FRANS LEREN (8)

 

Honoré de Balzac. Ce qui disparait de Paris

Balzac, Honoré de : Ce qui disparait de Paris. Vivienne Stringa Encore quelques jours, et les piliers des Halles auront disparu, le vieux Paris n'existera plus que dans les ouvrages des romanciers assez courageux pour décrire fidèlement les derniers vestiges de l'architecture de nos pères ; car, de ces choses, l'historien grave tient peu de compte. Quand les Français allèrent en Italie soutenir les droits de la couronne de France sur le duché de Milan et sur le royaume de Naples, ils revinrent émerveillés des précautions que le génie italien avait trouvées contre l'excessive chaleur ; et de l'admiration pour les galeries, ils passèrent à l'imitation. Le climat pluvieux de ce Paris, si célèbre par ses boues, suggéra les piliers, qui furent une merveille du vieux temps. On eut ainsi, plus tard, la place Royale. Chose étrange ! ce fut par les mêmes motifs que, sous Napoléon, se construisirent les rues de Rivoli, de Castiglione, et la fameuse rue des Colonnes. La guerre d'Egypte nous a valu les ornements égyptiens de la place du Caire. — On ne sait pas plus ce que coûte une guerre que ce qu'elle rapporte. Si nos magnifiques souverains, les électeurs, au lieu de se représenter eux-mêmes en meublant de médiocrités la plupart de nos conseils en tout genre, avaient, plus tôt qu'ils ne l'on fait, envoyé quelques hommes d'art ou de pensée au conseil général de la Seine, depuis quarante ans, il ne se serait point bâti de maison dans Paris qui n'eût eu pour ornement,

  
 

Claude Debussy. Monsieur Croche, antidilettante

Claude Debussy. Monsieur Croche, antidilettante. Vivienne Stringa La soirée était charmante et je m'étais décidé à ne rien faire... (pour être poli, mettons que je rêvais). En réalité, ce n'étaient pas de ces minutes admirables dont on parle plus tard avec attendrissement et avec la prétention qu'elles avaient préparé l'Avenir. Non . . . c'étaient des minutes vraiment sans prétention, elles étaient simplement de « bonne volonté ». Je rêvais ... Se formuler ... ? Finir des œuvres ... ? Autant de points d'interrogation posés par une enfantine vanité, besoin de se débarrasser à tout prix d'une idée avec laquelle on a trop vécu ; tout cela cachant assez mal la sotte manie de se montrer supérieur aux autres. Être supérieur aux autres n'a jamais représenté un grand effort si l'on n'y joint pas le beau désir d'être supérieur à soi-même ... Seulement c'est une alchimie plus particulière et à laquelle il faut offrir sa chère petite personnalité en holocauste ... C'est dur à soutenir, et absolument improductif. Par ailleurs, solliciter l'assentiment unanime représente un temps considérable perdu en de constantes manifestations ou d'inlassables propagandes ; on peut y gagner le droit de faire partie d'un paquet de grands hommes dont on échange les noms pour ranimer de languissantes conversations d'art ... Je ne voudrais pas insister,

  
 

Elsa Triolet : les Manigances

 Elsa Triolet: les Manigances . Vivienne Stringa. Frans leren In mijn familie word ik beschouwd als hét voorbeeld van egoïsme. Dit is al zolang aan de gang dat zelfs al zou ik me vandaag de dag helemaal aan mijn naaste opofferen en mezelf daarbij totaal vergeten, dan nog zouden ze daar het bewijs van egoïsme in zien, en een reden om egoïstisch te kunnen zijn. Ik zou lepralijders kunnen verplegen, me in de vlammen werpen om een kind te redden, mezelf helemaal kaalplukken om een gezin met veel kinderen te helpen, het zou niets helpen: nog zou ik als een egoïste sterven. Misschien komt het omdat ik niet zo’n fraai karakter heb. Ik heb niet gehuild toen mijn vader stierf, ik huilde niet toen mijn moeder stierf. Ik ga er vanuit dat het feit dat het niet in me opkwam die onverschilligheid te verbergen er de oorzaak van is dat ik nu die reputatie heb. Mensen huilen volgens mij vaker om hun doden omdat ze zelf bang zijn voor de dood, ze huilen uit egoïsme. Ze huilen ook omdat ze zo gehecht waren aan de aanwezigheid van de gestorven man of vrouw. Maar ik ben helemaal niet bang voor de dood. Het leven ? ! Mijn God … blij toe als het is afgelopen. En voor wat mijn ouders betreft, ík was niet gehecht aan hun aanwezigheid, ík zou hen niet gaan missen. Ze hielden van me, vast wel … zo weinig dat ik er nu nog littekens van heb. Ik heb met mijn vader misschien één keer op gelijke voet gestaan : de nacht dat ik alleen met hem was gebleven, hij in zijn doodskist, ik op een stoel ernaast …

