DEPUIS, PENDANT, EN, IL Y A, DANS; VOEGWOORDEN, , GRAMMATICA, FRANS LEREN

TIJDSDUUR

Algemene structuren voor het uitdrukken van een tijdsduur

DEPUIS (sinds)

PENDANT (tijdens)

EN (binnen, over)

IL Y A (geleden)

DANS (over)

Duurt voort

Op het moment van spreken duurt de handeling nog voort

Beperkte duur

1 op het moment van spreken is de handeling af

2. het gaat om een beperkte periode in de toekomst

3 men spreekt over een algemene situatie

Tijd nodig om iets te doen

Het gaat om de tijd die nodig is om de handeling af te maken.

Tijdstip in het verleden

Het gaat om iets dat plaats heeft gevonden.

Tijdstip in de toekomst

Het gaat over iets dat plaats gaat vinden.

Werkwoorden in de tegenwoordige of verleden tijd

Werkwoord in de verleden, toekomende of tegenwoordige tijd

Werkwoorden in tegenwoordige, verleden of toekomende tijd

Werkwoorden in de verleden tijd

Werkwoorden in de tegenwoordige of toekomende tijd

 

Depuis (sinds, al)

Gebruik

Duurt voort: de handeling duurt nog voort op het moment van spreken

J'étudie le français depuis deux ans.(Ik studeer nu twee jaar Frans)

Je l'attends depuis deux heures. (Ik wacht al twee uur op hem)

Ce magasin est ouvert depuis trois mois. (Deze winkel is open sinds drie maanden)

Je suis marié depuis 1986. (Ik ben getrouwd sinds 1986)

Je suis malade depuis une semaine. (Ik ben al een week ziek)

Depuis son départ, elle est triste. (Sinds hij weg is, is zij verdrietig)

Il est revenu depuis la semaine dernière. (Hij is sinds vorige week terug)

Il a changé d'attitude depuis un certain temps. (Hij is sinds een tijdje van houding veranderd)

Il ne travaille plus depuis l'âge de 60 ans. (Hij werkt niet meer sinds zijn zestigste)

Il n'a pas écrit depuis trois ans. (Hij heeft al drie jaar niet geschreven)

Il est parti depuis longtemps. (Hij is al een tijd geleden vertrokken)

Je ne l'ai pas vu depuis trois semaines. (Ik heb hem al drie weken niet gezien)

Depuis son accident, il n'a jamais voulu conduire une voiture. (Sinds zijn ongeluk heeft hij nooit meer willen autorijden)

Noot1 : er bestaan ook uitdrukkingen als ÇA FAIT ...QUE of IL Y A ... QUE die hetzelfde betekenen, maar deze hebben alleen betrekking op een tijdsperiode)

Ça fait deux ans que j'étudie le français. (Ik studeer nu twee jaar Frans)

Il y a deux heures que je l'attends. (Ik wacht al twee uur op je)

Ça fait trois mois que ce magasin est ouvert. (Deze winkel is nu drie maanden open)

Il y a une semaine qu'il est revenu. (Hij is een week geleden teruggekomen)

Ça fait longtemps qu'il est parti. (Hij is al heel lang weg)

Il y a trois ans qu'il n'a pas écrit. (Hij heeft al drie jaar niet geschreven)

Ça fait une semaine que je ne l'ai pas vu. (Ik heb hem al een week niet gezien)

Noot 2 : DEPUIS ... QUE wordt gebruikt als het vertrekpunt in het verleden ook vermeld wordt.

Depuis qu'il est parti, les choses ont beaucoup changé. (Sinds -dat- hij vertrokken is, is er veel veranderd)

Depuis que je suis né, j'ai un problème à l'oreille. (Sinds ik geboren ben heb ik al een oorprobleem)

Il rêve d'être acteur depuis qu'il est tout petit. (Hij wil al van kinds af aan acteur worden) 

Il n'est plus le même depuis qu'elle l'a quitté. (Hij is veranderd sinds zij bij hem weg is)

Il n'arrête pas de parler depuis que le film a commencé. (Hij praat al de hele tijd sinds de film is begonnen)

Il prend sa voiture tous les jours depuis qu'il a son permis de conduire. (Sinds hij zijn rijbewijs heeft gaat hij elke dag met de auto weg)

Tout va plus vite depuis qu'on a inventé l'électricité. (Sinds de uitvinding van de elektriciteit gaat alles sneller)

Pendant

(tijdens, of onvertaald)

Tijdsduur in het verleden : op het moment van spreken is de handeling al af. Het werkwoord staat in de regel in de voltooide tijd.

