DE dans une phrase négative, DE na een ontkenning

DE in een ontkennende zin

Wanneer de onbepaalde lidwoorden  un, une, des en de delende lidwoorden du, de la, des  in een ontkennende zin komen te staan met ne… pas, ne… plus , etc., dan worden zij in de regel verkleind tot de ( of d’ voor een klinker) vóór het lijdend voorwerp.

VOORBEELDEN

- Je ne prendrai pas de vacances cet été.
  (Ik neem geen vakantie deze zomer.)
  En niet: Je ne prendrai pas des vacances cet été.

- Nicole ne boira pas  de vin ce soir, puisqu’elle vient d’apprendre qu’elle est enceinte.
  (Nicole zal vanavond geen wijn drinken, want ze heeft net vernomen dat ze in verwachting is.)
  En niet: Nicole ne boira pas du vin ce soir, puisqu’elle vient d’apprendre qu’elle est enceinte.

- Il n’y a pas de farine dans cette recette.
  (Er zit geen bloem in dit recept.)
  En niet: Il n’y a pas de la farine dans cette recette.

- Jean-Guy n’a pas trouvé d'avocat pour défendre ses intérêts dans cette affaire.
  (Jean-Guy heeft geen advocaat gevonden om zijn belangen te verdedigen in deze zaak.)
  En niet: Jean-Guy n’a pas trouvé un avocat pour défendre ses intérêts dans cette affaire.

MAAR...

Maar wanneer het element na de ontkenning het tegenovergestelde is verandert er niets aan de ontkenning. Dit is ook het geval wanneer het zelfstandig naamwoord een lijdend voorwerp is van het werkwoord être.

Voorbeelden:

- Nous n’avons pas des compliments à te faire, mais des reproches.
 (We hebben geen complimentjes voor je, maar wel verwijten.)

- Nicole ne boira pas  du vin ce soir, mais de la bière.
 (Nicole zal vanavond geen wijn drinken, maar bier.)

- Je ne suis pas  une incompétente, malgré ce que j’ai fait.
 (Ik ben niet onbekwaam, ondanks datgene dat ik heb gedaan.)

- Ce n’est pas  du grésil ni  de la grêle.
 (Het is geen natte sneeuw, noch hagel.)

NE... QUE

Bij de uitdrukking  neque, dat 'slechts/alleen maar' betekent, verandert er ook niets. Het is dan ook geen echte ontkenning.

Voorbeelden:

- Nous n’avons que des compliments à te faire.
 (Wij hebben alleen maar complimenten voor je.)

- Nicole ne boira que du vin ce soir, puisqu’elle n’aime pas la bière.
 (Nicole zal alleen wijn drinken vanavond, want ze houdt niet van bier.)

- Il n’y a que  de la farine de blé entier dans cette recette.
 (Er zit
 alleen maar volkoren bloem in dit recept.)

DE in een ontkennende zin. DE dans une phrase négative