  
 

Elsa Triolet : Écrits intimes

Elsa Triolet : Écrits intimes (Fragmenten) Vertaling Vivienne Stringa. Frans leren Ik heb een vreselijk humeur. Het is waar dat ik het van tijd tot tijd kunstmatig als goed humeur in stand houd, maar het is toch wel heel moeilijk hoor. Soms vergeet ik alles, dan weer ben ik opgewekt, lach ik, dan weer klets ik en dan ineens, zomaar, dan word ik, door een woord dat ik hoor, teruggeworpen in mijn wanhopige uitzichtloosheid. De redenen daarvan lopen uiteen : ik ben me er van bewust dat ik slecht ben, abominabel slecht, ik ben woedend op mama die geen aandacht schenkt aan mijn geestelijke toestand, op Nadia, die zo net is met al haar zijde en kant dat ik ook zo graag wil hebben, op Lili, die zo knap is en onverschillig naar mij toe, op mijn mislukte jurk en duizend andere kleine dingetjes. Wat was ik triest in mijn hart gisteren, toen Nadia het over Liolia had. Ik buig voor Liolia, voor haar moeder die vroeger bemind werd door Tschechov, en voor hun vriendschap. Liolia kreeg het voor elkaar dat Chaoukine van haar ging houden, en zij was zelf ook verliefd op hem, en toch heeft ze volgehouden hem te weerstaan, zij kreeg een kus van hem en weerde die af alsof het een belediging was, een regelrechte belediging. Waarom kan ik niet zo zijn ? Nadia zegt dat zij nog nooit verliefd is geweest, dat zij niemand heeft van wie zij kan houden, maar kun je onze verschillende karaktersoorten wel met elkaar vergelijken ?

  
 

Ursule Mirouët. Deel III (extrait) Honoré de Balzac

Ursule Mirouët. Deel III (extrait) Honoré de Balzac Vertaling Vivienne Stringa. Frans leren Nadat de dokter de deur van de bibliotheek en die van de tuin gesloten had, had hij zijn pleegkind meegenomen naar het raam dat uitkeek op de rand van het water. “Wat heb je toch, wreed kind van me ?” zei hij tegen haar. “Jouw leven is ook mijn hele leven. Zonder jouw glimlach, wat moet er van mij worden ?” “Savinien zit in de gevangenis !” antwoordde ze. Nadat zij dit gezegd had, stortten de tranen uit haar ogen en barstte zij in snikken uit. “Ze is gered !’ dacht de oude man, en hij voelde haar pols met de angst van een echte vader. ‘Helaas ! Ze heeft dezelfde overgevoeligheid als mijn eigen arme vrouw,’ dacht hij terwijl hij de stethoscoop pakte die hij op het hart van Ursule zette en er zijn oor op legde. ‘Ach kom, alles gaat goed,’ dacht hij. “Liefje van me, ik wist niet dat je al zo veel van hem hield,” zei hij en hij keek haar aan. “Maar denk samen met mij zoals je tegen jezelf praat, en vertel me alles wat er is gebeurd.” “Pleegvader, ik houd niet van hem, want wij hebben elkaar nog nooit gesproken”, antwoordde zij snikkend. “Maar als ik hoor dat die arme jongen in de gevangenis zit, en dat u keihard weigert hem eruit te halen, en u bent nog wel zo’n goede man !”