Passé composé et l'imparfait: verschil passé composé en imparfait

VERSCHIL PASSÉ COMPOSÉ en L'IMPARFAIT

 

Op deze pagina vindt u een korte beschrijving van het verschil tussen deze twee verleden tijden die in het Frans anders gebruikt worden in vergelijking met het Nederlands en waarover om die reden veel onbegrip kan bestaan.

Voor een meer uitgebreide beschrijving van ook de andere verleden tijden in het Frans zie ook LE PASSÉ DES VERBES

 

In het Nederlands gebruiken we, om een verhaal in de verleden tijd te vertellen, bijna altijd de gewone verleden tijd (de OVT, de Onvoltooid Verleden Tijd) voor het hele verhaal :

Toen ik klein was, speelde ik piano. Op een dag ging ik voor de koningin spelen. Op de dag dat ik voor de koningin speelde, was ik twaalf jaar. Het was op het schoolfeest. Het was heel warm toen. Terwijl ik speelde, kletste iedereen. Toen kwam ineens de koningin eraan. Ze klapte. Iedereen stond op.

In het Frans gebruiken we de gewone verleden tijdL´IMPARFAIT, alleen maar om een herinnering, een beschrijving, een gewoonte en het decor aan te geven van de eigenlijke gebeurtenis die verteld wordt. Deze gewone verleden tijd, l'IMPARFAIT, heeft dus een onbepaalde duur, is een toestand. Maar bij het vertellen van de echte gebeurtenis in het Frans moet je het voltooid deelwoord gebruiken, le passé composé. Bovenstaand verhaaltje ziet er dan in het Frans uit als volgt (de imparfait is vet gedrukt, de voltooide tijd is GEKLEURD): 

Quand j'étais jeune, je jouais du piano. Un jour, j'ai joué devant la reine. Le jour où j'ai joué devant la reine, j'avais douze ans. C'était la fête de l'école. Il faisait chaud. Pendant que je jouais, tout le monde bavardait. Soudain, la reine est arrivée. Elle a applaudi. Tout le monde s'est levé.

De voltooid verleden tijd (het voltooid deelwoord, le passé composé) vertelt de plotselinge actie of eenmalige gebeurtenis. Deze actie heeft een bepaalde duur. De passé composé duidt een verandering aan in de oude gewoontes of een verandering in de gegeven beschreven situatie.

woorden die een imparfait aanduiden:

          pendant que, de 1980 à 1998, entre dix et vingt ans, avant, quand, à cette époque-là.

woorden die een passé composé aanduiden:

          tout à coup, soudain, brusquement.

Nog een voorbeeld van een verhaaltje waarin we de verschillen in het gebruik van deze twee tijden kunnen zien. De Imparfait en de passé composé:

Il était environ dix heures. Soudain trois hommes ont attaqué le caissier. La banque était pleine de monde, alors le caissier a donné l'argent aux bandits, mais  il a averti  la police car il y avait une alarme sous son bureau. Deux voleurs ont été arrêtés, mais ils n'avaient pas l'argent sur eux. Le troisième a réussi à s'échapper avec la caisse. Il portait une veste grise, un chapeau et des lunettes noires.

(Voor de vertaling staat de imparfait vetgedrukt, en het werkwoord dat in het Frans een voltooid deelwoord is, is gekleurd, zodat we aan die kleur kunnen zien wat de plotselinge gebeurtenis is:  :

 Het was ongeveer tien uur. Plotseling vielen drie mannen de kassier aan. Het was zeer druk in de bank, dus de kassier gaf het geld aan de bandieten, maar hij waarschuwde wel de politie omdat er een alarm onder zijn bureau zat. Twee dieven werden gearresteerd, maar zij hadden het geld niet. De derde kon ontsnappen met de kas. Hij droeg een grijze jas, een hoed en een zwarte bril.)

En ten slotte nóg een voorbeeld van een verhaaltje dat in het Nederlands haast volledig in de OVT (onvoltooid verleden tijd) kan staan. Vergelijk de werkwoordtijden in het Franse stukje eronder, waarin de  IMPARFAIT (OVT) wordt afgewisseld met de passé composé, die de dingen uitdrukt die in feite de werkelijke gebeurtenissen van het verhaal vormen:

Gisteren ging ik boodschappen doen op de fiets. Het was mooi weer, de zon scheen, de bomen ruisten in de wind, en ik voelde me in topvorm. Vroeger, toen ik nog in Nederland woonde, deed ik mijn boodschappen altijd op de fiets. Helaas regende het wel vaak. Ik was dus rustig aan het trappen, en ik begon de heuvel te beklimmen waarlangs vroeger een klooster uit de XVIe eeuw stond, dat nu verdwenen is. Terwijl ik de berg opklom, hoorde ik ineens een geluid, en dat kwam uit een gat in de muur waarlangs ik reed. Ik stopte om het eens van dichterbij te bekijken. Toen ik bij het gaatje kwam, hield het geluid ineens op. Ik hield me een paar minuten heel stil, en toen ineens zag ik een heel klein koppie uit het gat komen: het was een jonge gewonde eekhoorn! Ik pakte mijn tas en stopte hem erin, en ik keerde weer terug naar huis. Ik deed hem in een doos, en onderzocht hem om zijn wond te bekijken, die tot mijn grote opluchting, alleen maar een kleine snijwond was. Ik wachtte tot de wond weer dicht was en toen liet ik hem in de middag weer vrij. En toen ging ik weer op weg om boodschappen te doen.


