aucun(e), , chacun, un tel, tous, certains, aucun, rien, personne, on, chacun, beaucoup...etc onbepaald voornaamwoord

HET ONBEPAALD VOORNAAMWOORD

Het onbepaald voornaamwoord wordt gebruikt om personen of dingen aan te duiden die niet nader te preciseren of onbekend zijn.

Elk onbepaald voornaamwoord heeft een andere functie met een eigen betekenis.

Frans leren Combien sont morts en héros ! (hoevelen zijn er als held gevallen!)

Frans leren Ce jeune homme, personne ne l'a reconnu. (Die jongeman, niemand heeft hem herkend.)

Eenvoudige vormen

aucun(e) geen, autre ander(e), autrui anderman(s), certain(e)s  bepaald(e), chacun(e) elk, ieder(e), même zelfde, nul(le) geen, on men, personne niemand, plusieurs meerdere, quelqu'un(e) iemand, qui die, quiconque wie dan ook, rien niets, tel zodanig, tout ieder, alle, al het alles, un(e) een.

Uitdrukkingen

autre chose ander(e), Dieu sait qui (quoi, où, lequel…) God weet wie, wat, welke, grand-chose veel,  la plupart de meeste(n), n'importe qui (quoi, où, lequel…) om het even wie, wat, waar, welke,   peu de chose weinig, quelque chose iets, qui (quoi, où…), que ce soit wie/wat ook maar, tout le monde iedereen, la plupart de meesten, etc.

Leenwoorden van bijwoorden van hoeveelheid

assez genoeg, autant net zoveel, beaucoup de veel, davantage meer, guère nauwelijks, peu weinig, tant zoveel, etc.

1 - Variabel : aucun(e), pas un(e), plus d'un(e), chacun, un tel, tous, certains...

2 - Onveranderd : ni l'un ni l'autre (noch de een, noch de ander), l'un(e), un autre, l'un(e) ...l'autre..., le même (dezelfde), quelqu'un (iemand)

3 - Onzijdig: autre chose (iets anders), autrui (een ander, een derde), grand chose (niet veel), je ne sais qui,

je ne sais quoi (ik weet niet wie, ik weet niet wat), la plupart (de meesten, de meerderheid, het overgrote deel, het grootste deel),

n'importe qui (wie dan ook, wie ook maar, om het even wie, maakt niet uit wie), n'importe quoi (wat dan ook, wat ook maar,

om het even wat, maakt niet uit wat), plusieurs (verschillende, verscheidene, meerdere), quelque chose (iets), quiconque (wie dan ook),

qui que ce soit (wie dan ook, wie het ook is), quoi que ce soit (wat dan ook, wat ook maar, wat het ook is), on (men, wij), tout (alles) ..."

4 - Achter de voornaamwoorden  aucun, rien, personne, on, chacun, tout le monde komt een werkwoord in het enkelvoud

Frans leren Rien n'arrivera. (er zal niets gebeuren)

5 - De voornaamwoorden plusieurs, certains, beaucoup, la plupart, peu, trop krijgen een werkwoord in het meervoud :

Frans leren Certains furent déçus. ( sommigen waren teleurgesteld)
 

6 - Eenvoudige onbepaalde voornaamwoorden kunnen variëren in geslacht en getal.

Echter, sommige bestaan alleen in het enkelvoud, andere alleen in het meervoud en weer andere zijn onzijdig en blijven onveranderd.

7 - Sommige bijwoorden van hoeveelheid worden gebruikt als onbepaalde voornaamwoorden :

Frans leren Je vous admire beaucoup. (Ik bewonder u zeer.)

VOORBEELDEN

1. - AUCUN is een onbepaald voornaamwoord als het in zijn eentje wordt gebruikt: - AUCUN ne doit mourir. (niemand mag sterven)

 2. - AUTRE L'AUTRE L'AUTRE LES AUTRES UN(e) AUTRE  verwijzen naar levende wezens :  

Frans leren La richesse, cherche-la à l'intérieur de toi, non chez les autres. (rijkdom moet je in jezelf zoeken, niet bij anderen)

3 - AUTRE CHOSE, GRAND CHOSE, QUELQUE CHOSE, PEU DE CHOSE, zijn mannelijk enkelvoud :

Frans leren Ce petit quelque chose qu'il nous apporte est réconfortant. (Het kleine dat hij ons brengt troost ons)

4 - AUTRUI : mannelijk enkelvoud, alleen voor personen :

Frans leren Ne faites pas à autrui ce que vous ne voulez pas qu'on vous fasse à vous-même. (wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet)

5 - CERTAINS kan alleen in het meervoud gebruikt worden :

Frans leren Pour certains, la culture est une boucle d'oreille. (voor sommigen is cultuur slechts een oorbel)

6 - CHACUN heeft geen meervoud :

Frans leren À chacun sa vie : c'est le secret de l'amitié. (ieder zijn eigen leven : dat is het geheim van een goede vriendschap)

7 - L'UN(e) ... L'AUTRE, LES UNS ... LES AUTRES, L'UN ... L'AUTRE worden gebruikt om een alternatief uit te drukken :

Frans leren Les uns sont riches et les autres sont pauvres. (sommigen zijn rijk, anderen arm)

8 - LE MÊME verwijst naar personen of dingen. Het wordt verbogen :

Frans leren Pour le gâteau d'anniversaire, je fais toujours le même.) (Als verjaardagstaart, maak ik altijd dezelfde.)

9 - NUL...NE staat altijd in het enkelvoud en krijgt de ontkennende vorm :

Frans leren Nul n'est prophète en son pays. (niemand is profeet in eigen land)

10 -ON is altijd onderwerp :

Frans leren On a souvent besoin d'un plus petit que soi. (men heeft altijd iemand onder zich nodig.)

11 - PERSONNE NE  staat altijd in het mannelijk enkelvoud en verwijst altijd naar mensen :

Frans leren Personne...ne conduit des recherches dans ce domaine. ( niemand doet onderzoek op dit gebied.)

12 - PLUSIEURS staat altijd in het meervoud :

Frans leren On est toujours moins perdu lorsqu'on est plusieurs. (je bent altijd minder verdwaald als je met meerderen bent.)

13 - QUELQU'UN verwijst altijd naar mensen en kan alleen in het mannelijk staan :

Frans leren QUELQU'UN m'a dit qu'il allait pleuvoir. (iemand zei tegen me dat het ging regenen.)

14 - QUELQUE CHOSE (iets) heeft een vage bestemming :

Frans leren Vous pensiez bien à quelque chose ? (U dacht toch weker wel aan iets? )

15 - QUICONQUE is mannelijk enkelvoud en slaat niet op iemand in het bijzonder :

Frans leren Quiconque est loup agit en loup. (wie er ook maar wolf is gedraagt zich ook als wolf)

16 - RIEN kan alleen verwijzen naar dingen :

Frans leren L'argent n'a rien à voir avec l'art. (geld heeft niets te maken met kunst)

17 - TEL kan verwijzen naar peronen of dingen :

Frans leren Tels sont les yeux, tel est le corps. (zoals de ogen zijn, zo is het lichaam.)

18 - TOUT mannelijk enkelvoud :

Frans leren Ce n'est pas parce qu'on ne demande rien qu'on sait tout.

(Het is niet omdat we niets vragen dat we alles weten.)  ZIE OOK  TOUT

19 - UN duidt op een eenheid :

Frans leren L'un d'eux voulait gagner la terre ferme. (een van hen wilde weer terug naar het vaste land)