le mien le tien le sien

Het bezittelijk voornaamwoord met lidwoord
 

 

Dit vervangt een zelfstandig naamwoord en duidt aan van wie het bezit is waarover men praat. Het krijgt wel de verbuiging naar het geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/ meervoud) van het zelfstandig naamwoord dat het vervangt:
- Mes élèves ne sont pas les vôtres. (In plaats van vos élèves).(Mijn leerlingen zijn de uwen niet / niet die van u)
- Mon chien est plus sage que le tien. (In plaats van  que ton chien). (Mijn hond is braver dan de jouwe / die van jou)
- Ma maison est neuve, comme la vôtre. (In plaats van votre maison).(Mijn huis is nieuw, net als het uwe / die van u)

Personen en functies van het bezittelijk voornaamwoord met lidwoord 

1 - Het bezittelijk voornaamwoord krijgt de uitgang van het geslacht en het getal van het zelfstandig naamwoord dat het vervangt :
- Sa voiture est grande, mais la mienne va plus vite. (Zijn auto is groot, maar de mijne / die van mij is sneller )
- Mon frère est plus jeune que le tien. (Mijn broer is jonger dan de jouwe/ die van jou)

 - Les premiers colis sont pesés, approchez les vôtres. (De eerste pakketjes zijn gewogen, kom maar hier met die van u/ de uwen)

2 - Het bezittelijk voornaamwoord krijgt de vorm van de persoon die de bezitter is : 
- Leurs voitures vont plus vite que la mienne. (hun auto's gaan sneller dan de mijne)
- Leurs revenus sont moins importants que les nôtres. (Hun inkomens zijn lager dan
de onze.)

3 - Bezittelijk voornaamwoorden met lidwoord kunnen in het enkelvoud zonder zelfstandig naamwoord gebruikt worden als het gaat om een abstract iets, om deelname aan een handeling te preciseren :

- Si vous souhaitez réussir, il va falloir y mettre du vôtre. (Als u wilt slagen, dan zult u iets van uzelf moeten inzetten)

4 - Bezittelijk voornaamwoorden kunnen in het meervoud gebruikt worden om ouders, familie, vrienden aan te duiden :

- Cet homme a travaillé toute sa vie pour le bonheur des siens. (Les siens zijn vrouw en kinderen ).

 
Enkelvoud
Meervoud

Mannelijk

le mien, le sien, le tien,
le nôtre , le vôtre , le leur

les miens, les tiens, les siens,
les nôtres , les vôtres , les leurs

Vrouwelijk

la mienne, la tienne, la sienne,
la nôtre , la vôtre , la leur

les miennes, les tiennes, les siennes,
les nôtres , les vôtres , les leurs

Het bezittelijk voornaamwoord met lidwoord