Lidwoorden Frans, lidwoord, delend lidwoord Frans, (deel 2) Frans leren, grammatica, Vivienne stringa

  DE LIDWOORDEN

HET BEPALEND LIDWOORD, HET ONBEPAALDE LIDWOORD, HET DELEND LIDWOORD, GEEN LIDWOORD:

Hier nogmaals de lidwoorden, maar dan zonder tabellen beschreven:   Zie ook lidwooorden
HET BEPALEND LIDWOORD (de, het)

LE (mnl. enkelvoud), LA (vrl. enkelvoud), LES (mnl. en vrl. meervoud)

Functies:

 - Het aanduiden van een zelfstandig naamwoord: - Le livre de Nicolas Het boek van Nicolas - La valise est dans le coffre de la voiture (De koffer zit in de achterklep van de auto)

 - Bij een woord waarvan je weet dat er maar één is: La vie est belle  het leven is mooi - Le soleil brille De zon schijnt

 - Bij een algemene aanduiding: - Le chien est l'ami de l'homme De hond is de vriend van de mens (honden zijn vrienden van de mens) -Le beurre doit être conservé au frais  Boter moet koel  bewaard worden.

 - Bij een geografische aanduiding  (werelddelen, streken, landen, rivieren, gebergten, eilanden) : 
La France, Le Cuba, La Seine, Les Alpes (Frankrijk, Cuba, de Seine, de Alpen) Zie ook

La France, Le Cuba, La Seine, Les Alpes (Frankrijk, Cuba, de Seine, de Alpen) Zie ook  Landennamen


 !! uitzondering : Israël, Tahiti, Haïti, Hawaii (geen lidwoord)

- Na de werkwoorden AIMER, ADORER, DETESTER, PRÉFÉRER:  
- Il adore le chocolat Hij is dol op chocolade - Elle déteste les hypocrites Zij heeft een hekel aan hypocrieten - Je n'aime pas le bruit Ik houd niet van herrie.

 -  Bij de overtreffende trap: Le plus grand arbre De grootste boom - La plus belle maison du village Het mooiste huis van het dorp

 - Bij data en bij gewoontes : - Le 20 décembre 20 december -Le dimanche, je vais à la forêt  ‘s Zondags ga ik naar het bos (elke zondag) 

- Bij hoeveelheden van maten :  -Le vin coûte 10 euros le litre De wijn kost 10 euro per liter - Le sucre coûte 2 euros le kilo Suiker kost 2 euro per kilo 

 - Bij lichaamsdelen : - Elle a les yeux verts et les cheveux bruns  Ze heeft groene ogen en bruin haar - Il a les mains propres et les pieds sales Hij heeft schone handen en vieze voeten

HET ONBEPAALDE LIDWOORD (een)

UN (mnl. enkelvoud: een) , UNE (vrl. enkelvoud: een), DES (meervoud: onvertaald)

- Bij zelfstandige naamwoorden, voorafgegaan door : c'est, ce sont, il y a, il existe, avoir: 

 

- C'est un garçon Het is een jongen - Ce sont des étudiants Het zijn studenten - Zie ook   C'est/Ce sont

- Il y a des rideaux sur cette fenêtre, il y a un homme à la fenêtre  Er hangen gordijnen voor dit raam; er staat een man bij het raam

J'ai des copains, j'ai un copain  Ik heb vrienden, ik heb een vriend

- Bij een aanduiding met een bijvoeglijk naamwoord : -Une grande salle Een grote zaal -Une belle maison Een mooi huis -Un film magnifique Een geweldige film  - UN  als getal

Je prendrai un café Ik neem een kop koffie.

Un kilo Een kilo. 

- Bij vergelijkingen (met comme -'zoals'): 

Il est malin comme un renard. Hij is zo slim als een vos.

HET DELEND LIDWOORD (onvertaald in het Nederlands)

DU (Enkelvoud mnl: de +le ) , DE LA (Enkelvoud vrl), DES (Meervoud mnl en vrl de+ les)

- Bij een zelfstandig naamwoord waarbij in het Nederlands geen lidwoord staat (brood, boter, kaas, wijn, bier, geld, geduld, boeken, fietsen, tafels) :

-Il a acheté du pain, du beurre, de la farine et des oeufs. Hij heeft brood, boter, bloem en eieren gekocht. 

- Bij een gedeeltelijke ontkenning/tegenstelling

-Ce n'est pas du vin, c'est de la bière. Het is geen wijn, het is bier. 

