Twee weken Holland. Paul Verlaine (5)

 

En we vlieden naar Antwerpen, - velden, grote vlakten, bijna of allemaal weiden, vol koeien en schapen, bezet met heldere dorpen en zwierige ‘kastelen’, weliswaar ietwat grillig van trant maar toch aangenaam om te bekijken. Dan verandert het landschap en het wordt de Kempen : soberheid inhalve onvruchtbaarheid, die bijna maritiem aandoet, maar dicht bij Antwerpen herpakt zich het groen, dat ik geneigd ben militair te noemen, want daar krijgen we, bijna gelijk met de grond, de forten met hun Belgische stenen leeuwen bij de ingang. We scheren langs de stad, waarvan we, met haar hoge toren en de oud-Russische koepel van de ‘katedraal’, dit tussen haakjes, want hiërarchisch gesproken is ze geen katedraal, niets zien dan wiegende masten, met ra's of zeilen, op de Schelde achter de huizen.

    Dit keer, nadat de trein wat snelheid heeft gehaald, wordt het ernstig met Holland, en iets meer dan een uur later komt de Hollandse doeane in hoogsteigen persoon op de proppen. Zacht en mild is ze. Spijtig dat ze geen mond Frans spreekt.

    De trein zet zich opnieuw in beweging en voorgoed rijden we het rijk binnen van Hare jonge Majesteit koningin Wilhelmina, eerste van die naam.

Niet dadelijk doet zich hier het mirakel voor. Niets gelijkt meer op de Belgische grens dan de Hollandse omgeving, langs deze kant van beide landen. Groen, weinig bomen, een beetje meer water in de slootjes, en, o zo nederig dezelfde dorpjes, op weinig verschillen na. Nochtans, naarmate we met volle stoom verder rijden, wordt het groen al maar groener, slinken de bomen nog meer, wordt het water driester. Het verdunt zich in smalle kanaaltjes, zo maar om godswil, vloeiend, of liever stilstaande ver en recht voor zich uit (iets wat de Engelsen drains noemen, in parallelle en smalle stroken de weiden verdelend, waar overvloedig vee graast - met op het end van een twintigtal dergelijke lapjes en in het midden ervan een windmolen.

    De lieve eentonigheid van deze eindeloze regelmatige uitzichten, verloomt een beetje de eerste belangstelling en, wat mij betreft, ik onderging deze sensatie zo sterk, dat een halve slaap niet langer op zich liet wachten om me in een gezapig hoekje van mijn coupé te laten indommelen, halve slaap bevolkt door een vage voorbereiding van mijn lezingen, zo druk weldra, dat hij weldra ontaardde in een diepe en langdurige slaap, tot de avondschemering ervoor zorgde dat de lamp boven mijn hoofd aan het branden ging. Ik verwenste de loomheid, die mij minstens gedurende een dik uur belet had de mij nieuwe vergezichten te bekijken, en die wel afwisselend moesten geweest zijn tijdens mijn schijndood, en ik ging voor het raam staan. Mens, hoe anders waren ze geworden die vergezichten !

 

    Een eindeloze bebloede, vergulde uitgestrektheid water, even vergroend door de laatste inspanning van de zonsondergang, lag onbeweeglijk voor me, met zwarte zeilen van nauwelijks bewegende boten in het groeiende donker en de neerslaande schemernevels. Paul Verlaine, Twee weken Holland.  Johan Thorn Prikker  Brieven  Philippe Zilcken  Souvenirs la Revue Blanche 1896. Frans leren, Vivienne StringaDit aan de linkerkant. Rechts hetzelfde schouwspel. Een eindeloze ijzeren brug, waar de trein langzaam over reed met regelmatig geluid, machtig bijna, precies door de regelmaat in die macht ... Eens de nacht voor goed ingevallen, wiste het water zich uit om plaats te maken voor dorpen, die men bijna ondergelopen waande, zo omringd waren ze langs alle kanten door water ... maar dit was tenminste wat mensdom ... Een toren, windmolens, schaduwen van huizen, doorprikt in de nevel met pinkende lichten, Dordrecht, naar het schijnt. Even vroeger heette het water de Moerdijk, als ik me niet vergis.

    Het duister, de vermoeienis deden me weer in mijn geliefkoosde hoek kruipen, gekoesterd in een strenge bekoring, een zeer zoete nochtans. Het wachten, moet ge weten, en vooral het wachten op iets goeds, iets hartelijks, daarnaast nieuwsgierigheid, - en de sluimer maakte zich opnieuw van mij meester, om alleen nog onderbroken te worden door hetzelfde machtig en regelmatig dokkeren, dit keer door rijen lichten, zeer dicht bij elkaar, en zeer nabij. Een andere ijzeren brug die scheerlings over huizen met trapgevels - of vreemdsoortig gepunte huizen liep, kanalen voorgoed thans en talloos, over straten vol gas- en elektrische lampen, getuigen van grote winkels, van handel van een bijna Parijse elegantie. Een grote stad eigenlijk ...

Paul Verlaine. Twee weken Holland.