Voorwoord "Dichter ... uw papieren !" 3

 

    We leven in een episch epos dat begon met de stoommachine en eindigt met atoomsplijting. De energie die opgesloten zit in de relativiteitsformule zal ons morgen een draagbare badkamer brengen en geld op batterijen dat het goud verbannen zal naar de herinnering aan westerns ... Zal de poëzie zich moeten voeden met nucleaire accumulatoren en zal zij de menselijke ziel en haar ontreddering in een herbarium moeten stoppen ? We leven in een episch epos en we hebben helemaal niets episch meer. In New York maakt chlorofyltandpasta een neonpasta in het bos van wolkenkrabbers. Men verkoopt muziek als scheerzeep. De vooruitgang is cultuur in de vorm van pillen. En om zelfs de wanhoop te kunnen verkopen, hoeft er alleen nog maar de formule voor gevonden te worden. Alles is gereed: de kapitalen, de publiciteit, de klanten. Wie zal dan de wanhoop uitvinden ? In onze eeuw moet je middelmatig zijn, dat is de enige kans die je hebt om een ander niet te storen. De kunstenaar is er om neer te halen, zonder uitstel, net als de vogel die verloren is op de eerste dag van de jacht.

    Er is geen besloten jacht meer, het mag op alle dagen. Zonder inschikkelijkheid, de maatschappij verdedigt zich. Je moet Claudel heten of Jean de Létraz, je moet begrijpelijk zijn of doodgewoon, lyrisch of volks, er is geen middenweg, er zijn alleen maar varianten. Zodra een gezond idee het daglicht ziet, wordt het meteen gegrepen en tot moes gehakt, et de auteur ervan wordt gelijk uitgemaakt voor anarchist. Goddelijke Anarchie, aanbiddelijke Anarchie, je bent geen systeem, partij noch referentie, maar een toestand van de ziel. Je bent de enige uitvinding van de mens, en zijn eenzaamheid, en wat hem rest aan vrijheid. Je bent de haver voor de dichter. Spring in uw veren dichters, de poëzie schreeuwt om hulp, het woord Anarchie staat geschreven op het voorhoofd van deze zwarte engelen; knip hun vleugels niet af! Geweld is het erfdeel van de spieren, vogels in hun noodkreten lenen muzikaal geweld. Het mooiste gezang zijn liederen waarin men iets eist.

    Het vers moet de liefde bedrijven in de hoofden van de volkeren. Op de poëzieschool leert men niet : daar vecht men. Plaats voor de poëzie, opgejaagde mensen ! Leg kleden onder haar verwonde stappen, stem uw gebroken snaren met haar lunaire stemvork, geef haar een kom rijst, een glas water, een glimlach, open de deuren van dit No Man's Land waar de honden geen muilkorf meer hebben, de paarden geen halster meer, en de mensen geen salaris meer. Vergeet niet dat lachen niet het kenmerk is van de mens, maar dat lachen het kenmerk is van de Maatschappij. De mens in zijn eentje lacht niet ; wel kan hij af en toe huilen. Vergeet nooit wat er voor hinderlijks in de moraal is, dat is dat het altijd de moraal van anderen is. Ik zou graag willen dat de volgende paar verzen een manifest zijn van de wanhoop, ik zou graag willen dat de volgende paar verzen voor de vrije mensen die mijn gebroeders blijven een manifest van hoop zijn.

Léo Ferré

 Préface à “ Poète ... vos papiers ! ” 

 Livre : Poète ... vos papiers ! 

Préface Poète... vos papiers !  Léo Ferré . kunst en kunstenaars. Frans leren, Vertaling,  Vivienne  Stringa