y / en; Grammatica, frans leren; VIVIENNE STRINGA

VOORBEELDZIN AUDIO MET Y

VOORBEELDZIN AUDIO MET EN

De verschillende functies van de betrekkelijk voornaamwoorden Y en EN

 

Y

EN

Indirect : vervangt het voorzetsel À

Direct :
Vervangt een onbepaald of delend lidwoord
Indirect : vervangt het voorzetsel DE
GEBRUIK Y
Bijwoordelijke bepaling van plaats, vervangt het voorzetsel À, EN, of CHEZ (erheen, er, erover, eraan, ervan)

 

Tu habites à Paris ? (Woon je in Parijs ?)

Oui, j'Yhabite. (Ja, daar woon ik.)

Tu vas au bureau aujourd'hui ? (Ga je vandaag naar kantoor ?)
Non, je n'y vais pas. (Nee, vandaag ga ik er niet heen)

Et demain ? (En morgen ?)
Oui, je vais y aller. (Ja, morgen ga ik er wel heen.)

Tu aimerais aller en Chine ? (Zou jij naar China willen gaan ?)
Oui, j'aimerais y aller. (Ja, daar zou ik wel heen willen.)

Vous êtes déjà allé chez le dentiste ? (Bent u al naar de tandarts geweest ?)
Non, je n'y suis pas encore allé. (Nee, daar ben ik nog niet naartoe gegaan.)

Functie van meewerkend voorwerp bij een aantal werkwoorden met het voorzetsel  À : het vervangt dit voorzetsel. (penser à  - denken aan /niet vergeten om ; réfléchir à - nadenken over iets ; veiller à - zorgen voor, waken voor/over).

Tu penses quelquefois à ton avenir ? (Denk je wel eens aan je toekomst ?)
Oh oui, j'y pense tout le temps. (Ja, daar denk ik de hele tijd aan.)

Vous avez pensé à acheter le journal ? (Heeft u eraan gedacht om de krant te kopen ?/ Bent u niet vergeten om de krant te kopen ?)
Oh non, désolé, je n'y ai pas du tout pensé. (O nee, sorry, daar heb ik helemaal niet aan gedacht/ dat ben ik helemaal vergeten.)

As-tu réfléchi à ce que tu vas faire plus tard ? (Heb je nagedacht over wat je later wilt gaan doen ?)
Non, pas du tout, je n'y ai pas encore réfléchi. (Nee, ik heb er nog helemaal niet over nagedacht.) 

Vervangt een bijwoordelijke bepaling, bijzin, zinsdeel :

J'espère que tout se passera bien. (Ik hoop dat alles goed zal gaan.)
Ne vous inquiétez pas, je vais y veiller. (Maakt u zich geen zorgen, daar zal ik op toezien.)

GEBRUIK EN

Bijwoordelijke bepaling van plaats met het voorzetsel DE (ervandaan, ervan, onvertaald)

Vous venez de Paris ? (Komt u uit Parijs ?)
Oui, j'en viens. (Ja, daar kom ik vandaan)

Et la Chine, vous y êtes déjà allé ? (En China, bent u daar wel eens geweest ?)
Oui, j'en reviens justement. (Ja, daar kom ik juist net vandaan.)

Lijdend voorwerp met een onbepaald (un, une des) of delend lidwoord (du, de la, des).

 

Tu as de l'argent ? (Heb je geld bij je ?)
Oui, j'en ai ! (Ja, (dat) heb ik !)

Tu as une voiture ? (Heb je een auto ?)
Non, je n'en ai pas. (Nee, die heb ik niet/ Nee, ik heb er geen.)

Tu veux encore des pommes de terre ? (Wil je nog aardappelen ?)
Non merci, je n'en veux plus. (Nee, ik hoef  niet meer/ Nee, ik hoef er geen meer.)

Vous avez acheté des fruits ? (Hebben jullie fruit/vruchten gekocht ?)
Oui j'en ai acheté. (Ja, dat/die heb ik gekocht.)

Vous avez trouvé un travail ? (Heb je een baan/ werk gevonden ?)
Non, je n'en ai pas encore trouvé. (Nee, die/dat heb ik nog niet gevonden.)

Vous aviez des amis dans cette soirée ? (Waren er vrienden van u op dat feest ?)
Oh oui, j'en ai rencontré beaucoup. (Ja nou, ik heb er een heleboel gezien.)

Meewerkend voorwerp met het voorzetsel DE (parler de, se souvenir de, se servir de).

Elle vous parle de son travail ? (Heeft ze het met u over haar werk ?)
Oui, elle m'en parle souvent. (Ja, daar heeft ze het vaak over met me.)

Tu te souviens de ce jour-là ?
Non, je ne m'en souviens pas du tout.

Qu'est-ce que c'est ?
C'est un stylo, je m'en sers pour écrire.

Tu lui as parlé de notre projet ?
Non, je ne lui en ai pas encore parlé.

Tu lui as parlé de notre projet ?
Non, je ne lui en ai pas encore parlé.

Elle est neuve votre voiture ?
Oui, je ne m'en suis jamais servi.