Guillaume Apollinaire

 

Guillaume ApollinairePortrait de Guillaume Apollinaire, par Belay Pierre de (1890-1947)Guillaume Apollinaire, fransleren, Vivienne Stringa

 

 

Guillaume Apollinaire, fransleren, Vivienne Stringa Et je chantais cette romance
En 1903 sans savoir

Que mon amour à la semblance
Du beau Phénix s’il meurt un soir
Le matin voit sa renaissance.

 

 

Guillaume Apollinaire (1880 - 1918)

  1. 1880 Geboorte van Guillaume Apollinaris de Kostrowitzky in Rome op 26 augustus 1880. Zijn moeder Angelica Kostrowitzky, een jonge Poolse vrouw, krijgt in 1882 nog een zoon, Albert, van de Italiaanse officier Francesco Fulgi d'Aspremont. Maar deze erkent de twee kinderen niet.
  2. 1885 Francesco Fulgi d'Aspremont verlaat Angelica Kostrowitzky. Zij gaat dan met Guillaume et Albert in Monaco wonen.
  3. 1890 Guillaume Apollinaris de Kostrowitzky doorloopt een uitstekende schoolperiode op het lycée Saint-Charles de Monaco. Guillaume interesseert zich voor mythen, de Oudheid en Middeleeuwse legenden.
  4. 1897 Guillaume zit op het lycée in Nice. Zijn eindexamen mislukt. Hij maakt zijn eerste gedichten.
  5. 1899 Angelica Kostrowitzky gaat met haar twee kinderen in Parijs wonen waar zij het in het begin heel moeiljik hebben. Guillaume stuurt zijn poèmes en contes naar diverse revues. Deze worden geweigerd.
  6. 1901 Guillaume gaat naar Duitsland en wordt privé docent Frans bij de dochter van de burggravin de Milhau. Hij wordt verliefd op de Engelse gouvernante Annie Playden.  Hij ontdekt de Rijnse legendes en landschappen. Hij publiceert drie gedichten, onder de naam Wilhem de Kostrowitzky
  7. 1902 Annie Playden wordt afgeschrikt door de vurigheid van Guillaume Apollinaire en wijst hem af. In augustus 1902 gaat hij terug naar Parijs. Bij de revue Blanche publiceert hij l'Hérésiaque en voor het eerst gebruikt hij de naam Guillaume Apollinaire
  8. 1903 Hij heeft een eigen rubriek in het toneeltijdschrift. In november 1903 en mei 1904 gaat hij naar Londen om Annie Playden te zien, maar tevergeefs.
  9. 1904 Hij raakt bevriend met Picasso en Max Jacob. Door deze ontmoeting wordt een nieuwe kunsttheorie geboren, het cubisme, waardoor de abstracte en geometrische inspiratie de overhand krijgt op de uiting van het reële.
  10. 1907 Dankzij Picasso ontmoet hij Marie Laurencin. Zij worden verliefd en hebben een hartstochtelijke relatie tot 1912.
  11. 1909 Publicatie van l'Enchanteur pourrissant in 1909, geïllustreerd door Derain.
  12. 1912 Marie Laurencin gaat weg bij Guillaume Apollinaire, omdat zijn ziekelijke jaloezie onverdraaglijk is.
  13. 1913 Hij gaat wonen op de Boulevard Saint-Germain, en geeft lezingen over het cubisme.
  14. Het boek Alcools komt uit.
  15. 1914 Aan het begin van de oorlog dient hij een verzoek in om als Russisch Staatsburger in het Franse leger te mogen worden opgenomen. In december 1914 wordt hij uiteindelijk opgenomen in de artillerie. Ondertussen was hij in september 1914 al verliefd geworden op Louise de Coligny-Chatillon bijgenaamd Lou. Maar de jonge vrouw ziet al snel af van hun relatie.
  16. 1915 In een trein ontmoet hij Madeleine Pagès waarmee hij zich gaat verloven.
  17. Poète assassiné verschijnt.
  18. 1916 In maart raakt hij gewond aan zijn hoofd door een granaatscherf en zijn schedel is doorboord. Aan het eind van de oorlog is hij in Parijs. Hij maakt het uit met Madeleine.
  19. 1917 Hij maakt een roman af, La femme Assise en bereidt een gedichtenbundel voor : Calligrammes
  20. 1918 Op 15 april publiceert hij Calligrammes.
  21. Op 2 mei trouwt hij met Jacqueline Kolb. 
  22. Op 9 novembre 1918 sterft hij op achtendertigjarige leeftijd aan de Spaanse griep. In de straten wordt het einde van de oorlog gevierd door de Parijzenaars.

