FRANS LEREN (3)

 

Brief van Gustave Courbet
aan Maurice Richard

Brief van Gustave Courbet aan Maurice Richard, Minister der Schone Kunsten. Frans leren.Vertaling Vivienne Stringa Parijs, 23 juni 1870. Zijne Excellentie, Onlangs, bij mijn vriend Jules Dupré, in l'Isle-Adam, las ik in le Journal Officiel een artikel van een decreet waarin ik benoemd word tot chevalier de la Légion d'honneur. Dit decreet zou mij gespaard moeten zijn gebleven gezien mijn welbekende meningen over kunstprijzen en adellijke titels, en, daarbij is het zonder mijn toestemming afgegeven, en u, Excellentie, heeft daartoe het initiatief gedacht te zullen mogen nemen.

Vreest niet dat ik de gevoelens die u hiertoe brachten ontken. U bent op het ministerie van Schone Kunsten gekomen na een funest gevoerd beleid dat zich de taak leek toe te dichten de kunst in ons land ter dood te mogen brengen, en daar zeker in geslaagd zou zijn, door middel van corruptie of door geweld, als er zich toevallig niet nog enkele mensen met een hart bevonden om dat beleid schaak te zetten ; en toen heeft u erop gestaan uw komst aan te kondigen met een maatregel die contrasteerde met de manier van werken van

  
 

Brief van “ De vreemdelinge ”
aan Honoré de Balzac

Brief van “ De vreemdelinge ” aan Honoré de Balzac . Frans leren. Vertaling Vivienne StringaIn de herfst van 1831 stuurt een mysterieuze lezeres (gravin Eweline Hanskà) een anonieme brief aan Honoré de Balzac. Hij ontvangt de brief in februari 1832, en onderaan is de brief gesigneerd met “L'étrangère” (de Vreemdelinge). Dan zet Balzac een advertentie in de krant om haar uit te nodigen om opnieuw te schrijven: zo ontstaat een correspondentie die meer dan zestien jaar zal duren, en uiteindelijk zal uitmonden in hun huwelijk. Mijnheer, Als vreemdelinge is het niet verbazend indien ik uitdrukkingen gebruik die u weinig Frans zouden lijken, maar ik moet u schrijven, ik moet echt enthousiast mijn diepe emoties weergeven waar ik zo vatbaar voor ben en die ik door uw werk moet doorstaan. Mijnheer, uw ziel is eeuwenoud. Haar filosofische manier van denken lijkt te behoren tot een lange studie en lijkt verteerd door de tijd ; toch bent u nog jong, zegt men ; ik zou u willen leren kennen, en tegelijkertijd geloof ik ook dat ik dat niet nodig heb : een instinct uit mijn ziel vertelt me dat ik uw wezen aanvoel ; ik stel me u voor op mijn manier, en dan zou ik zeggen Dat is hem, als ik u zou zien.

  
 

AVANT-PROPOS À LA COMÉDIE HUMAINE.

AVANT-PROPOS À LA COMÉDIE HUMAINEHONORÉ DE BALZAC. Vertaling Vivienne Stringa. Frans leren En donnant à une œuvre entreprise depuis bientôt treize ans, le titre de La Comédie humaine, il est nécessaire d’en dire la pensée, d’en raconter l’origine, d’en expliquer brièvement le plan, en essayant de parler de ces choses comme si je n’y étais pas intéressé. Ceci n’est pas aussi difficile que le public pourrait le penser.
Peu d’œuvres donne beaucoup d’amour-propre, beaucoup de travail donne infiniment de modestie. Cette observation rend compte des examens que Corneille, Molière et autres grands auteurs faisaient de leurs ouvrages : s’il est impossible de les égaler dans leurs belles conceptions, on peut vouloir leur ressembler en ce sentiment. L’idée première de la Comédie humaine fut d’abord chez moi comme un rêve, comme un de ces projets impossibles que l’on caresse et qu’on laisse s’envoler ; une chimère qui sourit, qui montre son visage de femme et qui déploie aussitôt ses ailes en remontant dans un ciel fantastique. Mais la chimère, comme beaucoup de chimères, se change en réalité, elle a ses commandements et sa tyrannie auxquels il faut céder. Cette idée vint d’une comparaison entre l’Humanité et l’Animalité. Ce serait une erreur de croire que la grande querelle qui, dans ces derniers temps, s’est émue entre Cuvier et Geoffroi Saint-Hilaire, reposait sur une innovation scientifique. L’unité de composition occupait déjà sous d’autres termes les plus

  
 

Auguste Rodin Testament

Auguste Rodin Testament 1911. Vertaling Vivienne Stringa. Frans leren Deze tekst, die als een testament van Rodin wordt betiteld, werd door Auguste Rodin gedicteerd aan Paul Gsell in 1911, en werd pas na zijn dood gepubliceerd. De tekst kwam in 1922 te staan in l’Histoire générale de l'art français van André Fontainas et Louis Vauxcelles, 1922, volume 2 page 259 en verder.