J'ai habité au Maroc pendant trois ans. (Ik heb - gedurende - drie jaar in Marokko gewoond)

J'ai vécu pendant de longues années en Chine. (Ik heb jarenlang in China gewoond)

Je l'ai attendu pendant des heures. (Ik heb uren op hem gewacht)

Je me suis ennuyé pendant ce cours. (Ik heb me verveeld tijdens deze les)

Pendant tout le voyage, il m'a raconté sa vie. (Hij heeft me tijdens de reis alles over zijn leven verteld)

Il a beaucoup souffert pendant son enfance.(Hij heeft veel geleden toen hij klein was)

Je l'ai rencontré pendant mon séjour à Paris. (Ik heb hem ontmoet toen ik in Parijs was)

J'ai appris le français pendant un an puis j'ai abandonné. (Ik heb een jaar lang Frans geleerd maar toen liet ik het vallen)

Il y a eu trois sonneries de téléphone pendant le concert. (Er was drie keer een mobieltje te horen tijdens het concert)

In de toekomende tijd verwijst PENDANT naar een afgebakende perioide in de tijd. Het werkwoord staat in de toekomende tijd.

Cette exposition va durer pendant quinze jours. (Deze expositie duurt twee weken)

Je ne sais pas ce que je vais faire pendant les vacances. (Ik weet niet wat ik ga doen deze vakantie)

Je serai absent pendant deux semaines. (Ik zal er twee weken niet zijn)

Il va faire froid pendant deux jours. (Het wordt twee dagen koud)

Les chauffeurs de bus vont faire la grève pendant cinq jours. (De buschauffeurs gaan vijf dagen staken)

Ma voiture est en panne : je vais devoir prendre le métro pendant toute la semaine prochaine. (Mijn auto is kapot: nu moet ik volgende week de hele week de metro nemen)

Noot - PENDANT kan soms verwijzen naar een algemene situatie. Het werkwoord staat dan in de tegenwoordige tijd.

La bibliothèque ferme pendant les vacances.

J'attrape toujours un rhume ou deux pendant l'hiver.

En (binnen)

Een tijdsduur om iets af te maken: men bedoelt de tijd die nodig is om een handeling uit te voeren . Het werkwoord staat in de tegenwoordige, verleden of toekomende tijd.

Vraiment facile cet exercice, je vais le faire en une heure. (Deze oefening is echt makkelijk, ik ga hem in een uur afkrijgen/ die krijg ik binnen het uur af.)

Il a mangé trois croissants en deux minutes ! (Hij heeft drie croissants gegeten in twee minuten!)

Des coureurs cyclistes font le tour de France en trois semaines. (Wielrenners doen gedurende drie weken de tour deFrance)

En deux mois, j'ai grossi de dix kilos ! (Ik ben in twee maanden tien kilo aangekomen!)

Si vous voulez maigrir de cinq kilos en deux semaines, faites un régime. (Als u in twee weken vijf kilo wilt afvallen, dan moet u een dieet volgen)

Il a appris à parler français en six mois. (Hij heeft in een half jaar Frans leren praten )

Jules Verne a écrit "Le Tour du monde en quatre-vingts jours". (Jules Verne schreef "Een reis om de wereld in tachtig dagen")

 

Il y a (geleden)

Tijdstip in het verleden : men spreekt over iets dat plaats heeft gevonden. Het werkwoord staat dan meestal in de voltooid verleden tijd.

Jacques ? Je l'ai vu il y a deux jours. (Jacques? Die heb ik twee dagen geleden gezien)

J'ai rencontré Marie il y a cinq minutes. (Ik heb Marie vijf minuten geleden ontmoet)

Le cours a commencé il y a dix minutes. (De les is tien minuten geleden begonnen)

Cela s'est passé il y a deux jours. (Dat is twee dagen geleden gebeurd)

Nous nous sommes rencontrés il y a cinq ans. (Wij hebben elkaar vijf jaar geleden ontmoet)

C'était son anniversaire il y a deux jours. (Hij was twee dagen geleden jarig)

Note : en référence à une période de temps, on utilise IL Y A ...  QUE comme équivalent de DEPUIS

Il y a trois jours qu'ils sont arrivés. (Zij zijn drie dagen geleden aangekomen)

Il y a vingt ans qu'elle est partie en France. (Zij is twinitg jaar geleden naar Frankrijk vertrokken)

Il y a dix ans que nous vivons ensemble. (Wij wonen tien jaar samen)

 

Dans (over)

Tijdstip in de toekomst: men spreekt over iets dat plaats gaat vinden. Het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd of in de toekomende tijd.

Je finis dans deux heures, venez me chercher. (Ik ben over twee uur klaar, komt u me dan halen)

Je vous rejoins dans dix minutes. (Ik kom over tien minuten bij u)

Les vacances, c'est dans deux mois ! (Over twee maanden is het vakantie!)

Je vais avoir des examens dans deux semaines. (Over twee weken heb ik examens)

Dépêchez-vous, le film commence dans cinq minutes. (Schiet eens op/haast je/jullie, de film begint over vijf minuten)

Le train entrera en gare dans trois minutes. (De trein zal over drie minuten het station binnenrijden)

Je ne sais pas ce que je ferai dans dix ans ! (Ik weet niet wat ik doe over tien jaar!)

Dans vingt siècles, la Terre aura peut-être disparu. (Over twintig eeuwen is de aarde misschien verdwenen)