FÉMININ, MASCULIN, SINGULIER, PLURIEL ; VROUWELIJK, MANNELIJK, ENKELVOUD, MEERVOUD frans leren

ENKELVOUD, MEERVOUD

MANNELIJK EN VROUWELIJK : KENMERKEN EN BESCHRIJVING

In de Franse taal zijn er twee geslachten, mannelijk en vrouwelijk, die duidelijker aangeduid worden dan in het Nederlands en waarmee men te maken krijgt in de grammatica. In dit hoofdstuk komen de verschillende aspecten aan bod van deze belangrijke grammaticale eigenschap, en ook alles over het in het meervoud zetten van woorden.

MANNELIJK

Algemeen : Mannelijke zelfstandig naamwoorden en mannelijke dieren :
 

- Chat, chien, Jean, père ...

Het lidwoord dat er voor staat is LE of UN :
- Le chien, un soldat ...

VROUWELIJK

Algemeen : Vrouwelijke zelfstandig naamwoorden en vrouwelijke dieren :

 - Chatte, chienne, mère, Paulette ...

Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is het lidwoord la of une :

- La voiture, une femme ...

HET VROUWELIJK ZELFSTANDIG NAAMWOORD  kan ook afgeleid zijn van het MANNELIJK ZELFSTANDIG NAAMWOORD

 Dit kan op de volgende manieren :

Door er een -E aan vast te plakken :
l- Un ami une amie.

Behalve :

als sommige zelfstandig naamwoorden  al op  -E eindigen; dan wordt de vrouwelijke vorm anders:
- Un tigre ► une tigresse.

 Bij woorden eindigend op -AT : die  worden in het vrouwelijk  -ATE  (behalve bij  chat, chatte) : lauréat, lauréate

Bij woorden eindigend op  -EL wordt het vrouwelijk  -ELLE : - Personnel ► personnelle ... 

Woorden op -ER  krijgen de vrouwelijke vorm op -ÈRE (let op het accent) : - Un ouvrier ► une ouvrière, le premier ► la première.

Woorden op  -ET die in het vrouwelijk -ette krijgen (dubbele -t) (behalve bij préfet, préfète, sous-préfet, sous-préfète).

Sommige woorden op -EN  kunnen op -ENNE eindigen (dubbele -n):
- Un chien ► une chienne.

Woorden op -F  kunnen op  -VE eindigen :
- Veuf ► veuve. Neuf ►neuve

Sommige woorden op  -AN kunnen eindigen op -ANE (behalve bij paysan / paysanne, rouan / rouanne)

Sommige woorden op  - IN eindigen op -INE : - Orphelin ► orpheline ...

Sommige woorden  op  -ON eindigen op -ONNE : - Un lion ► une lionne   baron ► baronne

Woorden op -OT eindigen op -OTE : (behalve sot, sotte).

Sommige woorden op -EUR kunnen op  -EUSE eindigen :
- Un voleur ► une voleuse, coiffeur ► coiffeuse  vendeur  ►  vendeuse (behalve enchanteur, pécheur, vengeur : deze worden -eresse zoals enchanteresse

Woorden  op -TEUR eindigen op -TEUSE of -TRICE : Un chanteur ► une chanteuse, un acteur ► une actrice ...

en exécuteur, inspecteur, inventeur en persécuteur, deze eindigen dan op -TRICE zoals inspecteur/ inspectrice).

Woorden op -S worden vrouwelijk door te eindigen op -SE : (behalve métis, métisse) 

Ook woorden op  -X worden vrouwelijk door te eindigen op -SE : (behalve roux, rousse, vieux, vieille): époux ►épouse

UITZONDERINGEN :

Wanneer het vrouwelijk en het mannelijke woord gewoon andere woorden zijn:
- Frère ► sœur, garçon ► fille, oncle ► tante... coq ► poule, cheval ► jument, loup ► louve...

(broer/zus, jongen/meisje, oom//tante, haan/kip, hengst/merie, wolf/ wolvin,etc.)

