Toekomende tijden,le futur et le conditionnel, grammatica, Frans leren

 

 

TOEKOMENDE TIJDEN :

FUTUR EN DE CONDITIONNEL

Toekomende tijd

Conditionnel

Onderwerp

STAM

uitgangen van de futur

 (zullen+ ww)

uitgangen van de conditionnel  

(zouden +ww)

je

het hele werkwoord bij werkwoorden eindigend op -er:

danser-

ai

(je danserai = ik zal dansen)

- ais

(je danserais = ik zou dansen)

tu

-  as

- ais

il/elle/on

het hele werkwoord bij  ww eindigend op  -ir:

finir-  

-  a

- ait

nous

ons

- ions

vous

hele ww zonder de "e" op het eind bij ww eindigend op -re:

 prendr-  

-  ez

- iez

ils/elles

- ont

- aient

ONREGELMATIGE WERKWOORDEN : DE STAM

HET HELE WW

 

STAM voor de futur en de conditionnel

ÊTRE

AVOIR

ALLER

FAIRE  

FALLOIR 

COURIR

DEVOIR

 ENVOYER

OBTENIR

PLEUVOIR

POUVOIR

RECEVOIR  

SAVOIR

VALOIR

VENIR

VOIR

 VOULOIR

SER-  (je serai= ik zal zijn)

 AUR-

IR-

FER-

FAUDR-

COURR-

DEVR-

ENVERR-

OBTIENDR-

PLEUVR-

POURR-

RECEVR-

SAUR-

VAUDR- 

VIENDR- 

VERR-

VOUDR-

 

Het gebruik van de verschillende vormen van de futur

(Vertalingen onderaan de pagina)

Futur simple

Futur proche

Futur antérieur

Andere tijden die een toekomst uitdrukken 

Verwijst naar een komende gebeurtenis die los staat van het moment van spreken

1. Je rangerai ma chambre demain, aujourd'hui je n'ai pas le temps.

Verwijst naar een komende gebeurtenis die voortvloeit uit het moment van spreken (waaruit de goede wil van de spreker blijkt)

2, Bien Maman, je vais ranger ma chambre demain, c'est promis.

Uiting van een gebeurtenis die voorafgaat aan een andere gebeurtenis in de toekomst

3, Lorsque je rentrerai, tu auras rangé ta chambre.

Tegenwoordige tijd: zelfde functie als die van de futur proche

4, Il part demain

Bevel

5. Tu rangeras ta chambre, sinon tu ne dîneras pas.

Kennis of zekerheid van de spreker

6. Je pense qu'il va pleuvoir.

Waarschijnlijkheid

7. Ne t'inquiète pas, il aura travaillé tard à son bureau.

«devoir» +hele ww

Voorspelling

8. Il doit partir demain

Voorwaardelijke bijzinnen met de overeenkomende tijden: als...dan

(Vertalingen onderaan de pagina)

LET OP: ► Er komt nooit een toekomende tijd of conditionnel na SI

Tijd van de bijzin beginennd met «si»

Tijd van de hoofdzin

Vorm

Voorbeelden

 

 

 

Tegenwoordige tijd

Tegenwoordige tijd

Mogelijkheid

9. Si je rentre tôt, tu peux passer me voir

Gebiedende wijs

Causaal verband + bevel

10. Si je te parle, réponds-moi !

Toekomende tijd

Mogelijkheid/ waarschijnlijkheid

11. Si j'achète une maison, je la décorerai moi-même.

Futur antérieur

Mogelijkheid/
waarschijnlijkheid

12. Si vous venez ce soir, j'aurai préparé une surprise pour vous.

 

 

 

 

 

Voltooid deelwoord

Futur

Causaal verband+
veronderstelling

13. Si elle est passée, la maison sera rangée.

Futur antérieur

Causaal verband+
veronderstelling

14. S'il a pris ses gants, il n'aura pas eu froid.

Tegenwoordige tijd

Causaal verband+ veronderstelling

15. S'il a neigé, il faut faire attention sur la route.

Gebiedende wijs

Mogelijkheid/ bevel

16. Si tu as fini ton travail, viens me voir.

Verleden tijd

Mogelijkheid +bevestiging

17. Si je t'ai blessé, c'était involontaire de ma part

Voltooid deelwoord

mogelijkheid+bevestiging

18. Si vous avez protesté, vous avez bien fait.

 

Verleden tijd

Conditionnel tegenw. tijd

Mogelijkheid

19. Si tu avais vraiment faim, tu mangerais tes légumes.

Conditionnel verl. tijd

Mogelijkheid

20. S'il était prévoyant, il serait parti plus tôt.

 

 

Plus-que-parfait

Conditionnel verl. tijd

Spijt

21. Si tu m'avais parlé de cela, j'aurais compris.

Conditionnel tegenw. tijd

Spijt

22. Si la fiche descriptive avait été plus claire, le magnétoscope fonctionnerait.

nogmaals LET OP: ►

Er komt nooit een toekomende tijd of conditionnel na SI

 

 

Vertaling van de zinnen

 

1. Ik ruim mijn kamer morgen op, vandaag heb ik geen tijd.

2. Oké mam, ik ruim mijn kamer morgen op, dat is beloofd.

3. Wanneer ikthuis zal komen, zul jij je kamer hebben opgeruimd.

4. Hij vertekt morgen.

5. Jij gaat je kamer opruimen, anders krijg je geen avondeten.

6. Ik denk dat het gaat regenen.

7. Maak je niet ongerust, hij zal tot laat hebben doorgewerkt op kantoor.

8. Hij moet morgen vertrekken.

9. Als ik vroeg thuiskom, kun je langskomen.

10. Ik praat tegen je, antwoord dan!

11. Als ik een huis koop, dan zal ik het zelf inrichten.

12. Als jullie vanavond komen, heb ik een verrassing voor jullie gemaakt.

13. Als ze langs is geweest, dan is het huis opgeruimd.

14. Als hij handschoenen heeft aangedaan, dan zal hij het niet koud hebben gehad.

15. Als het heeft gesneeuwd, kijk dan uit op de weg.

16. Als je je werk af hebt kom dan naar mij.

17. Als ik je gekwetst heb, was dat buiten mijn wil.

18. Als jullie geprotesteerd hebben, dan hebben jullie daar goed aan gedaan.

19. Als je echt honger had, dan zou je wel groenten eten.

20. Als hij vooruitziend was, dan was hij eerder weggegaan.

21. Als je het met mij daarover had gehad, dan had ik het begrepen.

22. Als de gebruiksaanwijzing beter beschreven was, dan zou deze videorecorder werken.