C Baudelaire L Ferré (nl)

 

Aan Charles Baudelaire, in "Léo Ferré chante Baudelaire" (1967)

Éclosion. Redon Odilon, À Charles Baudelaire, dans « Léo Ferré chante Baudelaire » (1967) 
Redon Odilon

Éclosion, Odilon Redon

Als ik “ jij ” tegen u zou zeggen, wat zou men dan wel niet van mij denken ? Men zou zeggen : “ Die daar, die daar zo mooi hoog zit, in de wolken, met zijn albatrosvleugels die eerder op die van kraaien lijken ... ” Als ik “u” tegen je zou zeggen, dan zou je nog killer in je laatste aarde worden en je zou mijn naam roepen : Léo ! Kom, laten we naar de hoeren gaan kijken op de Boulevard Edgar Quinet, dat is niet ver bij mijn huis vandaan, twee stappen, laten we zelfs naar de “ Monocle ” gaan, naar die club, waar zij die “ te vrolijk ” zijn zich een nieuwe maagdelijkheid aanmeten die niet zwaar zal wegen, om vier uur 's nachts, gearmd met een “saffische voor de gelegenheid”.

Ze hebben je geplunderd, Baudelaire, ze hebben je door hun Moraal gesleept, ze zeggen dat je de sief had en dat je daaraan bent doodgegaan. Ze zeggen zoveel, zoveel in die literatuurboeken, “ handboeken ” welteverstaan, met alles wat dat aan intellectuele inversie inhouden kan. Ze zijn allen homoseksueel, vandaag de dag, ze denken terwijl ze achteruit gaan. Ze hebben het liefst dat ze van achteren verrast worden, om niet te zien, met hun Légion d'honneur, hun kranten die vast vooruit aanvallen als rivierkreeften, hun Cultuur met een grote C ...

Ik heb het gevoel dat er niet zoveel meer is te ontdekken in de metaforenclub. De poëzie heeft je gemuilkorfd in het geëtiketteerde genie, geurloos met mooie en stomme preken die men over jou moet houden en tijdens een bleke uitreiking van prijzen op het Lycée de Nevers.

Rimbaud heeft ons verlaten via een nooduitgang. Hij wist dat daarachter ergens het “ware leven” moest zijn. Breton heeft een verkeerde uitgang gemaakt ... dat zei hij ook, in de ambulance die zijn urgente overschot van Cahors naar Parijs transporteerde. Hij mocht je wel : ik denk dat hij alexandrijnen had willen schrijven, maar dan een beetje teveel als zijn vriend Valéry, die uit de Académie française is vertrokken ...

Apollinaire heeft van jou genomen wat hij kon en vervolgens het Werkwoord wederom uitgevonden. Hij liet ons Aragon na die veel talent heeft. Dat is alles. Als ik je mis, dan zet ik je om in muziek, nederig.

Dat is echt de enige roos die ik kan meenemen om op je grafsteen te zetten.

Tot spoedig.

    Léo Ferré

Ambiance musicale :

Het Adagio van het Concerto voor hobo in D klein van Allessandro Marcello (1669-1747), gespeeld door het barokensemble Il Gardellino, onder leiding van Marcel Ponseele. Marcel Ponseele is een internationaal gerenommeerde Belgische barokhoboïst, hobobouwer en artistiek leider van het Il Gardellino-ensemble.

Voix :  Gilles-Claude Thériault

Correspondances

À Charles Baudelaire, dans Léo Ferré chante Baudelaire, frans leren , Vivienne Stringa

La Nature est un temple où de vivants piliers
Laissent parfois sortir de confuses paroles ;
L'homme y passe à travers des forêts de symboles
Qui l'observent avec des regards familiers.

 

Comme de longs échos qui de loin se confondent
Dans une ténébreuse et profonde unité,
Vaste comme la nuit et comme la clarté,
Les parfums, les couleurs et les sons se répondent.

Il est des parfums frais comme des chairs d'enfants,
Doux comme les hautbois, verts comme les prairies,
- Et d'autres, corrompus, riches et triomphants,

Ayant l'expansion des choses infinies,
Comme l'ambre, le musc, le benjoin et l'encens,
Qui chantent les transports de l'esprit et des sens.

©Vertaling Vivienne Stringa Copyright.
Iedere vorm van reproductie van deze website, zelfs gedeeltelijk, is verboden zonder toestemming van de auteur.
Indien u inhoud van deze website wilt gebruiken kunt u contact opnemen met mij via : @Contact