 

Le pont mirabeau

 

Sous le pont Mirabeau coule la Seine
Et nos amours
Faut-il qu’il m’en souvienne
La joie venait toujours après la peine.Guillaume Apollinaire. Andromède ; Odilon Redonfransleren, Vivienne Stringa

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

Les mains dans les mains restons face à face
Tandis que sous
Le pont de nos bras passe
Des éternels regards l’onde si lasse

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

L’amour s’en va comme cette eau courante
L’amour s’en va
Comme la vie est lente
Et comme l’Espérance est violente

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

Passent les jours et passent les semaines
Ni temps passé
Ni les amours reviennent
Sous le pont Mirabeau coule la Seine

Vienne la nuit sonne l’heure
Les jours s’en vont je demeure

 

Le pont-mirabeau.Guillaume Apollinaire, fransleren, Vivienne Stringa

Guillaume Apollinaire (1880-1918) a lu deux de ses poèmes.

Le pont Mirabeau et Marie. Les enregistrements furent réalisés entre 1911 et 1914.      

 

 Oeuvres poétiquesGuillaume Apollinaire, fransleren, Vivienne Stringa
 

  1.     Le Bestiaire (1911)
  2.     Alcools (1913)

    Vitam Impendere Amori (1917)
    Calligrammes (1918)
    Il y a (1925)
    Poèmes à la Marraine (1948)
    Le Guetteur mélancolique
(1952)
    Poèmes à Madeleine (1952)
    Poèmes à Lou (1955)

 

Fiction

     L'Enchanteur pourrissant (1909)
     L'Hérésiarque et Cie (1910)
     Le Poète assassiné (1916)
     La Femme assise (publié en 1920)
     L'Histoire romanesque (1914 à 1918): La Fin de Babylone, Les Trois Don Juan, La Femme blanche des Hohenzollern.

 

Théâtre

     Les Mamelles de Tirésias (1917)
     Couleur du temps (1918)
     Casanova (publié en 1952)
    En collaboration avec André Salmon : Jean-Jacques, La Température, Le Marchand d'anchois.

 

Cinéma

     La Bréhatine (1917)
     C'est un oiseau qui vient de France (inachevé)


 

Textes érotiques

     Les Onze mille verges (édition non signée et non datée 1906-1907)
     Les Exploits d'un jeune Don Juan (1911)

 

La porte de l'hôtel sourit terriblementGuillaume Apollinaire, Alcools. Poèmes (1898 - 1913).Paris, Mercure de France, 1913.Guillaume Apollinaire et Annie Playden, Londres 1904, fransleren, Vivienne Stringa

Qu'est-ce que cela peut me faire ô ma maman

D'être cet employé pour qui seul rien n'existe

Pi-mus couples allant dans la profonde eau triste

Anges frais débarqués à Marseille hier matin

J'entends mourir et remourir un chant lointain

Humble comme je suis qui ne suis rien qui vaille

Enfant je t'ai donné ce que j'avais travaille

 

 

Alcools

 

L'ADIEUGuillaume Apollinaire. Alcools – poèmes 1898-1913. Frans leren, Vivienne Stringa. Guillaume Apollinaire, Alcools. Poèmes (1898 - 1913).Paris, Mercure de France, 1913.

J'ai cueilli ce brin de bruyère
L'automne est morte souviens-t'en
Nous ne nous verrons plus sur terre
Odeur du temps brin de bruyère
Et souviens-toi que je t'attends

 

Guillaume Apollinaire (1880 - 1918)