Voorwoord "Dichter ... uw papieren !"

Poète... vos papiers! Léo ferré Poésie. kunst en kunstenaars. Frans leren, Vertaling,  Vivienne  Stringa

 

 

Voorwoord

 

Dichter ... uw papieren !

 

 

    De hedendaagse poëzie zingt niet meer. Zij kruipt. Toch heeft zij het privilege van het onderscheid, zij duldt geen woorden van slechte reputatie, die negeert zij. Het komt de estheten goed uit dat François Villon een schurk was. Men neemt woorden slechts met een handschoen op : voor “ menstrueel ” schrijft men liever “ periodiek ”, en men blijft maar herhalen dat het medische termen zijn, die niet buiten de laboratoria noch de Codex mogen verschijnen. Het schoolse snobisme schrijft voor dat er in de dichtkunst alleen maar vooraf bepaalde woorden gebruikt mogen worden, en dat andere bepaalde woorden daar niet in mogen voorkomen, of dat nu technische, medische, argotische of volkswoorden zijn, wat me doet denken aan het principe van de vingerkom, en de handkus. De vingerkom geeft geen schone handen en de handkus geen tederheid. Het is niet het woord dat poëzie maakt, maar het is de poëzie die het woord illustreert.

    Het alexandrijn is een voetenmal. Men staat niet toe dat hij slecht geschoeid is, dralend over straat op zolen die zijn geajoureerd met muziek. De hedendaagse poëzie die proza maakt en dat weet, zwaait met het alexandrijnspookbeeld als een uitgezogen en onaantastbare vorm. Schrijvers die hun toevlucht zoeken tot hun vingers om te weten of ze genoeg voeten tellen zijn geen dichters : dat zijn typisten. Het vers is muziek ; het vers zonder muziek is literatuur. Het gedicht in proza is poëtische proza. Het vrije vers is geen vers meer, immers het kenmerk van het vers is dat het niet vrij is. De syntaxis van het vers is een harmonieuze syntaxis - alle losbandigheden inbegrepen. Er bestaan geen harmoniefouten in de kunst ; er zijn alleen fouten in smaak. Harmonie kun je leren op school. Smaak daarentegen is een glimlach van de ziel ; er zijn zielen met een lelijke grijns, en die bepaalt slechte smaak.

     Het Concerto van Bela Bartok kan zich meten met dat van Beethoven. Het maakt niet uit of “ het alexandrijn ” van Bartok slecht geschoeide voeten heeft, hij trekt ons toch mee naar de sterren! Het Licht, waar het ook vandaan komt, IS het Licht ... Poëzie in Frankrijk doet denken aan concentratiekampen. Zij heeft alleen oog voor de bloemen zelf ; de context van de humus en de gisting door micro-organismen waardoor het leven wordt gevormd zit niet in de tekst. Men heeft de vleugels van de albatros afgeknaagd en hem net genoeg stompjes overgelaten om wat rond te spelen in het literaire hoenderhof. De dichter is zijn eigen vleugelverkleiner geworden, hij kleedt zich met kapok in zijn stijl en celvezels in het idee, hij woont op de overloop boven de weekbladreportage.

    Er valt niets meer te verwachten van de gemuilkorfde poëet, gehurkt en tevreden met onze wereld, er valt niets meer te verwachten van de opgesloten mens, in het systeem en glimlachend naar het avontuur van het sterrendom. De poëet van vandaag moet bij een bepaalde kaste horen, bij een partij of bij het Tout-Paris. De dichter die zich niet onderwerpt is een gemuilkorfd mens. Of eigenlijk, om een poëet te zijn, ik bedoel erkend, moet men “ een nieuwe regel beginnen ”. De poëet heeft niets meer te vertellen, hij heeft zichzelf opgeheven sinds hij het Franse vers heeft onderworpen aan het dictaat van het hermetisme en het zogenoemde “ automatische ” schrijven. Het automatische schrijven brengt geen talent voort. De automatische dichter is verworden tot een kruiswoordpuzzelaar wiens kruisweg een dambord is met chicane en omheiningen : de five o'clock van de collectieve abstractie.

 Voorwoord "Dichter ... uw papieren !" 2/3