LES ADVERBES, bijwoorden; Frans leren; Vivienne Stringa

L'ADVERBE - HET BIJWOORD
ALGEMEEN

Devant, il y a la rue ; derrière, il y a un jardin.    

Een bijwoord wordt niet verbogen, heeft geen geslacht (is niet mannelijk, noch vrouwelijk) en kent ook geen enkelvoud of meervoud 
 - Il avance lentement - Elle avance lentement - Ils avancent lentement. (Hij, zij gaat, zij gaan langzaam vooruit). 

Een bijwoord preciseert, en kan daardoor de zin completeren : 
- Je conduisais la voiture. (Ik reed in de auto).
- Je conduisais la voiture rapidement. (Ik reed snel met de auto) Het bijwoord rapidement verandert de zin

 

Een bijwoord kan dus een zin, woordgroep of woord veranderen. Deze veranderingen kunnen zijn als volgt :

1. De betekenis van een bijvoeglijk naamwoord : 
- Une petite voiture - Une très petite voiture. (Een kleine auto/ een heel kleine auto) 

2. De betekenis van een werkwoord : 
- Il court (hij rent) - Il court vite (Hij rent snel) - Il court longtemps (Hij rent lang) - Il court beaucoup. (Hij rent veel) - Il court loin. (Hij rent ver.)

3. De betekenis van een ander bijwoord :
-Il arrive tard - Il arrive trop tard. (Hij komt laat aan - Hij komt te laat aan)

4. De betekenis van de hele zin uitgesproken door de spreker of de auteur :
- Malheureusement, il allait vite. (Helaas ging hij snel)

 

Een bijwoordelijke bepaling of uitdrukking staat in verbinding met een werkwoord : - Je passerai vous chercher de bonne heure. (Ik kom u vroeg halen)
-  
Vous finirez au fur et à mesure. (Jullie maken het allengs af)
- Passez me voir tout de suite. (Kom meteen naar me toe)

- Il est revenu nous voir avant-hier. (Hij is eergisteren weer bij ons langsgekomen)

  Samengestelde bijwoorden krijgen een verbindingsstreepje :

Diverse soorten bijwoorden

In het Frans zijn er veel bijwoorden, met verschillende betekenissen. Hier enkele voorbeelden :

1. Bijwoorden van manier : bien, vite, mal (goed, snel, slecht)

2. Bijwoorden van intensiteit : beaucoup, moins, trop (veel, minder, te/ teveel)

3. Bijwoorden van tijd: hier, aujourd'hui, demain (gisteren, vandaag, morgen)

4. Bijwoorden van plaats : dedans, dehors, loin (binnen, buiten, ver)

5. Bijwoorden van bevestiging : oui, certainement, volontiers (ja, zeker, graag)

6. Bijwoorden van ontkenning : non, jamais, nullement (nee, nooit, geenszins)

7. Bijwoorden van twijfel : peut-être, sans doute, vraisemblablement (misschien, ongetwijfeld, waarschijnlijk)

De plaats van het bijwoordin de zin

Als het werkwoord in een eenvoudige tijd staat komt het bijwoord er meestal achter :

- Nous roulons vite. (Wij rijden snel)
- Vous surveillerez alentour (U gaat eromheen surveilleren).

Als het werkwoord in de voltooide tijd staat komt het bijwoord na het voltooid deelwoord te staan :

 - J'ai nagé longtemps. (Ik heb lang gezwommen)

 of tussen het voltooid deelwoord en het hulpwerkwoord :  - Nous avons souvent gagné. (Wij hebben vaak gewonnen)

Let op: bijwoorden van plaats en tijd komen gewoonlijk na het voltooid deelwoord:

- À l'aube ils ont cherché partout. (Bij het aanbreken van de dag hebben ze overal gezocht)
- Il y avait un trou, l'enfant est tombé dedans. (Er was een gat, en het kind is er in gevallen)
- Les sauveteurs sont rentrés avant-hier. (De reddingswerkers zijn eergisteren thuisgekomen)

LIJST VAN BIJWOORDEN per soort :

Bijwoorden van MANIER

- admirablement
- ainsi
- aussi
- bien
- comme
- comment
- debout
- doucement

- également
- ensemble
- exprès
- franco
- gratis
- impromptu
- incognito
- lentement

- mal
- mieux
- pis
- plutôt
- presque
- recta
- vite
- volontiers

Bijwoorden van INTENSITEIT (sterkte)
 

- ainsi
- à peine
- à peu près
- absolument
- à demi
- assez
- aussi
- autant
- autrement
- approximativement
- beaucoup
- carrément
- combien
- comme

 - complètement
 - davantage
 - à demi
 - diablement
 - divinement
 - drôlement
 - encore
 - entièrement
 - environ
 - extrêmement
 - fort
 - grandement
 - guère
 - infiniment

