Twee weken Holland. Paul Verlaine (26)

 

Op een ander kenmerkend doek uit deze zaal ziet men verscheidene hemelsblauwe personages met pruik en gestrikte linten, die zonder geestdrift om een lichaam lopen, door de galante jongman, die de aanvoerder van deze kliniek lijkt, met vieze vinger aangewezen ...

    Verder krijgen we de Nachtwacht in zijn heiligdom. Over dit mysterieus meesterwerk werd reeds alles gezegd. Ik had in verband hiermee over Rembrandt willen spreken, maar ik geef het op en verkies hier de mening te herhalen, waarschijnlijk reeds vergeten, die van een ietwat ouderwetse Edmondo de Amicis, in zijn lichtjes verkreukelde welsprekendheid : ‘Rembrandt vereist een bijzondere erkenning ; Fra Angelico is een Heilige, Michel-Angelo een reus, Raphaël een engel, Titiaan een prins - Rembrandt is een spook’. Iets verder verknoeit de Italiaan zijn woord door het te verklaren. Ik onthoud het als uitstekend. Mij wil hij misschien ook duidelijker dingen zeggen.

    Met spijt verlaten we dit unieke doek, verder geleid door een bewaker met vergulde steekhoed, zilveren medaille slingerend aan een geel lint, zoals in Den Haag, en bekijken onder glas het getuigenis van een bezoek aan dit Museum door de keizer van Duitsland. Het is leuk de onschuldige handtekening te zien van koningin Wilhelmina, de preciese van de koningin-regentes en van de keizerin ...

    De paraaf van Willem II daarentegen is merkwaardig. Het woord Willem staat er in schuin gotisch schrift van wondere zwier. De eigenlijke krul draait twee keer rond de naam, die gevolgd wordt door twee Latijnse letters I.R. (imperator. rex).

    Bij het buitengaan uit het museum merkt men een meer dan natuurgrote groep, die op populaire wijze David en Goliath voorstelt. David heeft zelfs zijn slingerwapen in de hand. Een beetje gek, maar niet op zijn plaats, beter stond het in het stedelijk Amsterdams museum voor burgerlijke antikwiteiten en andere. Het hoorde, naar het schijnt, bij wat men toen een doolhof noemde, zowel een galerij met figuren als, zoals de naam het aanduidt, iets ... gewaagds, zoals onze skatings of onze achtbanen ...

    En we gaan middagmalen zonder al te veel over de schilderkunst te bomen, ik toch niet, tussen de gerechten in, op een mooigelegen plaats bij een nabije gracht vol boten allerlei, Londens van verkeer met voorbijgangers en rijtuigen.

 

Daar zie ik, of liever zie ik terug, vrouwen met oorijzers; twintig jaar geleden had ik er reeds in Brussel ontmoet, vanwaar dit zeer oud vers van mij,

Paul Verlaine, Quinze jours en Hollande, Lettres à un ami.   Johan Thorn Prikker  Brieven  Philippe Zilcken  Souvenirs la Revue Blanche 1896. Frans leren, Vivienne Stringa

‘En vrouwen met koper om het hoofd.’

    Het maal ‘over’, trokken we op inspektie naar de rosse buurten. Er zijn inderdaad afschuwelijke kanalen, verlaten in, liever langs hun stilstand, waarover allerlei scheve huizen hangen, armzalig in evenwicht. Het doet als een rot Venetië aan dat huiveren doet. Op de terugkeer, avondmaal en ... tweede lezing tegemoet, liepen we door een straat, waar de voorkant van de winkels slechts afgesloten wordt door fantaisistische voorhangsels, te leveren in stoffen uit het Oosten, het Westen zelfs. Nu en dan wordt zo'n deur opgeheven en wulpse tonelen worden beloofd aan kleine beurzen of zonder vooroordeel. Afspraken met werklieden en zeelieden.

    Tenslotte bevonden we ons terug in de ‘nette’ buurten. Aperitief, avondmaal, lezing: dit keer in een minder grote zaal, - maar toch met applaus om te besluiten. Nadien, - o incredibile dictu ! - een souper, het kon halftwaalf zijn, ik geraakte niet verder dan de oesters en de toasts, die ik met allerschorste stem te woord stond ... En wij opnieuw op weg naar de ‘amusements’-buurt !

    De Nes, een lange smalle straat vol café-chantants en kleine bals met pauzes ...

    Dit leek me eerder triest, niet eens onwaardig aan de heilige openlijke schande van Parijs, en ik trok het er niet lang na een proeve van beluistering van een ‘revue’, ‘Amsterdam fin de siècle’, maar het was te vervelend en het duurde niet lang of ik wilde terug naar mijn zo verdiende sponde.

Paul Verlaine. Twee weken Holland.