Aan de jonge mensen die celebranten willen zijn van de Schoonheid, misschien vinden jullie het ook fijn om hier een samenvatting te lezen van een lange ervaring. Bewonder op een vrome manier de meesters die jullie voorgingen. Buig voor Phidias en voor Michelangelo. Bewonder de goddelijke sereniteit van de een, en de woeste angst van de ander. Bewondering is een gulle wijn voor edele geesten. Maar let op dat jullie je voorgangers niet imiteren. Met respect voor de traditie moeten jullie goed onderscheiden wat er voor eeuwigdurende vruchtbaarheid in zit : liefde voor de Natuur en oprechtheid. Dat zijn de twee sterkste passies van genieën. Zij hielden allen van de Natuur en hebben nooit gelogen. Op die manier houdt de traditie jullie de sleutel voor waarmee jullie de routine kunnen ontvluchten. De traditie zelf raadt jullie aan om constant de realiteit te onderzoeken en verbiedt jullie je blind te onderwerpen aan welke meester dan ook.

  
 

De frituurverkoopster
Door Joseph Mainzer

De frituurverkoopster. Door Joseph Mainzer. Vertaling Vivienne Stringa. Frans leren Als je de place de Genève oversteekt, of le quai de Tournelles, de pont au Change of le pont Neuf,
dan komt er een bakgeur op je af die je omringt en achtervolgt op een aangename manier naargelang de stand van je maag, je portemonnee en de ontvankelijkheid van je organen.
Als u iemand bent voor wie enkel le café Anglais en le Véry er toe doen om de culinaire wetenschap dagelijks te laten groeien vanwege hun nieuwe aanwinsten, dan raad ik u aan om maar snel door te lopen;
maar als uw rampzalige ster zo’n arme drommel van u heeft gemaakt die ‘s ochtends zijn hut uit komt zonder te weten of hij er aan het eind van de dag weer in terug kan,
en die het woord menu alleen maar aan zijn maaltijd kan geven in de hoedanigheid van een letterlijk bijvoeglijk naamwoord dat klein betekent, nou, blijf dan maar staan, opdat uw gezicht helemaal blij wordt:
u bevindt zich dan bij het toevluchtsoord voor de arme uitgehongerde mens, het straatrestaurant voor de proletariërsbeurs, namelijk de bak- en braadverkoopster.
Terwijl Chevet in zijn etalage uitbundig smakelijke zalm uitstalt, delicate forel, appetijtelijke garnalen, ganzeleverpaté,
en alles wat de zintuigen van de rijken prikkelt, staat de frituurverkoopster bescheiden met haar kraampje op straat, met eten dat qua vorm en hoeveelheid niet echt uitnodigt,
en met als enige hulp de onweerstaanbare honger waartegen de ouderen zich ooit hadden moeten weren om het niet te ruiken, te zien noch te proeven, zoals zij ook de liefde niet hebben willen zien.
De straatverkoopster heeft als enig geluid het sissen van haar pan, en als enig uithangbord de dikke stoomwolk die dienst doet als aureool.
Ze trekt geen

  
 

Aan Charles Baudelaire, in
“Léo Ferré chante Baudelaire”

  A ls ik “ jij ” tegen u zou zeggen, wat zou men dan wel niet van mij denken ? Men zou zeggen : “ Die daar, die daar zo mooi hoog zit, in de wolken, met zijn albatrosvleugels die eerder op die van kraaien lijken ... ” Als ik “u” tegen je zou zeggen, dan zou je nog killer in je laatste aarde worden en je zou mijn naam roepen : Léo !
Kom, laten we naar de hoeren gaan kijken op de Boulevard Edgar Quinet, dat is niet ver bij mijn huis vandaan, twee stappen, laten we zelfs naar de “ Monocle ” gaan, naar die club, waar zij die “ te vrolijk ” zijn zich een nieuwe maagdelijkheid aanmeten die niet zwaar zal wegen, om vier uur 's nachts, gearmd met een “saffische voor de gelegenheid”.
  Ze hebben je geplunderd, Baudelaire, ze hebben je door hun Moraal gesleept, ze zeggen dat je de sief had en dat je daaraan bent doodgegaan.
Ze zeggen zoveel, zoveel in die literatuurboeken, “ handboeken ” welteverstaan, met alles wat dat aan intellectuele inversie inhouden kan. Ze zijn allen homoseksueel, vandaag de dag, ze denken terwijl ze achteruit gaan.
Ze hebben het liefst dat ze van achteren verrast worden, om niet te zien, met hun Légion d'honneur, hun kranten die vast vooruit aanvallen als rivierkreeften, hun Cultuur met een grote C ...
  Ik heb het gevoel dat er niet zoveel meer is te ontdekken in de metaforenclub. De poëzie heeft je gemuilkorfd in het geëtiketteerde genie, geurloos met mooie en stomme preken die men over jou moet houden en tijdens een bleke uitreiking van prijzen op het Lycée de Nevers.
  Rimbaud heeft ons verlaten via een nooduitgang.
Hij wist dat daarachter ergens het “ware leven” moest zijn. Breton heeft een verkeerde uitgang gemaakt ... dat zei hij ook, in de ambulance die zijn urgente overschot van Cahors naar Parijs transporteerde.
Hij mocht je wel : ik denk dat hij alexandrijnen had willen schrijven, maar dan een beetje teveel als zijn vriend Valéry, die uit de Académie française is vertrokken ...
  Apollinaire heeft van jou genomen wat hij kon en vervolgens het Werkwoord wederom uitgevonden.
Hij liet ons Aragon na die veel talent heeft. Dat is alles.
Als ik je mis, dan zet ik je om in muziek, nederig.
  Dat is echt de enige roos die ik kan meenemen om op je grafsteen te zetten.
Tot spoedig.

    Léo Ferré
    Aan Charles Baudelaire, in “Léo Ferré chante Baudelaire