ALLEEN ONDERSCHEID DOOR LIDWOORD

Er zijn in het Frans ook woorden, die maar één vorm hebben, maar waarvan het lidwoord aangeeft of zij vrouwelijk of mannelijk zijn (le, la, un, une = épicènes)

Algemene namen :  un acquéreur, un agresseur, un amateur, un apôtre, un armateur, un architecte, un artilleur, un assassin, un auteur, un bandit, un bâtonnier, un bourreau, un brigand, un censeur, un charlatan, un défenseur, un démon, un déserteur, un diplomate, un écrivain, un escroc, un expert, un fantassin, un faux-monnayeur, un filou, un forçat, un fossoyeur, un géomètre, un goinfre, un gourmet, un grand couturier, un imposteur, un imprimeur, un individu, un ingénieur, un juge, un juré, un magistrat, un malfaiteur, un mécène, un médecin, un ministre, un monarque, un oppresseur, un otage, un paria, un peintre, un pilote, un plombier, un possesseur, un précurseur, un prédateur, un prédécesseur, un professeur, un reporter, un sauveur, un sculpteur, un serrurier, un successeur, un supporter, un tâcheron, un témoin, un terrassier, un tirailleur, un tyran, un usager, un vainqueur, un voyou ...
Dierennamen : serpent, oiseau, girafe, mouette

Dingen/voorwerpen : fruit, continent, ciel, pomme, terre, fleur

Abstracte begrippen : songe, amitié, science

Beroepen die geen vrouwelijke vorm krijgen: docteur, ingénieur, procureur, professeur...

  Maar wel : un ambassadeur/ une ambassadrice

VERANDERING VAN VORM

Sommige woorden krijgen -ESSE op het eind : 
- Duc ► duchesse, ivrogne ► ivrognesse, nègre ► négresse, ogre ► ogresse, prince ► princesse

Woorden op -EUR die zijn afgeleid van een tegenwoordig deelwoord op -ANT, krijgen een vrouwelijke vorm op -EUSE :
- Dépanneur ► dépanneuse, nageur ► nageuse, serveur ► serveuse

Woorden op - EUR : enchanteur, pécheur, vengeur  die het vrouwelijk op -eresse hebben :
- Enchanteresse, pécheresse, vengeresse

Andere woorden op -EUR:   exécuteur, inspecteur, inventeur, manipulateur, traducteur; krijgen de vrouwelijke vorm op -TRICE :
- Exécutrice, inspectrice, inventrice, manipulatrice, traductrice

Woorden op -TEUR amateur, directeur, programmateur die niet afgeleid zijn van een tegenwoordig deelwoord op -ANT krijgen ook een vrouwelijke vorm op -TRICE :- Animatrice, directrice, programmatrice

ENKELVOUD, MEERVOUD

Enkelvoud is alles dat minder is dan twee en een eenheid vormt. 
- Un chat, le tabouret, un poème.

In alle andere gevallen is het meervoud van toepassing.
- Des chats, les tabourets, des poèmes.

In de meeste gevallen wordt het meervoud gevormd uit het enkelvoud :

Men voegt een -S toe aan het wood in het enkelvoud :

 - Un lion, des lions, une voiture, des voitures.

Onveranderlijk zijn woorden die in het enkelvoud eindigen op  -S, -X, -Z :
- Rubis, parvis, noix, choix, nez, riz.

DE VOLGENDE WOORDEN HEBBEN APARTE MEERVOUDSUITGANGEN :

ZIJ MAKEN DEEL UIT VAN DE FRANSE KLASSIEKEN

Zeven woorden eindigend op -OU in het enkelvoud krijgen een -X in het meervoud :
Bijou, caillou, chou, genou, hibou, joujou, pou.
En in het meervoud worden deze dus:
Bijoux, cailloux, choux, genoux, hiboux, joujoux, poux.

Nog eens zeven woorden, eindigend op -AIL in het enkelvoud krijgen -AUX in het meervoud :  
Bail, corail, émail, soupirail, vantail, travail, vitrail.
En zien er in het meervoud dus zo uit :
Baux, coraux, émaux, soupiraux, vantaux, travaux, vitraux.
Uitzondering : ail (knoflook) wordt  aulx in het meervoud; maar in botanisch jargon zegt men la famille des ails.  

Voor wat betreft bétail (vee) dit kent net als in het Nederlands geen meervoud.

De woorden aïeul, ciel, œil  (voorouder, hemel, oog) kunnen meerdere meervoudsvormen hebben :

Aïeux of aïeuls, cieux of ciels, œils of yeux.