Hier, je suis allée faire des courses en vélo. Il faisait beau, le soleil brillait, les arbres ruisselaient dans la brise, et je me sentais en pleine forme. Autrefois, quand j’habitais encore aux Pays-Bas, je faisais toujours mes courses en vélo. Malheureusement il pleuvait souvent. Je pédalais tranquillement, et je commençais à monter la côte le long duquel il y avait un cloître au XVIe siècle, qui a disparu aujourd’hui. Pendant que je grimpais cette côte, tout à coup j’ai entendu un bruit, cela sortait d’un trou dans le mur que je longeais. Je me suis arrêté pour aller regarder cela de plus près. Lorsque je me suis approché de ce trou, le bruit s’est arrêté d’un seul coup. Je me tenais tranquille pendant quelques minutes, et alors, tout à coup, j’ai aperçu une toute petite tête qui sortait du trou : c’était la tête d’un jeune écureuil blessé! J’ai pris mon sac en toile et je l’ai mis dedans, et je l’ai ramené à la maison. Je l’ai mis dans une boîte, et je l’ai regardé pour voir la blessure, qui, à mon grand soulagement, était juste une petite coupure. J’ai attendu que la plaie se ferme et dans l’après-midi, je l’ai relâché. Et je suis reparti pour faire mes courses.

 SAMENVATTING

Passé composé (voltooid deelwoord)

Imparfait (onvoltooid verleden tijd)

Gebeurtenis

voltooid

precies, eenmalig, onverwacht

Beschrijving/ situatie (decor)

onbepaalde duur

herhaling, gewoonte, vaststaand

Gebruik

Voorbeeld

Vetaling (zie de verschillen en ook de overeenkomsten met het Nederlands)

Hier, j'étais malade, et il a plu toute la journée.

Gisteren was ik ziek en het heeft de hele dag geregend..

Il est arrivé trop tôt, j'étais encore sous la douche !

Hij kwam te vroeg, ik stond nog onder de douche!

Quand j'habitais à Paris, j'ai souvent visité les musées.

Toen ik in Parijs woonde, ging ik vaak naar musea. 

Quand j'étais petit, j'ai toujours voulu être pompier.

Toen ik klein was, wilde ik altijd brandweerman worden.

Nous sommes allés au cinéma dans l'après-midi parce qu'il pleuvait.

We zijn ´s middags naar de film gegaan want het regende.

J'ai regardé hier soir une émission qui était très intéressante.

Ik heb gisteren een uitzending gezien die heel interessant was.

Je n'ai pas pu lire parce que les enfants faisaient trop de bruit.

Ik kon niet lezen omdat de kinderen zoveel herrie maakten.

Je ne suis pas sorti parce que j'avais beaucoup de travail.

Ik ben niet uitgegaan want ik had veel werk.

Il faisait trop chaud, je n'ai pas pu dormir.

Het was te warm, ik kon niet slapen.

Mon père a été facteur quand il était étudiant.

Mijn vader was ooit postbode toen hij studeerde.

Mon enfance était heureuse, j'ai vraiment été un enfant heureux.

Mijn kindertijd was mooi, ik was toen echt een gelukkig kind.

Je suis allé lui dire que je ne voulais plus le voir.

Ik ben hem gaan zeggen dat ik hem niet meer wilde zien.

Je suis resté à la maison parce que je recevais des amis.

Ik ben thuisgebleven omdat er vrienden op bezoek kwamen..

Il a écrit à Cécile pour lui dire qu'il ne l'aimait plus.

Hij schreef Cécile dat hij niet meer van haar hield.

J'ai vu une pièce de théâtre dans laquelle les acteurs jouaient très bien.

Ik heb een toneelstuk gezien waarin de actuers heel goed speelden.

Lorsque je l'ai vue la première fois, je suis tout de suite tombé amoureux.

 Toen ik haar voor het eerst zag, werd ik gelijk verliefd.

Je n'ai pas pu venir, j'étais très occupé.

Ik kon niet komen, ik had het erg druk.

VERSCHIL PASSÉ COMPOSÉ en L'IMPARFAIT