- Weerfactoren :

- Il y a du brouillard, du vent, de la neige, des rafales de vent Er is mist, wind, sneeuw, rukwinden
- Met het werkwoord FAIRE waarmee een bezigheid wordt aangeduid:  - Il fait du sport Hij doet aan sport, hij sport -Il fait du ski Hij skiet - Il fait de la musique Hij speelt /doet aan/maakt muziek - Il fait de la politique Hij doet aan politiek   - Bij uitdrukkingen met AVOIR :

 

Avoir du succès : succes hebben

Avoir du courage :  moedig zijn

Avoir du caractère : karakter hebben

Avoir de la volonté : wilskracht hebben

- Meervoud: -J'ai acheté des oeufs, des tables, des livres, des vélos. (Ik heb eieren, tafels, boeken, fietsen gekocht ► geen lidwoord in het Nederlands)

GEEN LIDWOORD in het Frans:

 

Na hoeveelheden :

Beaucoup de = veel  + ZNW, Il a beaucoup de travail. (Hij heeft veel werk)

 Un peu de = een beetje + ZNW, Ils ont un peu d'argent. (Ze hebben een beetje geld)

 Trop de = te veel + ZNW, peu de weinig + ZNW, Il y a trop de sel dans les pâtes (Er zit teveel zout in de pasta); Il y a peu de vent (Er is weinig wind)

Une foule = de een menigte + ZNW, Il y a une foule de gens le samedi (Er is een menigte mensen op zaterdag)

Un groupe de = een groep + ZNW, Un groupe de manifestants. (een groep demonstranten'

Un kilo de = een kilo + ZNW, Je prends un kilo de pommes.  (Ik neem een kilo appels.)

Un bouquet de = een boeket + ZNW,

Moins de = minder   + ZNW,

 Autant de = net zoveel + ZNW,

 Un tas de = heel veel  + ZNW,

 Assez de = voldoende +ZNW

MAAR : wel de+les = DES bij : la moitié des, la majorité des, la plupart des  Na de voorzetsels PAR, AVEC, SANS + een abstract zelfstandig naamwoord: 

Avec impatience = vol ongeduld

Par inadvertance = door onoplettendheid

Sans difficulté = zonder moeite

Avec énergie = vol energie 

Volledige ontkenning : - Je ne bois pas d'alcool = Ik drink geen alcohol

HET LIDWOORD: DELEND EN BEPALEND

 

In het Nederlands staat er in bepaalde gevallen geen lidwoord: chocolade eten, taart eten, spinazie eten, thee drinken.  In het Frans gebruikt men in die gevallen wel een lidwoord, dat uit twee delen bestaat, en het delend lidwoord heet: du (samentrekking van de +le, mnl.ev.), de la (vrl. ev.) , en des (samentrekking van de+les, mnl. + vrl. mv.). Het wordt gebruikt bij woorden die een geheel aanduiden waarvan men het aantal niet kan of wil aangegeven, om zo duidelijk te maken dat men een onbepaalde hoeveelheid van dat geheel bedoelt: manger du chocolat (chocolade eten), de la tarte (taart), des épinards (spinazie), boire du thé (thee drinken)

We weten dat er bij een ontkenning van een hoeveelheid in het Frans altijd het woord de komt te staan: je ne prends pas de thé. Maar : als er twee bepalingen tegenover elkaar komen te staan en een tegenstelling aanduiden, dan behouden we het delend lidwoord: je ne prends pas du thé, mais du café. (Ik neem geen thee, maar koffie) Soms kan een tegenstelling ook verborgen zijn, en dan geldt deze regel ook: on ne mange pas du caviar tous les jours =  we eten niet elke dag kaviaar (‘maar wel iets anders').  En: men zegt:  je fais du ski; je ne fais pas de ski (Ik doe aan skiën, ik doe niet aan skiën);  maar: je ne fais pas du ski, mais de la luge. (Ik ga niet skiën, maar sleeën.)

Maar soms wordt de keuze bepaald door wat gebruikelijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het hele werkwoord achter de persoonsvorm of samenstellingen komt. We zeggen bijvoorbeeld: Il n'aime pas faire du ski; il n'a pas envie de manger de la choucroûte; (hij houdt niet van skiën; hij heeft geen zin om zuurkool te eten = geen lidwoord in het Nederlands);  men kan echter ook zeggen: elle ne souhaite pas manger de la choucroûte ; (Zij wil liever geen zuurkool eten - als dat op de kaart staat-) elle ne souhaite pas manger de choucroûte; (ze wil geen zuurkool eten)  il ne veut pas avoir de chien of elle ne souhaite pas avoir un chien. (Hij/ zij wil geen hond nemen) Dit geldt ook voor de vaste woordgroep jouer de + muziekinstrument (bespelen): het muziekinstrument wordt altijd met een bepalend lidwoord gebruikt: je joue du piano; je ne joue pas du piano; je joue de l'orgue; je ne joue pas de l'orgue; je joue de la clarinette; je ne joue pas de la clarinette.

  DE LIDWOORDEN