Aïeux les Cathares sont mes aïeux. (betekenis van voorouders genealogie) 
Aïeulsun seul de mes aïeuls est blond. (betekenis van  grootouders)

Cieux =  ciel : le royaume des cieux.  
Ciels = climat : les plus beaux ciels sont méditerranéens. (hemel als meteorologisch verschijnsel)

Yeux = œil : 
Œilsdes œils-de-perdrix (cors aux pieds). (in samengestelde vormen en uitdrukkingen, eksteroog bijvoorbeeld.)

 Woorden op -AL krijgen -AUX in het meervoud :
- Un cheval , des chevaux; un animal, des animaux.

(Idéal wordt des idéaux of des idéals)
Behalve :  Bal, cal, carnaval, cérémonial, chacal, festival, régal , deze krijgen een -S in het meervoud.

 Behalve : 

Sommige namen zijn mannelijk in het enkelvoud en worden vrouwelijk in het meervoud : 

- Amour : Un amour maternel (mannelijk)  en des amours enfantines (vrouwelijk).

WELKE UITGANG: ENKEL- OF MEERVOUD ?

Bij ONDUIDELIJKE HOEVEELHEDEN :

 LA PLUPART :

als het onderwerp la plupart een hoeveelheid aangeeft, dan wordt het werkwoord vervoegd naar deze hoeveelheid :

La plupart de mes livres sont reliés : de meeste van mijn boeken zijn ingebonden

La plupart du temps se passait en bavardages : de meeste tijd ging voorbij aan geklets

La plupart partent en vacances : de meesten gaan op vakantie

 PLUS D'UN :

Plus d'une feuille tombe  meer dan één blaadje valt  ("er vallen heel wat blaadjes")

Bij DUIDELIJKE HOEVEELHEDEN :

  ► zoals cijfers, krijgt men pas meervoud als het getal meer dan twee is :

1,5 jour  (un jour et demie) anderhalve dag

HET BIJVOEGLIJK NAAMWOORD

In het Frans bestaan er drie soorten van het bijvoeglijk naamwoord :

- Het bijvoeglijk naamwoord gewoon: court, courte.
-
De kleuren : vert, verte.
-
Het bijvoeglijk naamwoord in de vorm van een bijwoord.

Algemene regel :

- Het bijvoeglijk naamwoord staat ACHTER  het zelfstandig naamwoord : une voiture noire.
-
Sommige bijvoeglijk naamwoorden staan VOOR het zelfstandig naamwoord:   un grand gaillard.
-
In zeldzame gevallen kan een bijvoeglijk naamwoord zowel er voor als er achter staan lors d'une manifestation récente - lors d'une récente manifestation.

Let op dat de plaats van het bijvoegljik naamwoord wel een andere betekenis geeft :
- Un homme grand (par la taille) - Un grand homme (par son talent). (een grote man / een groot man)
DÉFINITIONS

L'épithète (EPITHETON) : een bijvoeglijk naamwoord dat bij een zelfstandig naamwoord  of een voornaamwoord hoort om daar iets over te zeggen; er is geen voorzetsel bij, noch werkwoord. Het kan voor of na het zelfstandig naamwoord komen te staan :
- C'est une petite voiture - Voici un grand immeuble - Un commerçant aimable m'a servi. Het epithetum kan weggelaten worden zonder dat de tekst onbegrijpelijk wordt :

- Voici un immeuble - Un commerçant m'a servi.

Het verschil met een ATTRIBUT, een naamwoordelijk deel van een gezegde  in een naamwoordelijk gezegde, is dat het bijvoeglijk naamwoord dan verbonden is met het zelfstandig naamwoord door middel van een koppelwerkwoord (zijn, worden, blijven) : 
- Cette voiture est petite (Hier kan men het bijvoeglijk naamwoord niet weglaten ►  Cette voiture est X

 - L'immeuble sera grand - L'immeuble sera

- Ce commerçant semble aimable - Ce commerçant semble.

HET BIJVOEGLIJK NAAMWOORD : DE VROUWELIJKE VERBUIGING

Het maken van de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord :

Over het algemeen wordt het vrouwelijk maken van bijvoeglijk naamwoorden eenvoudigweg gedaan door een -e achter de mannelijke vorm te zetten :
- Un chat câlin, une chatte câline

- Un garçon mignon, une fille mignonne

Als de mannelijke vorm eindigt op een -e, dan verandert het woord in de regel NIET :
- Un homme habile, une femme habile. - Un homme sobre, une femme sobre.

