sans; zonder; voorzetsel SANS Frans leren

Sans (zonder)

 

Sans : voorzetsel

Het voorzetsel SANS mag in het Frans tussen twee zelfstandig naamwoorden in staan zonder lidwoorden.
- Le festin fut en réalité un repas sans fromages. (Dit feest was in feite een maaltijd zonder kaas / kazen . Le festin fut quoi ? ► un repas ► un repas comment ?► sans fromages).
- Le vainqueur avait remporté une victoire sans panache. (De winnaar had een overwinning behaald zonder pluim)
Dit voorzetsel kan ook tussen twee werkwoorden staan. De vervoeging wordt daardoor niet beïnvloed.
- Il a choisi de mourir sans reculer. (Hij heeft gekozen om te sterven zonder achteruit te deinzen.)

Wanneer het voor een heel werkwoord staat, dan heeft de betekenis SANS, zonder, betrekking op die werkwoorden :
- Pour réussir, certains passent plusieurs concours sans hésiter. (Sommige mensen doen zonder te twijfelen mee aan verschillende concoursen om te slagen)

 De betekenis beslist over de vervoeging van het werkwoord.

 

SANS voor enkelvoud

 

Het zelfstandig naamwoord dat komt na SANS blijft in het enkelvoud :

** Als het een abstracte vorm aanduidt: - C'est un homme sans morale.
- Ne tremblez plus, soyez sans crainte.
** Als het een eenheid aanduidt of maar één oplossing heeft:
- Les ouvriers portaient une valise sans poignée. (De werknemers droegen een koffer zonder handvat. ► een koffer heeft maar één handvat)
- La journée s'était écoulée sans vent. (De dag is zonder wind verstreken ► wind is altijd enkelvoud, een algemeenheid )

**Als het om zelfstandig naamwoord gaat dat niet te tellen is:
- Il prend toujours son café sans lait. (Hij neemt altijd koffie zonder melk ).
- Je prendrai un café sans sucre, ou un thé sans lait.

Het grootste gedeelte van de uitdrukkingen met SANS blijft in het enkelvoud :

- Sans commentaire, sans condition, sans connaissance, sans contredit, sans défense, sans délai, sans douleur, sans doute, sans encombre, sans façon, sans incident, sans inconvénient, sans interruption, sans précédent, sans preuve, sans raison, sans regret, sans réserve, sans retard, sans retour, sans trêve, sans transition, etc.
- Sans-abri, sans-cœur, sans-emploi, sans-faute, sans-gêne.

 

SANS  voor meervoud:

In de volgende gevallen komt het zelfstandig naamwoord zonder lidwoord na "sans" in het meervoud te staan:

- Un arbre sans feuilles. (Un arbre a plusieurs feuilles).(een boom zonder bladeren ► een boom heeft meerdere bladeren)
- Il habite une maison sans fenêtres. (Een huis zonder ramen )

- Il est parti sans cravate et sans gants. (hij is vertrokken zonder stropdas en zonder handschoenen ) 

- Ces bénévoles secourent les personnes sans ressources.

 

Aparte uitdrukkingen

Sans plus : dat was alles, meer niet
"Sans qu'il y en ait davantage" : zonder nog iets

 

- Il reçut trois mille euros sans plus.( Hij kreeg drieduizend euro, meer niet).
- Sans me plaindre à mes parents. (Zonder me bij mijn ouders te beklagen). ► "sans" komt hier voor een heel werkwoord.

Sommige grammatici accepteren beide vormen:

- Une femme sans enfants. (On parle d'une femme avec plusieurs enfants).
- Une femme sans enfant. (On parle d'une femme avec un seul enfant).

- Une dictée sans fautes. (Sans fautes).
- Une dictée sans faute. (Sans aucune faute).