FRANS LEREN (7)

 

Kunst en commercie. Gustave Flaubert

Kunst en commercie  Janvier 1839  Gustave Flaubert Vertaling Vivienne Stringa Kunst is een futiliteit en handel is heel erg nuttig, dat zijn banale opvattingen geworden in deze wereld. Veel mensen waarderen een lap stof enkel om zijn lengte, een voorwerp om zijn gewicht en een kleur om zijn helderheid, en schenken aan een baal katoen meer lof dan aan alle mogelijke tragedies bij elkaar ; zij zouden net als Malebranche, kijkend naar Athalie, zeggen : “En wat bewijst dat ?” Zij zien in de kunst eigenlijk alleen maar een tijdverdrijf voor na het eten, een hobby die wat opvrolijkt, een spel dat voor afleiding zorgt, en zij beschouwen voorstellingen als de beste uitvinding van de politie om de massa naar een veilige plek te drijven en op te pakken ; dat soort mensen ziet handel, koopwaar, zoals hout en koper als de eerste behoeften van de sterveling, en voor wat betreft de zuivere, vrije, onafhankelijke gedachte, maar voor wat betreft het genie van de schepper, de grandioze auteur, voor wat betreft de poëzie, de moraal, de schone kunsten : gespook ! Fantasietjes ! Futiliteit ! zullen ze roepen. Volgens hen gaat alle eer naar krijsende machines, naar draaiende rollen, naar de dwarrelende stoomwolken ! Eer voor indigo, zeep, suiker,

  
 

L'oeuvre du Marquis de Sade Par Guillaume Apollinaire

L'oeuvre du Marquis de Sade par Guillaume Apollinaire . Vivienne Stringa N'ayant pas l'intention de donner ici une biographie détaillée du marquis de Sade, je renvoie les lecteurs aux ouvrages qui peuvent faire autorité : ceux de M. Paul Ginisty, du docteur Eugen Duehren, du docteur Cabanès, du docteur Jacobus X, de M Henri d'Halméras , etc. La biographie complète du marquis de Sade n'a pas encore été écrite. Le temps, sans doute, n'est pas éloigné où, tous les matériaux ayant été rassemblés, il sera possible d'éclaircir les points encore mystérieux de l'existence d'un homme considérable sur lequel ont couru et courent encore un très grand nombre de légendes. Les travaux entrepris ces dernières années en France et en Allemagne ont dissipé bien des erreurs. Il y en a encore beaucoup qu'il faudra redresser. Donatien-Alphonse-François, marquis et, plus tard, comte de Sade, naquit à Paris, le 2 juin 1740. Sa famille était une des plus anciennes de la Provence, et ses armoiries portaient « de gueules à une étoile d'or chargée d'une aigle de sable becquée et couronnée de gueules ». Il comptait au nombre de ses ancêtrcs Hugues III, qui épousa Laure de Noves, que Pétrarque a rendue immortelle.

  
 

Haarlem. A SOI-MÊME Odilon Redon

 A SOI-MÊME Journal (1867-1915) Notes sur l'art la vie et les artistes Introduction de Jacques Morland. Vivienne Stringa. Frans leren Het lijkt wel of ik aan het einde van de wereld zit ; ik zit hier wat zwak te schrijven, in een onvermijdelijke triestheid van iets dat gaat komen. Ik ben zo bang als een kind in dit trieste, half donkere land vol stilte, waar de roerige hemel een gevoel van ongemak geeft. En ik heb ook dat instinctieve wantrouwen dat in je opkomt als je in het buitenland bent. Waarom moet ik dat zeggen ? Omdat ik sinds ik vierentwintig uur geleden ben vertrokken, nu al het verwoestende verlangen heb om Frans te horen praten. Ik zou al halverwege rechtsomkeert gemaakt hebben, als de trein me ondanks mezelf niet had meegetrokken door al dat vochtige laagveen, die slootjes, al dat water, die boten, en vooral, al die molens die je tot aan de lage en monotone horizon ziet. Het landschap dat zich voor mijn ogen uitrolde was me al bekend ; we hebben het een aantal keer goed kunnen zien in het Louvre in de galerie des maîtres : op de voorgrond grazen dieren op de vochtige grond, op dik, vet en felkleurig gras ; verderop een paar vijvers, met halfverdronken bomen ; daarna een mast van een boot die je ietwat verrassen kan omdat je denkt dat hij zomaar door het grasland aan het reizen is, langzaam voortgetrokken ; en verder alleen maar molens, molens en almaar molens die met volle vleugels draaien, met zijn allen op dezelfde manier opgesteld onder die razende wind die er altijd is.

