Le subjonctif présent; de subjonctif; gebruik, voorbeelden en vormen; Frans leren à la française; werkwoorden grammatica; Vivienne Stringa

 

« – Qu’entendez-vous par un bon cheval ?

– J’entends un cheval qui puisse faire vingt lieues en un jour. » Victor Hugo

De subjonctif 

In het Frans is er een werkwoordsvorm die dagelijks gebruikt wordt en daarom zeer belangrijk is om aandacht aan te besteden : de subjonctif. We kunnen de subjonctif het beste vergelijken met de (ouderwetse) Nederlandse werkwoordsvorm 'de aanvoegende wijs'. Deze werd vroeger bij ons ook dagelijks gebruikt, met name voor kerkelijke en koninklijke aangelegenheden. Zo hebben wij hiervan nog overgehouden: 'Leve de Koning, Leve de Koningin', 'Moge u een behouden vaart hebben', en 'dat je maar veel mag verdienen'. In het Frans is het gebruik van de subjonctif verplicht en dit gebruik ligt vast volgens de volgende grammaticale regels. Meestal gaat het gepaard met 'que...'  (dat...' ) :

Wanneer gebruikt men de subjonctif ?  

  - Wanneer men wil uitdrukken ...

Een gevoel

Gevoel :  Je suis content que tu viennes. (Ik ben blij dat je komt)
Oordeel : Je suis indigné qu'il n'ait rien dit. (Ik ben verontwaardigd dat hij niets gezegd heeft)
Verbazing :  Je m'étonne qu'elle soit en retard. (Ik verbaas me dat ze te laat is)
Vrees : J'ai peur qu'il ait oublié notre rendez-vous. (Ik ben bang dat hij onze afspraak vergeten is)
Noodzaak : Il faut que nous sortions. (We moeten er uitgaan)

Wens/wil

Bevel : Que personne ne vienne m'ennuyer ! (Dat niemand me komt lastigvallen!)
Wens : Je souhaite qu'il vienne. (uitzondering : j'espère qu'il viendra) (Ik zou wensen dat hij komt)
Toestemming : J'accepte qu'ils sortent avec leurs amis. (Ik accepteer dat zij met hun vrienden uitgaan)
Raad :  Il vaut mieux que tu partes tout de suite. (Het is beter dat je meteen vertrekt)

Mogelijkheid

Veronderstelling : Il se peut qu'elle soit partie. (Het kan zijn dat ze vertrokken is)
Twijfel : Je doute qu'il soit allé la voir.  (Ik twijfel of hij naar haar toe is gegaan)

Na de volgende woordgroepen :

à condition que, à moins que, afin que, autant que, avant que, bien que, de crainte que, de peur que, de sorte que, en attendant que, jusqu'à ce que, malgré que, pour que, pourvu que, quoique, sans que

J'ai accepté malgré qu'il ne soit pas qualifié. (Ik heb het geaccepteerd ondanks het feit dat hij niet bevoegd is)

Maar NIET na : 

après que, plus que, moins que, depuis que...

La mort est bien plus vivante qu'on ne le croit. (croit staat in de gewone tegenwoordige tijd)

Wanneer het antecedent (voorafgaande) een overtreffende trap heeft :

Bij deze bijvoeglijk naamwoorden:  seul, premier, dernier, unique, suprême, meilleur. Wanneer met deze woorden een overtreffende trap gemaakt wordt, komt er ook een subjonctif:
 
C'est le seul qui ait dit cela.

Andere gevallen

On eût dit ...

Kan vervangen worden door  « on aurait dit », dus kan de subjonctif vervangen.
 

Verleden tijd

De subjonctif kent ook een verleden tijd. Deze wordt minder vaak gebruikt. Wanneer er twijfel bestaat of de subjonctif in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd moet staan, dan is het beter om hem in de tegenwoordige tijd te zetten.

Elle passa la porte sans que le chien ne la mordît.
Elle passe la porte sans que le chien ne la morde.

   

Drie oefeningen van verschillend niveau om uw kennis van de subjonctif te testen

makkelijk

gemiddeld

moeilijk

 Hier  de uitgangen  van de  subjonctif :
 Persoon  Werkwoorden uit de 1e groep  Werkwoorden uit de 2e groep   Werkwoorden uit de 3e groep
 je  stam + e  stam + isse  stam + e
 tu  stam + es  stam+ isses  stam + es
 il/elle/on  stam + e  stam + isse  stam+ e
 nous  stam+ ions  stam + issions  stam + ions
 vous  stam + iez  stam+ issiez  stam+ iez
 ils/elles  stam + ent  stam + issent  stam + ent