 - insuffisamment
 - joliment
 - même
 - moins
 - pas mal
 - passablement
 - peu
 - plus
 - plutôt
 - presque
 - prou
 - quasi
 - quasiment
 - quelque

 - rudement
 - si
 - suffisamment
 - tant
 - tellement
 - terriblement
 - totalement
 - tout
 - tout à fait
 - très
 - trop
 - trop peu
 - tout à fait
 - un peu

Bijwoorden van TIJD

- alors
- après
- après-demain
- aujourd'hui
- auparavant
- aussitôt
- autrefois
- avant
- avant-hier
- bientôt
- cependant

- d'abord
- déjà
- demain
- depuis
- derechef
- désormais
- dorénavant
- encore
- enfin
- ensuite
- entre-temps

- hier
- jadis
- jamais
- longtemps
- lors
- maintenant
- naguère
- parfois
- plus
- premièrement
- puis

- quand ?
- quelquefois
- sitôt
- soudain
- souvent
- subito
- tantôt
- tard
- tôt
- toujours

 Bijwoorden van PLAATS

- ailleurs
- alentour
- arrière
- au-delà
- au-dessous
- au-dessus
- au-devant
- autour

- avant
- ça
- céans
- ci
- contre
- deçà
- dedans
- dehors

- derrière
- dessous
- dessus
- devant
- ici
- là
- là-haut
- loin

- où
- outre
- partout
- près
- proche
- sus
- y

 Bijwoorden van BEVESTIGING of van TWIJFEL*

- apparemment*
- assurément
- aussi
- bien
- bon

- certainement
- certes
- en vérité
- oui
- peut-être*

- précisément
- probablement*
- sans doute*
- si
- soit

- tout à fait
- toutefois*
- volontiers
- vraiment
- vraisemblablement*

 Bijwoorden van ONTKENNING

aucunement (in het geheel niet)                nullement (geheel niet)

ne...guère (nauwelijks)                                  ne... plus (niet meer)

ne... jamais (nooit)                                        ne point... (niet, geen)

ne... pas (niet)                                                 ne... rien (niets)

non (nee, niet-)                                               ne... aucun (geen enkele)

Bijzonderheid

 

 TOUT ÉTONNÉE, MAAR : TOUTE SURPRISE

De verbuiging van het bijwoord TOUT vóór een vrouwelijk woord dat begint met een medeklinker, is een bewijs van een weerstand van een gebruik, afkomstig uit de geschiedenis, tegen een grammaticale "logica" die geen uitzonderingen zou dulden. In het oud Frans werden de woorden volgens hun "aard" behandeld, en werd het woord TOUT als bijwoord beschouwd in zijn "aard" als onbepaald bijvoeglijk naamwoord. Hierdoor werd het gewoonlijk verbogen met het bijvoeglijk naamwoord waar het bij stond.

Tijdens het classicisme kon deze gewoonte overleven, maar werd wel beconcurreerd door een tendens die de grammatici met alle geweld willen generaliseren, namelijk het niet verbuigen van het bijwoord. Dit ging niet gepaard zonder moeilijkheden en tegenstrijdigheden.  In 1704 werd de huidige regel ingevoerd door de Académie: men behoort te zeggen : elles furent tout étonnées .

Hoewel men het er wel over eens was dat toute en toutes verbogen geschreven moeten worden vóór bijvoeglijk naamwoorden die met een medeklinker beginnen: cette femme est toute belle ; ces étoffes sont toutes sales.

Dit standpunt wordt in 1718 bevestigd en vervolgens door alle grammatici en alle woordenboeken overgenomen. Het wordt een wijs compromis tussen de "bizarheid" van het gebruik en de "logica" van de grammatica, want : 

Als regel wordt er gesteld dat het niet verbogen wordt.

De vorm tout wordt in het vrouwelijk voor een klinker niet verbogen, omdat de uitspraak [tut] vanzelfsprekend is en het niet nodig is om er dan nog eens een extra -e aan te geven ;

Het is niettemin toch nodig om het teken voor de uitspraak te behouden vóór de medeklinker [tut]

Omdat de vrouwelijke vorm al naar voren komt in de geschreven vorm, is besloten om daar ook een eventueel meervoud aan te verbinden.

Dit compromis was ongetwijfeld zeer schrander, want het heeft de tijd doorstaan, waardoor een zeer oud gebruik efficiënt kan overleven in de  huidige spreektaal. Men kan vreemd genoeg zien dat bij goede auteurs, dus in schriftelijk taalgebruik, de vrouwelijke uitgang voor een klinker ook gebruikt wordt : elle en est toute étonnée; maar, alleen in het enkelvoud, want in het meervoud zou bij de uitspraak de -s te horen zijn met de verbinding: elles en sont toutes étonnées, net als bij toutes en sont étonnées.

Oefeningen : bijwoord