  
 

Aan Charles Baudelaire, in "Léo Ferré chante Baudelaire"

Aan Charles Baudelaire, in "Léo Ferré chante Baudelaire", Literaire teksten, frans leren. Vertaling Vivienne Stringa. Frans leren Als ik “ jij ” tegen u zou zeggen, wat zou men dan wel niet van mij denken ? Men zou zeggen : “ Die daar, die daar zo mooi hoog zit, in de wolken, met zijn albatrosvleugels die eerder op die van kraaien lijken ... ” Als ik “u” tegen je zou zeggen, dan zou je nog killer in je laatste aarde worden en je zou mijn naam roepen : Léo ! Kom, laten we naar de hoeren gaan kijken op de Boulevard Edgar Quinet, dat is niet ver bij mijn huis vandaan, twee stappen, laten we zelfs naar de “ Monocle ” gaan, naar die club, waar zij die “ te vrolijk ” zijn zich een nieuwe maagdelijkheid aanmeten die niet zwaar zal wegen, om vier uur 's nachts, gearmd met een “saffische voor de gelegenheid”. Ze hebben je geplunderd, Baudelaire, ze hebben je door hun Moraal gesleept, ze zeggen dat je de sief had en dat je daaraan bent doodgegaan. Ze zeggen zoveel, zoveel in die literatuurboeken, “ handboeken ” welteverstaan, met alles wat dat aan intellectuele inversie inhouden kan. Ze zijn allen homoseksueel, vandaag de dag, ze denken terwijl ze achteruit gaan. Ze hebben het liefst dat ze van achteren verrast worden, om niet te zien, met hun Légion d'honneur, hun kranten die vast vooruit aanvallen als rivierkreeften, hun Cultuur met een grote C ...

  
 

Ursule Mirouët. Deel II (extrait) Honoré de Balzac

Honoré de Balzac, Z. Marcas, Literaire teksten, frans leren. Vertaling Vivienne Stringa. Frans leren Het weerzien met zijn vrienden, het gedag zeggen en de aanloop van de jeugd rond Désiré, alle gebeurtenissen rondom zijn aankomst en het vertellen van zijn pech aan de wagen waardoor hij te laat was aangekomen namen zoveel tijd in beslag dat de kudde erfgenamen met hun groeiende groep vrienden en kennissen met aanhang op het plein aankwam bij het uitgaan van de mis. Het toeval dat zich altijd alles mag veroorloven zorgde ervoor dat Désiré Ursule onder de boog van de kerkdeur zag uitkomen toen hij daar net langskwam en hij stond perplex van haar schoonheid. Dit gebaar van de jonge advocaat maakte dat ook zijn familieleden hun passen inhielden. Ursule had haar peetvader aan de arm, in haar rechterhand hield zij haar Parochiaan vast en in de andere had zij haar parasolletje, en dit dwong haar om zo de aangeboren gratie ten toon te spreiden die charmante vrouwen beginnen te ontplooien bij de moeilijke omstandigheden van hun knappe beroep van vrouw zijn. En als het zo is dat de gedachte in alles naar buiten komt, dan mogen wij zeggen dat deze houding een goddelijke eenvoud uitdrukte.