture, une vieille Jaguar magnifique (mijn vriend heeft een nieuwe (andere) auto, een prachtige oude /antieke Jaguar)

NEUF/NEUVE = tegenovergestelde van VIEUX/VIEILLE:

NOUVEAU/NOUVELLE = tegenovergestelde van ANCIEN/ANCIENNE (oude, antieke, vorige, eerdere)

Adjectif qualificatif ► Het bijvoeglijk naamwoord