Honoré de Balzac : VOORWOORD van La Comédie Humaine.(4)

    Door de hele Maatschappij na te doen tot in de verste uithoeken ervan, moest het wel een keer gebeuren dat een of ander verhaal meer kwaad deed dan goed, dat een bepaald gedeelte van het schilderij een groep schuldigen afbeeldde, en dat de kritiek immoraliteit schreeuwt, zonder de moraliteit van een ander deel te bekijken dat gemaakt was om er een volledig contrast mee te vormen. Omdat de kritieken het algemene beeld niet kenden, vergaf ik het hen des te meer omdat men kritieken niet kan verhinderen, net zoals men kijken, spreken en oordelen niet kan verhinderen. En onpartijdig zijn is nog te vroeg voor mij. Daarbij moet een schrijver die het niet aankan de kritieken opzij te schuiven zich net zo min met schrijven bezighouden als een reiziger niet moet reizen als hij rekent op altijd rustig weer. Hierbij rest mij nog op te merken dat de meest nauwkeurige moralisten er sterk aan twijfelen of de Maatschappij hen wel evenveel goede als slechte daden kan bieden, en in de wereld die ik afbeeld, zijn er meer goede dan laakbare personages. De verwijtbare daden, de fouten, misdaden, van lichte tot en met de zwaarste, zullen er altijd hun menselijke of goddelijke straf krijgen, uitgebreid of discreet. Ik heb het beter gedaan dan de geschiedschrijvers, ik ben vrijer. Cromwell was hier zonder andere straf dan degene die hem werd opgelegd door de denker. En dan werd er nog over gediscussieerd op scholen. Bossuet heeft die grote koningsmoord zelf gespaard. Willem van Oranje de Usurpator, en Hugues Capet, die andere usurpator, stierven met nog dagen voor zich, zonder dat ze meer wantrouwen hadden noch meer vrees dan Henri IV of Karel de Eerste. De levens van Catherine II en Louis XVI werden tentoongesteld en tegen elke moraal in werden zij beoordeeld vanuit de moraal die voor de bijzondere mensen geldt ; want voor koningen en Staatsmannen bestaat er, zoals Napoleon zei, een kleine en een grote moraal.

    De Scènes de la vie politique zijn gebaseerd op deze mooie gedachte. Geschiedenis heeft niet net zoals de roman als regel dat er naar het mooie en ideale gestreefd moet worden. Geschiedenis is of zou moeten zijn wat het ooit was; terwijl de roman een betere wereld moet zijn, zei Madame Necker, een van de meest beschaafde denkers van de vorige eeuw. Maar, in deze nobele leugen zou een roman niets voorstellen indien hij niet echt zou zijn in details. Walter Scott bijvoorbeeld moest zich wel plooien naar de ideeën van een land dat in hoofdzaak hypocriet was, en daardoor zat hij, in menselijkheid, fout bij het uitbeelden van de vrouw omdat zijn modellen schisma’s waren.  De protestantse vrouw heeft geen ideaal. Zij kan kuis zijn, puur en deugdzaam; maar haar liefde zonder expansie blijft altijd kalm en geordend als een voldane plicht. Het schijnt dat de Heilige Maagd Maria het hart bekoelde van de sofisten die haar en haar schatten van de barmhartigheid uit de hemel hadden verbannen. In het protestantisme is er niets meer mogelijk voor de vrouw na het begaan van een fout ; terwijl bij de katholieke kerk de hoop op vergeving haar subliem maakt.

    Daarom bestaat er ook maar één vrouw bij de protestantse schrijver, terwijl de katholieke schrijver elke keer een nieuwe vindt, in elke nieuwe situatie. Als Walter Scott katholiek was geweest, als hij zich als taak had gesteld een echte beschrijving te maken van de verschillende Maatschappijvormen die elkaar opvolgden in Schotland, dan had deze schilder van Effie en Alice (de twee figuren die hij zichzelf op zijn oude dag verweet te hebben geschilderd), misschien wel passies met hun fouten en hun straffen toegestaan, met hun deugden die het berouw hen oplegt. Passie is de hele menselijkheid. Zonder passie zouden de godsdienst, de geschiedenis, de roman en de kunst nutteloos zijn.

Door mij zo bezig te zien met het bijeenrapen van zoveel feiten en die vervolgens te schilderen zoals ze zijn, met passie als element, hebben sommige mensen zich geheel onterecht ingebeeld dat ik bij een zinnelijke materialistische school zou horen, twee kanten van één feit, het pantheïsme. Maar misschien konden zij, zouden zij zich  vergissen. Ik deel geheel niet het geloof in een ongedefinieerde vooruitgang, wat de Maatschappijen betreft; ik geloof in de vooruitgang van de mens voor zichzelf. Mensen die zich dus inbeelden bij mij de bedoeling te zien om de mens te beschouwen als eindig schepsel vergissen zich dus lelijk.  Séraphita, de doctrine in actie van de christen Boeddha, lijkt me een afdoende antwoord op deze overigens licht vooruitdenkende beschuldiging.

    In sommige fragmenten uit dit lange werk heb ik getracht om verbazingwekkende verschijnselen te democratiseren, ik zou kunnen zeggen de wonderen van de elektriciteit die zich bij de mens kunnen transformeren in een onberekenbare kracht ; maar in hoeverre verstoren de hersen - en zenuwverschijnselen die een  nieuwe denkwereld aantonen de zekere en noodzakelijke contacten tussen de werelden en God ? Op welk punt worden de katholieke dogma’s door elkaar geschud ? Als op een dag door onomstotelijke feiten de gedachte een deel  wordt van het fluidum dat alleen maar onthuld kan worden door de effecten en waarvan de substantie onze zintuigen ontgaat zelfs als het uitvergroot wordt met allerhande mechanische middelen, dan zal dat hetzelfde lot ondergaan als dat van de observering van Christophe Columbus dat de aarde rond is of als dat van de door Galileus aangetoonde feit van het draaien van de aarde. Onze toekomst zal hetzelfde blijven. Het wonder van het dierlijke magnetisme  waarmee ik al vertrouwd mee ben sinds 1820 ; de prachtige onderzoeken van Gall, de opvolger van Lavater ; al die mensen die sinds vijftig jaar onderzoek hebben gedaan naar het denken zoals opticiens het licht hebben bestudeerd ; twee bijna dezelfde dingen, sluiten dat af voor de mystieken, de apostelen van de apostel Saint-Jean, en voor alle grote denkers die de spirituele wereld tot stand hebben gebracht, die atmosfeer waarin de contacten tussen de mens en God naar buiten komen.