Twee weken Holland. Paul Verlaine (30)

    Scheveningen ligt op twee mijl van Den Haag. Men bereikt het langs een weg die ‘s zomers prachtig moet zijn, maar die middag was het zulk heerlijk weer en de reusachtige olmen langs weerszijden van de laan hadden nog enkele rood-gouden bladeren bewaard. Links van ons rijtuig stonden overal kleine grillige huisjes, beschilderd, uitgeknipt, verknipt door een malle architektuur en die volop herinneren aan het soort dat de vreugde en de rust uitmaakt in de omgeving van onze Exposities, nietwaar ?, een beetje log en eerder vervelend eveneens in hun klatergouden pracht ! Rechts de zoom van het bos, mijn overbuur, bekeken uit Helene-Villa.

    Na een half uur ruimt de prinselijke, koninklijke baan plaats voor de enige straat van het dorp, een dorp van vissers, waar de inwoners, naar het schijnt, patriarchale zeden hebben bewaard. In elk geval is hun dracht, vooral die van de vrouwen, zeer bijzonder en moet ze zeer oud zijn. Het was zondag. Het klokje van de nederig gepunte kerk riep tot de preek de oprechte en werkelijk overtuigde protestanten, meer met het hart dan via de theologie, voor zover men over het hart kan spreken als men het over protestantisme heeft, - maar ik spreek hier slechts over onwetende, nederige, eenvoudige protestanten, zoals de ware katolieken uit onze streek. En dan ziet men de zee. De zee ! Het was lang geleden dat ik ze nog gezien had, of haar reddende lucht had ingeademd. Ze is zeer mooi, met de weemoed, die past bij een bijna ondergaande zon, uiterst kalm, en die het strand belikt, waar enkele zeldzame visserssloepen, ik weet niet hoe daar beland, te sluimeren liggen. (Ik meen niet dat er een andere haven is). Andere boten, ontelbaar, schijnen op zee te zijn met hun kleine zwarte zeilen, die, dikwijls onmachtig, ze verraden,

‘En dat heet dan vergaan !’

zoals het zo typisch de matroos van Corbière zegt.

    Het rijtuig brengt ons door de duinen terug waar, naast het werkzame en vrome dorp van beneden, een heel triest figuur slaan de dode weelde, de vadsige ijdelheid van wie naar een badplaats gaan, - qui vont t'aux eaux, (je vais aux z'eaux, tu vas zozo, enz.), geschilderde houten casino's, ‘splendid hotels’, boarding houses en andere paddestoelen. Maar we rijden weldra om een specie van een Engels park,

‘smeltend landschap’, de heuvels van Chaumont ... maar in het mindere, dient bekend, en we zitten in het bos, dat aanvangt met kleine lanen, een beetje gesnoeid, geknipt, ik stond op het punt te zeggen gepommadeerd, ten behoeve van de high life tijdens de of het season. We slaan er een in, de Verhuell-weg (ô koningin Hortense ! ô de tijd van de Paul Verlaine, Quinze jours en Hollande, Lettres à un ami.   Johan Thorn Prikker  Brieven  Philippe Zilcken  Souvenirs la Revue Blanche 1896. Frans leren, Vivienne Stringaharpen, de romances !) en na weldra in het werkelijk hoge loof te zijn doorgedrongen van het Bos, bereiken we Helene-Villa, na achter ons de niet zeer fraaie gevel te hebben gelaten van het winterkasteel.

    Helene-Villa ! Bekoorlijk verblijf waar ik genoot van de goede, heilige gastvrijheid van een artiest en een dichter, helaas, het is deze avond dat ik mijn laatste nacht doorbreng binnen je muren, getuige van zoveel gezellige gesprekken !

    Na het avondmaal, waar we het vooral hadden over de lezing van de vorige avond en de onverwachte Péladan 's morgens, werd in het atelier een avond georganiseerd, waaraan de meeste personen deelnamen die me gevolgd waren tijdens mijn twee lezingen in Den Haag, en de ouders van Zilcken, met de vader, die ons als uitstekend cellist heel wat tijd onder de bekoring bracht van zijn virtuositeit. Werkelijk talentvolle dames zongen verrukkelijk. Wat niet belette dat kwistig werd rondgegaan met taarten en likeuren. Vleiend word ik verzocht om een handtekening, waar ik uit ganser hart op inga, zelfs vraagt mij een dame, liefhebster schilderes en beeldhouwster in verloren ogenblikken, op uiterst minzame wijze mijn naam te plaatsen op haar waaier, waarop reeds die schittert van Sarah Bernard, Planté, Sarasate e tutti quanti. Ik kon niet anders dan aan de wens van deze lieftallige vrouw voldoen.

Paul Verlaine. Twee weken Holland.