UITZONDERING  : traître , traîtresse     Hieronder volgen de uitzonderingen :

En savoir plus : VROUWELIJKE VERBUIGING van Bijvoeglijk naamwoorden

  Als de mannelijke vorm op een -f eindigt, wordt het vrouwelijk  -ve :
- Un buffet neuf, une chaise neuve

- Vif, vive ...

 Als de mannelijke vorm eindigt op een -g, wordt de vrouwelijke vorm  -gue :
- Un long parcours, une longue route

- Un visage oblong, une pierre oblongue.   (Niet verwarren met de trema op de GUE hieronder ).

Als de mannelijke vorm eindigt op  -gu, dan komt er in de vrouwelijke vorm een -e met een trema achter: 
- Un cri aigu, une plainte aiguë. (Zonder de trema zou men aigue anders uitspreken, namelijk net als figue)

- Ambigu, ambiguë - Contigu, contiguë - Exigu, exiguë.

Als de mannelijke vorm eindigt op -s NA EEN KLINKER, dan komt er bij de vrouwelijke vorm een -e achter :
- Ras, rase - Mauvais, mauvaise.

UITZONDERINGEN : bas, épais, exprès, gras, gros, las, métis : hier komt er een dubbele -s in het vrouwelijk: basse, épaisse, expresse, grasse, grosse, lasse, métisse :

- Défense expresse. 
BEHALVE BIJ  : tiers, frais, absous, dissous = tierce, fraîche, absoute, dissoute.

Als de mannelijke vorm eindigt op een -c, dan komt er bij de vrouwelijke vorm -che achter :
- Un bristol blanc, une feuille blanche - franc, franche, - sec sèche

UITZONDERINGEN : caduc, grec, public, turc... : DEZE WORDEN IN DE VROUWELIJKE VORM:  caduque, grecque, publique, turque ... :
 - Un accord caduc, une entente caduque - Le peuple grec, les populations grecques.

Als de mannelijke vorm eindigt op een  -x, wordt het een -se in het vrouwelijk :
- Un ouvrier heureux, une ouvrière heureuse - Peureux, peureuse - Jaloux, jalouse.
UITZONDERINGEN  : faux, roux, vieux... = fausse, rousse, vieille ...
EN : doux = douce.

Als het mannelijk bijvoeglijk naamwoord eindigt op  -al, dan verdubbelt de  l niet in de vrouwelijke vorm :
- Un arrêté municipal, une police municipale - Un avis général, une réunion générale.

Als de mannelijke vorm eindigt met -el, -eil, -ien, -et, -on, dan verdubbelt de laatste medeklinker en daarachter komt een -e in de vrouwelijke vorm :
- L'appel solennel, la commémoration solennelle - Un style pareil, une règle pareille - Un vélo ancien, une voiture ancienne - Un homme muet, une femme muette - Un bon père, une bonne mère.
UITZONDERINGEN :
Bij complet, concret, désuet, discret, indiscret, incomplet, inquiet, replet, secret verdubbelt de  -t niet, maar er komt een accent (accent grave)  op de  -e complète, concrète, désuète, discrète, indiscrète, incomplète, inquiète, replète, secrète.

Als de mannelijke vorm eindigt op  -er, dan wordt dit -ère in het vrouwelijk :
- Un pain entier, une brioche entière - Altier, altière ...

Als de mannelijke vorm eindigt op -in, -an, of -un, dan wordt de -n niet verdubbeld :
- Vilain, vilaine - Brun, brune - Plein, pleine - Fin, fine.

UITZONDERINGEN  : paysan, rouan krijgen wel een dubbele -n : paysanne, rouanne.
BEHALVE  : bénin, malin, persan = bénigne, maligne, persane.

Als het mannelijk bijvoeglijk naamwoord eindigt op -eur, en het is afgeleid van een Frans werkwoord, wordt het  -euse in de vrouwelijke vorm :
- Un avis flatteur, une remarque flatteuse. (Van het Franse werkwoord (flatter).
Contrôle : kijken of het bijvoeglijk naamwoord eindigend op  -eur als werkwoord vervoegd kan worden én een tegenwoordig deelwoord kan vorm.

ENKELVOUD, MEERVOUD MANNELIJK EN VROUWELIJK: KENMERKEN EN BESCHRIJVING